---
title: "Jeremia 6-8"
book: "Jeremia"
book_slug: "jeremia"
passage: "Jeremia 6–8"
passage_en: "Jeremiah 6 - 8"
episode: 4
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/jeremia/6-8"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/jeremia/6-8.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/jeremia/6-8.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-29"
duration: "PT1H7M32S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Jeremia 6-8», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/jeremia/6-8"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Jeremia 6-8

> De tempel zal Jeruzalem niet redden

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt Jeremia 6–8, waarin Juda ondanks aanhoudende waarschuwingen weigert terug te keren naar God. Hij legt uit dat de beloften van valse profeten en de aanwezigheid van de tempel geen bescherming bieden tegen het oordeel wanneer het volk volhardt in afgoderij en onrecht. Vanuit het beeld van het keuren van metalen verbindt hij goud en zilver met godvruchtige mensen en legt hij uit dat 1 Korinthe 3 over het bouwen van de gemeente gaat. Ook betoogt hij dat Jezus met Gehenna waarschijnlijk, net als Jeremia met het dal van Hinnom, doelde op het komende oordeel over Jeruzalem. Bij de slotverzen bespreekt hij Jeremia’s verdriet over het uitblijven van genezing, terwijl God als Geneesheer aanwezig is.

## Hoofdstukken

1. [De vijand nadert Jeruzalem](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h1) — 0:02
2. [Jeruzalem wordt grondig leeggeplunderd](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h2) — 2:57
3. [Valse profeten bieden schijngenezing](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h3) — 4:53
4. [De oude paden brengen werkelijk rust](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h4) — 8:55
5. [Genegeerde waarschuwingen en lege offers](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h5) — 11:13
6. [De naderende vijand en de oproep tot rouw](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h6) — 12:48
7. [Jeremia toetst het volk als een keurmeester](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h7) — 14:33
8. [God redt Zijn kostbare overblijfsel](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h8) — 17:32
9. [De gemeente bouwen met goud en zilver](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h9) — 19:45
10. [De tempel biedt geen garantie op veiligheid](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h10) — 25:28
11. [Onrecht maakt Gods huis tot een rovershol](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h11) — 28:38
12. [Geen voorbede meer voor een afgodisch volk](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h12) — 31:37
13. [God verlangt gehoorzaamheid boven offers](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h13) — 35:01
14. [Een volk dat niet naar de profeten luistert](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h14) — 37:13
15. [Afgoden en kinderoffers in het dal Hinnom](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h15) — 38:44
16. [Tofet wordt een dal vol doden](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h16) — 41:30
17. [Gehenna als oordeel over Jeruzalem](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h17) — 44:48
18. [Ontheiligde graven als laatste vernedering](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h18) — 49:35
19. [Juda weigert terug te keren naar God](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h19) — 52:30
20. [Trekdieren volgen de weg die God hun wijst](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h20) — 55:06
21. [Zonder Gods woord ontbreekt ware wijsheid](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h21) — 58:31
22. [Bitter water en slangen als Gods oordeel](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h22) — 1:01:46
23. [Verdriet om een volk dat genezing afwijst](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h23) — 1:05:00

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#p<n>.

### 1. De vijand nadert Jeruzalem

*0:02 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h1*

Laten we beginnen met lezen in Jeremia hoofdstuk 6. Jeremia kwam uit Anathoth, een stad in het gebied van Benjamin. Misschien spreekt hij daarom op dit punt de kinderen van Benjamin aan. Het is mogelijk dat hij deze preek zelfs in zijn eigen woonplaats hield voor de Benjaminieten daar. Of misschien was hij in Jeruzalem en richtte hij zijn opmerkingen tot de Benjaminieten uit zijn eigen stad of zijn eigen streek. Maar hij waarschuwt hen voor de legers die eraan komen en het komende oordeel. Hij zegt:

^p1

> [1] Breng u in veiligheid, nakomelingen van Benjamin, uit het midden van Jeruzalem! Blaas de bazuin in Tekoa, geef een vuursignaal af boven Beth-Cherem! Want er ziet onheil neer vanuit het noorden, een grote ramp! [2] Die bekoorlijke en die verwende, Ik roei de dochter van Sion uit. [3] Er komen herders naar haar toe met hun kudden. Zij zetten rondom tegen haar tenten op, ieder weidt zijn stukje af. [4] Verklaar haar de oorlog! Sta op, laten we midden op de dag oprukken! Wee ons, want de dag is bijna verstreken, want de avondschaduwen worden langer. [5] Sta op, laten we dan in de nacht oprukken, laten we haar paleizen te gronde richten!
>
> — Jeremia 6:1-5

^p2

Nu is deze beeldspraak niet zo vanzelfsprekend. Hij vergelijkt Sion met een tere vrouw, om wie heen herders hun kamp hebben opgeslagen die kennelijk oorlog tegen haar voeren. [Vertalersnoot: de Engelse Bijbelvertaling die de spreker gebruikt, heeft in vers 2: ‘Ik heb de dochter van Sion vergeleken met een lieflijke, tere vrouw.’] Het lijkt geen erg natuurlijk beeld: herders die hun kamp opslaan en oorlog voeren tegen een vrouw. Misschien wordt ze voorgesteld als een vrouw die zonder bescherming buiten in het veld is. En de herders, die daar zo ongeveer de dienst uitmaken, zien haar als een gemakkelijk slachtoffer van wie ze misbruik kunnen maken. Ik weet niet precies waarom herders en vrouwen in dit specifieke beeld door elkaar worden gebruikt.

^p3

Maar vers 4 en 5 lijken de woorden te zijn van degenen die Jeruzalem willen aanvallen. Ze zeggen:

^p4

> [4] Verklaar haar de oorlog! Sta op, laten we midden op de dag oprukken! Wee ons, want de dag is bijna verstreken, want de avondschaduwen worden langer. [5] Sta op, laten we dan in de nacht oprukken, laten we haar paleizen te gronde richten!
>
> — Jeremia 6:4-5

^p5

Met andere woorden, we willen Jeruzalem zo graag verwoesten dat we voor de nacht niet hoeven op te houden. We willen gewoon blijven vechten. Jammer dat de dag ten einde loopt; we zullen moeten ophouden. Maar dan houden ze toch niet op.

^p6

Dit lijkt eenvoudigweg een houding te beschrijven van zo graag willen verwoesten, dat ze er bijna moeite mee zouden hebben dat de dag ten einde loopt, waardoor ze hun aanval tijdelijk zouden moeten staken. Ze blijven maar aanvallen. Dat is in elk geval wat ze willen doen.

^p7

### 2. Jeruzalem wordt grondig leeggeplunderd

*2:57 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h2*

> [6] Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Hak bomen om, werp tegen Jeruzalem een belegeringsdam op. Dit is de stad die gestraft zal worden, enkel onderdrukking is in haar midden! [7] Zoals een bron zijn water opwelt, zo welt zij haar slechtheid op. Geweld en verwoesting wordt in haar gehoord, voor Mijn aangezicht is voortdurend ziekte en plaag. [8] Laat u straffen, Jeruzalem, anders zal Mijn ziel zich van u losrukken, anders zal Ik een woestenij van u maken, een onbewoond land! [9] Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zij zullen het overblijfsel van Israël als een wijnstok nauwkeurig nalopen. Laat uw hand terugkeren als een druivenplukker langs de ranken.
>
> — Jeremia 6:6-9

^p8

Er staat hier dus dat ze grondig zullen nalezen. Dat betekent dat ze werkelijk niets zullen overlaten. Maar dat is niet helemaal waar. Dit is enigszins een overdrijving. Er bleef heel, heel weinig achter toen de Babyloniërs de stad platbrandden en de rest van de bevolking wegvoerden. Een paar arme plattelandsbewoners, boeren en andere mensen die geen bedreiging vormden voor de Babyloniërs, werden achtergelaten. Maar er wordt bijna gesproken alsof er helemaal geen overblijfsel is, alsof dit een grondige zuivering is, waarbij de takken volledig worden kaalgeplukt.

^p9

> [10] Tegen wie zal ik spreken, en wie zal ik waarschuwen dat zij zullen luisteren? Zie, onbesneden is hun oor, zodat ze niet in staat zijn om er acht op te slaan, zie, het woord van de HEERE is hun tot smaad, ze vinden er geen vreugde in. [11] Daarom ben ik vol van de grimmigheid van de HEERE, ik ben het moe haar in te houden. Giet haar dan uit over de kleine kinderen op straat, over de kring van de jongemannen bij elkaar. Ja, ook de man zal met de vrouw gevangen worden genomen, de oudere met de hoogbejaarde.
>
> — Jeremia 6:10-11

^p10

### 3. Valse profeten bieden schijngenezing

*4:53 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h3*

Het gedeelte dat we nu gaan lezen, vers 12 tot en met 15, is een profetie die wordt herhaald. Het is niet woordelijk hetzelfde. Tenminste, het eerste deel is bij de tweede keer niet woordelijk hetzelfde, maar een groot deel van het latere gedeelte wel. Het wordt herhaald in hoofdstuk 8, vers 10 tot en met 12. Er staat:

^p11

> [12] Hun huizen zullen overgaan in de handen van anderen, samen met de akkers en de vrouwen, want Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen de inwoners van dit land, spreekt de HEERE. [13] Want van hun kleinste tot hun grootste, ieder van hen is uit op winstbejag. Van profeet tot priester pleegt ieder van hen bedrog. [14] Zij genezen de breuk van Mijn volk op het lichtst, door te zeggen: Vrede, vrede! Maar er is geen vrede. [15] Staan zij beschaamd, omdat zij een gruweldaad gedaan hebben? Ze schamen zich niet in het minst, ja, zij weten van geen blozen. Daarom zullen zij vallen onder hen die vallen; ten tijde dat Ik hen zal straffen, zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
>
> — Jeremia 6:12-15

^p12

Ze zullen dus hun huizen, hun akkers en hun vrouwen verliezen. Kennelijk zullen hun vrouwen door degenen die hen gevangennemen als slavinnen worden meegenomen. En waarschijnlijk zullen ze als seksslavinnen worden gebruikt wanneer ze naar Babylon worden teruggebracht. Je huis en je akkers verliezen is een vreselijke tragedie. Maar zien hoe je gezin op deze manier wordt verwoest, zien hoe je vrouw door degenen die jullie gevangennemen bij je wordt weggehaald, zou gewoon, als je ook maar iets om je vrouw gaf, het allerergste zijn wat je zou kunnen zien. Behalve misschien dat je kinderen voor je ogen worden gemarteld of gedood. Maar dat zouden ze ook zien.

^p13

Er staat dus dat ze de verwonding van Mijn volk oppervlakkig hebben genezen door te zeggen:

^p14

Vrede, vrede, terwijl er geen vrede is. Bedenk wat de genezing was waar Jesaja het over had. Het oordeel van God dat over hen kwam vanwege hun opstand tegen Hem, dat was hun ziekte. Ze waren gewond. Ze hadden genezing nodig. Niemand had hen verzorgd, zei Jesaja. En verderop in Jesaja wordt Jezus voorgesteld als Degene Die de Genezer zal zijn.

^p15

> Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
>
> — Jesaja 53:5

^p16

Hij is Degene Die de gebrokenen van hart verbindt, om zo te zeggen, Die de wonden verbindt.

^p17

Bij Jesaja loopt dit thema door het hele boek heen: het volk is ziek en gewond. Het lijkt heel sterk op de man die in handen van rovers viel in het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Niemand zorgt voor hem. Zijn wonden liggen open. Hij bloedt. Zijn wonden zijn ongetwijfeld aan het etteren. Hij is er slecht aan toe. Als iemand hem niet snel helpt, zal hij sterven. In Jesaja is het volk er zo aan toe, omdat God het oordeel over hen brengt vanwege hun kwaad. En ze zijn van God vervreemd, maar er is geen genezer. En dan komt de Messias, Die de Genezer is.

^p18

Jeremia gebruikt het beeld van de wond en de genezing op een vergelijkbare manier. Er is daar in feite geen genezer, maar er zijn nepgenezers. Er zijn valse profeten die beweren dat ze vrede zullen hebben. Ze verlichten de angst en de stress en de spanning door valse hoop te geven. Het voelt als genezing, omdat de pijn wordt verlicht. Het is alsof je een aspirientje neemt als je hoofdpijn hebt. Dat geneest je hoofdpijn oppervlakkig. Het geneest die niet echt. Wat de hoofdpijn ook veroorzaakt, het blijft een probleem, maar je voelt het niet meer. Zo waren de valse profeten deze ramp in het leven van de gemeenschap oppervlakkig aan het genezen, als een aspirientje. Ze gaven hun een vals gevoel van verlichting met een valse boodschap van vrede.

^p19

### 4. De oude paden brengen werkelijk rust

*8:55 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h4*

> Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden, waar toch de goede weg is, en bewandel die. Dan zult u rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij bewandelen die niet.
>
> — Jeremia 6:16

^p20

Datzelfde:

^p21

Jullie zullen rust vinden voor je ziel.

^p22

citeert Jezus rechtstreeks met betrekking tot degenen die Hem zouden volgen, in Mattheüs 11:29. Hij zei:

^p23

> Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel;
>
> — Mattheüs 11:29

^p24

Interessant, dat is de passage over het juk. Jeremia droeg ook een juk. En:

^p25

> [29] Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; [30] want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.
>
> — Mattheüs 11:29-30

^p26

zegt Hij. Dus Jezus citeert Jeremia daadwerkelijk in deze ene regel.

^p27

Jeremia zegt tegen het volk dat ze moeten proberen na te gaan hoe men vroeger leefde. Dat wil zeggen, in de tijd dat Israël nog niet afvallig was. Vraag naar de oude paden. Welke weg moesten ze volgens Mozes gaan? Toen de mensen in de dagen van Jozua in een goede verhouding tot God leefden, wat was toen de oude manier van leven? Daar moet Israël naar terug, want dat is de goede weg, en die moeten ze bewandelen. En als ze dat doen, zal het goed gaan. Ze zullen rust hebben.

^p28

De valse profeten zeggen:

^p29

Vrede, vrede, maar er is geen vrede. Maar er zou vrede kunnen zijn. Als je de oude wegen bewandelt, zul je vrede vinden.

^p30

> Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden, waar toch de goede weg is, en bewandel die. Dan zult u rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij bewandelen die niet.
>
> — Jeremia 6:16

^p31

Daarom zegt hij: ‘Ik ben de ware profeet, en ik zeg jullie dat er vrede kan zijn.’ De valse profeten zeggen dat je vanzelf vrede hebt door gewoon door te gaan zoals je nu bezig bent. Ik zeg dat je vrede zou kunnen hebben als je teruggaat naar de oude manier van leven. Maar jullie willen die weg niet bewandelen. Ze zeggen:

^p32

Die weg gaan we niet.

^p33

### 5. Genegeerde waarschuwingen en lege offers

*11:13 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h5*

Vers 17:

^p34

> Ik heb wachters over u aangesteld: Sla acht op het geluid van de bazuin! Maar zij zeggen: Daar slaan wij geen acht op.
>
> — Jeremia 6:17

^p35

Dus hij waarschuwt. De wachter op de muur kijkt uit naar de indringers. En als hij de indringers ziet, roept hij het volk tot de orde door op de bazuin te blazen. Het is een waarschuwing: jullie worden aangevallen. En de mensen zeggen: ‘Dat willen we niet horen. We gaan niet naar die bazuin luisteren. Hij speelt niet het deuntje dat wij leuk vinden.’

^p36

> [18] Daarom, heidenvolken, luister, weet, gemeenschap, wat er onder hen leeft! [19] Luister, aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk. Dat is de vrucht van hun gedachten. Want op Mijn woorden hebben zij geen acht geslagen, en Mijn wet, die hebben zij verworpen.
>
> — Jeremia 6:18-19

^p37

> Waarom zou voor Mij wierook uit Sjeba moeten komen en de beste kalmoes uit een ver land? Uw brandoffers zijn Mij niet welgevallig, en uw slachtoffers zijn Mij niet aangenaam.
>
> — Jeremia 6:20

^p38

Breng Mij niet al die verfijnde wierook en dergelijke. Ik heb er geen belangstelling voor, omdat jullie niet rechtvaardig zijn.

^p39

Hetzelfde wat Jesaja in zijn eerste hoofdstuk zei: dat God hun offers en hun wierook zat was, omdat ze op dezelfde dag dat ze hun rituele aanbidding aan God brachten, ook bedrogen en onderdrukten en kwade dingen deden die God krenkten. Daarom was hun aanbidding aanstootgevend voor Hem. Zo ook hier:

^p40

Ik wil jullie offers niet, ook jullie brandoffers niet. Wat heb Ik daaraan? Jullie zijn niet echt oprecht.

^p41

### 6. De naderende vijand en de oproep tot rouw

*12:48 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h6*

> [21] Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga dit volk struikelblokken geven waarover zij zullen struikelen: de vaders samen met de zonen, de buurman met zijn naaste, zij zullen omkomen. [22] Zo zegt de HEERE: Zie, een volk komt uit het land in het noorden, een grote natie zal opgewekt worden van de uithoeken van de aarde. [23] Boog en werpspies grijpen zij vast, meedogenloos is het, zij zullen geen medelijden hebben. Hun geluid bruist als de zee, en zij rijden op paarden, als mannen opgesteld voor de strijd tegen u, dochter van Sion. [24] Wij hebben het gerucht over hem gehoord, wij hebben de moed verloren, benauwdheid heeft ons aangegrepen, smart als van een barende vrouw. [25] Trek het veld niet in, ga de weg niet op, want daar is het zwaard van de vijand, angst van rondom. [26] Dochter van Mijn volk, omgord u met een rouwgewaad, wentel u in de as, bedrijf rouw over een enig kind, betoon een zeer bittere rouwklacht, want plotseling zal over ons de verwoester komen.
>
> — Jeremia 6:21-26

^p42

Daar heb je dus de oproep tot bekering, om je in een rouwgewaad te kleden en in de as te rollen. Dit klinkt als een wat uitbundiger vorm van bekering dan alleen maar in de as zitten, zoals Job bijvoorbeeld deed, en zoals ook van anderen in de Bijbel wordt gezegd. Ze krijgen te horen dat ze in de as moeten rondrollen. Met andere woorden, je moet je vol overgave bekeren. Je moet daarin tot het uiterste gaan. Je moet een stap verder gaan dan gewone bekering. Rouw alsof je rouwde om het verlies van je enige zoon. Dat is waarschijnlijk de diepste vorm van rouw. Dat is waarschijnlijk de diepste vorm van verdriet. Zulk verdriet heb je nodig.

^p43

### 7. Jeremia toetst het volk als een keurmeester

*14:33 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h7*

> Ik heb u aangesteld tot keurmeester onder Mijn volk, tot een vesting, opdat u hun weg zou kennen en beproeven.
>
> — Jeremia 6:27

^p44

Een keurmeester is natuurlijk iemand die de zuiverheid van goud en zilver en dergelijke dingen onderzoekt. Jeremia heeft dus als het ware die rol: kijken wat voor metaal deze mensen zijn. Hij beproeft dus hun karakter. In het Engels maakt de spreker hier een woordspeling met ‘metal’ (metaal) en ‘mettle’ (karakter).

^p45

> [28] Zij allen zijn de afvalligsten van de afvalligen, zij gaan rond met lasterpraat, als koper en ijzer zijn ze, verdervers zijn het, allemaal. [29] De blaasbalg is verbrand, het lood is door het vuur vergaan, tevergeefs heeft de smelter zo ijverig gesmolten, want de slechten zijn niet uitgezuiverd.
>
> — Jeremia 6:28-29

^p46

Dit is waarschijnlijk het beeld van het opstoken van een vuur om goud te smelten en de slakken eruit te halen, of om zilver te smelten en de slakken eruit te halen. Er staat:

^p47

> [29] De blaasbalg is verbrand, het lood is door het vuur vergaan, tevergeefs heeft de smelter zo ijverig gesmolten, want de slechten zijn niet uitgezuiverd. [30] Verworpen zilver noemt men hen, want de HEERE heeft hen verworpen.
>
> — Jeremia 6:29-30

^p48

Hij zegt dat de woorden van Jeremia dienen om te toetsen of hier werkelijk zilver of goud aanwezig is. Of er iets van waarde is, iets wat het waard is om te behouden of het vuur te overleven. Dat is er niet. Deze mensen zijn niets waard. Ze zijn brons en ijzer.

^p49

Dat er van hen wordt gezegd dat ze brons en ijzer zijn in plaats van goud en zilver, doet denken aan wat Jesaja in hoofdstuk 60 zei toen hij het over het nieuwe Jeruzalem had. Hij deed een uitspraak die daar zomaar staat, zonder enige uitleg, en die door deze beeldspraak misschien enigszins wordt verklaard. De mensen die goud en zilver zouden moeten zijn, zijn in werkelijkheid brons en ijzer, in wezen waardeloos. Het zijn geen edelmetalen.

^p50

In Jesaja 60, vers 17, staat:

^p51

> In plaats van koper zal Ik goud brengen, in plaats van ijzer zal Ik zilver brengen, in plaats van hout koper, in plaats van stenen ijzer. En als uw opzichter stel Ik vrede aan en als uw opzieners gerechtigheid.
>
> — Jesaja 60:17

^p52

Dit gaat waarschijnlijk over mensen: dat mensen die waardeloos zijn, brons en ijzer, vervangen zullen worden door mensen die goud en zilver zijn.

^p53

Dit is belangrijk, omdat het in Jesaja gaat over de val van het oude Jeruzalem en de komst van het nieuwe Jeruzalem. Het oude Jeruzalem werd gekenmerkt door mensen zoals Jeremia die beschrijft. Ze zijn brons, ze zijn ijzer, waardeloos wat God betreft. Maar de mensen van het nieuwe Jeruzalem zijn mensen die echt, zuiver goud zijn, zuiver zilver, mensen aan wie God waarde hecht.

^p54

### 8. God redt Zijn kostbare overblijfsel

*17:32 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h8*

Kijk eens wat God in Maleachi hoofdstuk 3 zei. Wanneer Maleachi het heeft over het oordeel over Jeruzalem in het jaar 70 na Christus, waar hoofdstuk 3 grotendeels over gaat, staat er in Maleachi 3:16 en 17 dit korte gedeelte over het overblijfsel. Maleachi 3:16 en 17 zegt:

^p55

> [16] Dan spreken zij die de HEERE vrezen, ieder tot zijn naaste: De HEERE slaat er acht op en luistert. Er is een gedenkboek geschreven voor Zijn aangezicht, voor wie de HEERE vrezen en wie Zijn Naam hoogachten. [17] En zij zullen voor Mij, zegt de HEERE van de legermachten, op de dag die Ik maken zal, een persoonlijk eigendom zijn. Ik zal hen sparen, zoals een man zijn zoon spaart die hem dient.
>
> — Maleachi 3:16-17

^p56

Dat is het overblijfsel in Israël.

^p57

Het is alsof je, wanneer het huis in brand staat, niet alles naar buiten kunt halen. Je moet snel uit het vuur wegkomen, maar je grijpt de dingen die voor jou het waardevolst zijn. Je zou zeker je zoon redden. Je zou je kinderen grijpen, ze naar buiten brengen, en je zilver en je goud, je juwelen. Je haalt je juwelen uit het huis omdat ze waardevol zijn. Je laat het huis boven op al het andere instorten, maar je neemt de kostbaarheden mee. Je neemt je kinderen mee, je neemt je juwelen mee. En Hij zegt dat wanneer Jeruzalem getroffen wordt door deze allesverterende brand, deze holocaust in het jaar 70 na Christus, al het afval, alle waardeloze spullen, verbrand zullen worden. Maar God zal de waardevolle dingen redden. Het overblijfsel werd uit Jeruzalem gered. Zij waren als de juwelen die God uit het huis redde, of als Zijn kinderen. [Vertalersnoot: waar het Nederlandse citaat van Maleachi 3:17 ‘een persoonlijk eigendom’ heeft, spreekt de gebruikte Engelse vertaling over ‘Mijn juwelen’.] God vergelijkt Zijn volk dus met waardevolle dingen die het bewaren waard zijn, tegenover dingen die het bewaren niet waard zijn. Zilver en goud zijn een beeld dat Hij daar in Jesaja en in Jeremia gebruikt.

^p58

### 9. De gemeente bouwen met goud en zilver

*19:45 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h9*

Ik wil er even op wijzen dat dit misschien enig licht werpt op de uitleg van Paulus' woorden in 1 Korinthe 3, die zo vaak verkeerd begrepen worden. Bedenk dat Paulus in 1 Korinthe 3, in vers 9, het volgende zei. En in die context betekent ‘wij’ Paulus en Apollos:

^p59

> Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.
>
> — 1 Korinthe 3:9

^p60

Met ‘jullie’ bedoelt hij de gemeente in Korinthe. Jullie zijn Gods akker. Jullie zijn Gods bouwwerk. Jullie zijn dus Gods akker, en Apollos en ik zijn werkers op die akker. Ik plant en hij geeft water. Jullie zijn Gods bouwwerk. Apollos en ik zijn werkers aan dat gebouw. Ik heb het fundament gelegd. Apollos en anderen komen op dat fundament bouwen.

^p61

Hij heeft het over christelijke werkers die de gemeente tot ontwikkeling brengen, die de gemeente bouwen. Hij zegt in vers 12:

^p62

> Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro,
>
> — 1 Korinthe 3:12

^p63

Paulus heeft het over het bouwen van de gemeente. Hij heeft het over mensen zoals Apollos, die na hem komen. Paulus heeft het fundament gelegd. Anderen, zoals Apollos, zullen komen en op dat fundament bouwen. Waarmee zullen zij de gemeente bouwen? Zullen ze de gemeente bouwen met hout, hooi en stro? Als dat zo is, zal die gemeente ten onder gaan. Ze zal de beproeving niet doorstaan. Christenen zullen met vurige beproevingen te maken krijgen, en gemeenten die met hout, hooi en stro gebouwd zijn, zullen verteerd worden. Er zal niets overblijven. De voorganger die ze heeft gebouwd, wordt misschien behouden, maar hij zal geen enkele beloning krijgen, omdat zijn werken niet standhielden.

^p64

Maar als je de gemeente bouwt met goud en zilver en edelstenen, dan zijn dat beelden uit het Oude Testament voor mensen die werkelijk godvruchtig zijn. Dan zal de gemeente die je bouwt de beproevingen doorstaan. De voorganger die de gemeente op die manier heeft gebouwd, zal aan het einde een beloning krijgen. Dat is waar Paulus het over heeft.

^p65

Predikers gebruiken deze passage gewoonlijk om te zeggen: ‘Het fundament is Jezus in je leven.’ Nu bouw je je leven met hout, hooi en stro, of met goud, zilver en edelstenen. Op de oordeelsdag zal wat je met je leven hebt gedaan óf verbranden óf niet. Als je je leven alleen maar hebt verspild aan goddeloze dingen,

^p66

> Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.
>
> — 1 Korinthe 3:15

^p67

Je zult je beloningen verliezen.

^p68

Maar daar heeft Paulus het niet over. Hij heeft het niet over individuele levens. Hij heeft het over het bouwen van de gemeente. Hij zegt tegen de gemeente:

^p69

> Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.
>
> — 1 Korinthe 3:9

^p70

Apollos en ik zijn werkers op het veld en aan het gebouw. We planten, geven het veld water, leggen fundamenten en bouwen op de fundamenten van het gebouw. Dit is wat christelijke werkers doen. Zo wordt de gemeente opgebouwd. Hij zegt:

^p71

Een werker kan de gemeente bouwen met goud, zilver en edelstenen, of zonder.

^p72

Wat hij heeft gedaan, zal op de proef worden gesteld.

^p73

De gemeente in Amerika zal misschien met beproevingen te maken krijgen. Misschien krijgen we al met beproevingen te maken, en misschien komen er nog ergere. We zullen zien welke gemeenten die gebouwd zijn, nog steeds gemeenten zullen zijn, en welke musea zullen zijn. Want er zijn gemeenten die met hout, hooi en stro gebouwd zijn. De mensen die de muren vormen, zijn geen levende stenen. Ze zijn brandbaar, ontvlambaar materiaal. Het zijn mensen die niet werkelijk bekeerd zijn volgens het echte Evangelie. Ze zijn om de verkeerde redenen gekomen. Ze hebben de verkeerde drijfveren. Ze hebben zich niet aan Christus overgegeven. Wanneer de vervolging komt, zullen ze weg zijn. Ze zullen niet blijven.

^p74

Maar als je een gemeente bouwt door het Evangelie van het Koninkrijk te prediken, de heerschappij van Jezus, en mensen geven zich aan Hem over, dan zijn zij de echte christenen. Dan bouw je een gebouw van levende stenen, van goud en zilver en edelstenen. Zo'n gemeente zal beproeving doorstaan. Dat is in de afgelopen eeuw of daaromtrent in veel landen gebleken, toen de communisten de macht overnamen in delen van Oost-Europa en in China. Sommige kerkgebouwen daar werden eenvoudigweg musea. Andere gemeenten overleefden in de bossen, 's nachts, ondergronds, omdat daar echte christenen waren. Degene die die gemeente had gebouwd, die de ondergrondse gemeente werd, had de juiste materialen gebruikt.

^p75

Jeruzalem in de tijd van Jeremia bestond niet uit de juiste materialen. Ze waren waardeloos. Hij was een keurmeester van metalen, en hij kon niet concluderen dat ze goud en zilver waren, maar juist het tegenovergestelde. Ze waren brons en ijzer, niet echt waardevol. Wanneer de stad afbrandt, grijp je niet al je centen, je koperen centen, om ze uit je huis te halen. Tenzij je er misschien een pot met duizenden van hebt. Maar als de centen op je bureau liggen, laat je ze gewoon liggen wanneer je wegrent. Je grijpt je goudstaven. Deze mensen zijn het niet waard om te behouden, dat is wat hij zegt. Ze zijn niet waardevol.

^p76

### 10. De tempel biedt geen garantie op veiligheid

*25:28 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h10*

Nu Jeremia hoofdstuk 7. Dit is een heel goed hoofdstuk. Er staan dingen in die voor ons heel waardevol zijn. Jeremia gaat daadwerkelijk naar de tempel en profeteert daar, in de voorhoven van de tempel zelf. Wat hij hier aan de orde stelt, is de houding die veel Joden hadden. Omdat de tempel in Jeruzalem stond, en dat Gods huis was, zou God dus nooit toelaten dat Jeruzalem in handen van heidense invallers viel. Gods tempel was als een geluksbrenger waarop ze vertrouwden om zombies of zoiets af te weren. Ze dachten dat Gods tempel zou verhinderen dat welke aanvaller dan ook succes zou hebben. Want God zou Zijn tempel tot elke prijs verdedigen, wat er ook gebeurde.

^p77

Jeremia's boodschap is dat dit niet helemaal waar is. Hij zei:

^p78

> Want ga toch naar Mijn plaats die in Silo was, daar waar Ik vroeger Mijn Naam heb laten wonen, en zie wat Ik daarmee gedaan heb vanwege de slechtheid van Mijn volk Israël.
>
> — Jeremia 7:12

^p79

Dat is een goede vraag. Waar was de tabernakel in Silo? De tabernakel van Silo bestond tegen die tijd blijkbaar niet meer, en naar alle waarschijnlijkheid al lang daarvoor niet meer. Hij was verlaten. Hij was ooit Gods huis geweest, zoals de tempel dat op dat moment was. Daar stond de ark. Daar dienden de priesters. Daar gingen mensen naartoe om God te ontmoeten. Daar was het heilige der heiligen.

^p80

Maar dat was niet meer zo. Hij was onder Gods oordeel gekomen bij een of andere gebeurtenis die niet is opgetekend. We hebben geen enkel verslag van hoe dat is gebeurd. Maar Jeremia neemt als vaststaand aan dat God Silo heeft verwoest, ongetwijfeld als een daad van oordeel. In principe verschilde dat niet veel van wat Hij zou doen door hier de tempel te verwoesten.

^p81

Dus hij herinnert hen aan Silo en zegt in wezen: wat God met Silo heeft gedaan, gaat Hij hier ook doen. Silo had immers de tabernakel. Jeruzalem heeft de tempel. Wat is het verschil? Als God Silo wilde verwoesten terwijl de tabernakel daar stond, waarom zou Hij Jeruzalem dan niet verwoesten terwijl de tempel daar stond, als Hij daar dezelfde goede reden voor had? Dat is in wezen wat de boodschap hier zal zijn.

^p82

> [1] Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia: [2] Ga in de poort van het huis van de HEERE staan, en predik daar dit woord, en zeg: Hoor het woord van de HEERE, heel Juda, u die door deze poorten binnengaat om zich voor de HEERE neer te buigen. [3] Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laat uw wegen en uw daden goed zijn, dan laat Ik u wonen in deze plaats. [4] Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit!
>
> — Jeremia 7:1-4

^p83

Ze zeggen alleen maar: ‘Dit is Gods tempel hier. Dit is Gods tempel hier.’ Het is als een vastgelopen plaat, alsof dat iets wezenlijks zegt over hun toekomst. Dat doet het niet. Je kunt het zo vaak zeggen als je wilt. Het zal geen enkel verschil maken, want hij gaat eraan als jullie je wegen niet beteren.

^p84

### 11. Onrecht maakt Gods huis tot een rovershol

*28:38 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h11*

> [5] Als u echter uw wegen en uw daden werkelijk betert, als u werkelijk recht doet tussen iemand en zijn naaste, [6] als u de vreemdeling, de wees en de weduwe niet onderdrukt, geen onschuldig bloed in deze plaats vergiet, en geen andere goden achternagaat, uzelf ten kwade, [7] dan zal Ik u in deze plaats, in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, laten wonen, eeuw uit en eeuw in. [8] Zie, u vertrouwt op bedrieglijke woorden, die niet van nut zijn. [9] Stelen, doodslaan, overspel plegen, valse eden afleggen, reukoffers brengen aan de Baäl, andere goden achternagaan, die u niet gekend hebt, [10] en dan voor Mijn aangezicht komen staan in dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, en zeggen: Wij zijn gered — om al deze gruweldaden te doen?
>
> — Jeremia 7:5-10

^p85

Met andere woorden, God heeft ons veilig bewaard zodat we deze heidense levensstijl kunnen blijven voortzetten. God heeft ons van onze vijanden verlost zodat we gewoon kunnen doorgaan met overspel, moorden, stelen, vals zweren en Baäl aanbidden. Dat is wat ze zeggen.

^p86

> Is dan dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? Ook Ik, zie, Ik heb het gezien, spreekt de HEERE.
>
> — Jeremia 7:11

^p87

Dit is het vers dat Jezus aanhaalde toen Hij in Mattheüs 21:13 zei:

^p88

> En Hij zei tegen hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt.
>
> — Mattheüs 21:13

^p89

Dat is eigenlijk een citaat uit Jesaja. Maar dan zegt Hij:

^p90

Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt, waarmee Hij dit vers aanhaalt.

^p91

In de dagen van Jeremia was het huis van God een rovershol geworden, en het zou door de Babyloniërs worden verwoest. In de dagen van Jezus was het huis van God een rovershol geworden. Het zou door de Romeinen worden verwoest. Jezus bevond Zich in een vergelijkbare situatie, en het huis van God verkeerde in Zijn dagen in een vergelijkbare toestand: een rovershol.

^p92

> [12] Want ga toch naar Mijn plaats die in Silo was, daar waar Ik vroeger Mijn Naam heb laten wonen, en zie wat Ik daarmee gedaan heb vanwege de slechtheid van Mijn volk Israël. [13] Welnu, omdat u al deze daden doet, spreekt de HEERE, en Ik vroeg en laat tot u sprak, maar u niet geluisterd hebt, en Ik u geroepen heb, maar u niet geantwoord hebt, [14] zal Ik met dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, waarop u vertrouwt, en met deze plaats, die Ik u en uw vaderen gegeven heb, doen zoals Ik met Silo heb gedaan. [15] Ik zal u van voor Mijn aangezicht wegwerpen, zoals Ik al uw broeders weggeworpen heb, heel het nageslacht van Efraïm.
>
> — Jeremia 7:12-15

^p93

Dat is het noordelijke koninkrijk Israël.

^p94

### 12. Geen voorbede meer voor een afgodisch volk

*31:37 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h12*

> En u, bid niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep of gebed aan, dring niet bij Mij aan, want Ik zal niet naar u luisteren.
>
> — Jeremia 7:16

^p95

zegt God tegen Jeremia. Hij herhaalt dat in hoofdstuk 11, vers 14, en later ook in hoofdstuk 14, vers 11. Het is een soort terugkerend refrein:

^p96

Bid niet voor dit volk.

^p97

Het is alsof ze zich niet meer kunnen bekeren. Predik tegen hen, maar bid niet voor hen. Waarom? Omdat God de gebeden niet gaat verhoren. God gaat hen niet meer van zonde overtuigen. Hij heeft hen opgegeven, zoals Romeinen hoofdstuk 1 zegt dat God uiteindelijk doet met mensen die God kennen, maar die de kennis van God niet in hun hart willen bewaren. Daarom laat God hen hun eigen gang gaan, geeft Hij hen over aan een verwerpelijk denken. Hij heeft hen opgegeven. Hij zal niet blijven ingaan op gebeden voor hen. Toch blijf je tegen hen prediken, omdat dat hun verantwoordelijkheid zal vergroten. Maar ze zullen geen goddelijke hulp krijgen om tot bekering te komen.

^p98

> [17] Ziet u niet wat zij doen in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem? [18] De kinderen sprokkelen hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin van de hemel. Zij gieten plengoffers uit voor andere goden, zodat zij Mij tot toorn verwekken.
>
> — Jeremia 7:17-18

^p99

Welnu, de koningin van de hemel is Isjtar, de vrouw van Baäl. Natuurlijk noemen de rooms-katholieken Maria de koningin van de hemel. Dat komt alleen doordat ze de terminologie van de Baälaanbidding hebben overgenomen toen ze dat hele gedoe met die Maria-aanbidding tot een instelling maakten. Maar de koningin van de hemel was een term die verwees naar Isjtar, de vrouw van Baäl. Terwijl ieder mens van nu daarbij zou denken aan een verwijzing naar Maria, als hij ook maar enigszins bekend is met het katholicisme.

^p100

Het is iets waar het hele gezin aan meedoet. Het is alsof je de kinderen helemaal netjes aankleedt voor de zondagsschool, het hele gezin netjes wast en opknapt, ze in de auto zet en naar het huis van Isjtar rijdt. Betrek de kinderen erbij. Laat ze de takken verzamelen, zodat je het vuur kunt maken om het brood te bakken. Papa zal het vuur maken. Kinderen, breng de takken. Mama zal het deeg kneden. We doen allemaal mee aan deze leuke kleine bezigheid: koeken maken om aan deze heidense godin te offeren. Met andere woorden, ieder gezinslid zet zich volledig in voor deze afgoderij.

^p101

Hij zegt dat ze dit doen:

^p102

> [18] De kinderen sprokkelen hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin van de hemel. Zij gieten plengoffers uit voor andere goden, zodat zij Mij tot toorn verwekken. [19] Verwekken zij Mij tot toorn? spreekt de HEERE. Doen zij het zichzelf niet aan, tot schande van hun eigen gezicht? [20] Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Mijn toorn en grimmigheid zullen uitgegoten worden over deze plaats, over de mensen en over de dieren, over de bomen op het veld en over de vruchten van het land. Die zullen branden en niet geblust worden.
>
> — Jeremia 7:18-20

^p103

zegt de HEERE.

^p104

Daar heb je dat onuitblusbare vuur weer. Maar dit gaat over de verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus. Het gaat niet over de hel.

^p105

### 13. God verlangt gehoorzaamheid boven offers

*35:01 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h13*

> [21] Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Voeg uw brandoffers toe aan uw slachtoffers, eet vlees, [22] want Ik heb met uw vaderen op de dag dat Ik hen uit het land Egypte leidde, niet gesproken en hun evenmin iets geboden over zaken die betrekking hebben op brandoffers en slachtoffers.
>
> — Jeremia 7:21-22

^p106

Deze Engelse vertaling is een beetje misleidend, want dat deed Hij natuurlijk wel. Toen ze uit Egypte kwamen, sprak Hij in Leviticus heel veel tegen hen over offers en brandoffers, kort nadat ze uit Egypte waren gekomen. Maar deze vertaling is een vergissing. Er zou niet moeten staan ‘concerning burnt offerings’, ‘over brandoffers’. Er zou moeten staan ‘for the sake of burnt offerings’, ‘ter wille van brandoffers’.

^p107

Dat wil zeggen, het was niet omdat Ik zo naar brandoffers verlangde dat Ik jullie uit Egypte heb gered. Dat is niet waarom Ik dat deed. Ik zocht een relatie met jullie. Offers en brandoffers maakten deel uit van de aanbidding die Ik geboden had, maar daar ging het niet om. Het is niet zo dat jullie de relatie kunnen negeren en Mij gewoon de brandoffers kunnen geven, en dat Ik dan tevreden ben. Daarvoor heb Ik jullie niet uit Egypte geleid.

^p108

> Maar deze zaak heb Ik hun geboden: Luister naar Mijn stem. Dan zal Ik u tot een God zijn, en ú zult Mij tot een volk zijn. Bewandel heel de weg die Ik u gebieden zal en het zal u goed gaan.
>
> — Jeremia 7:23

^p109

Dat is wat Ik wilde, geen brandoffers. Ik wilde gehoorzaamheid, geen offers.

^p110

> Maar Samuel zei: Heeft de HEERE evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in het gehoorzamen aan de stem van de HEERE? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen.
>
> — 1 Samuel 15:22

^p111

zei Samuel tegen Saul. Jullie dachten dat Ik alleen maar offers wilde. Nee, wat heb Ik jullie gezegd? Ik heb jullie gezegd:

^p112

Luister naar Mij, dan zal Ik jullie God zijn en zullen jullie Mijn volk zijn, en leef zoals Ik jullie heb opgedragen, zodat het goed met jullie gaat.

^p113

Daarvoor heb Ik jullie uit Egypte geleid.

^p114

### 14. Een volk dat niet naar de profeten luistert

*37:13 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h14*

> [24] Maar zij hebben niet geluisterd en hun oor niet geneigd, maar ze gingen in hun eigen opvattingen voort overeenkomstig hun verharde, boosaardige hart. Zij gingen achterwaarts en niet voorwaarts. [25] Vanaf de dag dat uw vaderen uit het land Egypte vertrokken zijn tot op deze dag, zond Ik elke dag, vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, tot u. [26] Uw vaderen hebben echter niet naar Mij geluisterd en hebben hun oor niet geneigd. Zij waren halsstarrig en maakten het erger dan hun vaderen. [27] U moet al deze woorden tot hen spreken, maar zij zullen niet naar u luisteren.
>
> — Jeremia 7:24-27

^p115

God zegt tegen Jeremia:

^p116

> [27] U zult wel tegen hen roepen, maar zij zullen u niet antwoorden. [28] Zeg daarom tegen hen: Dit is het volk dat naar de stem van de HEERE, zijn God, niet luistert en de vermaning niet aanvaardt. De waarheid is vergaan, zij is uit hun mond uitgeroeid. [29] Scheer uw gewijde hoofdhaar af en werp het weg. Hef op de kale hoogten een klaaglied aan, want de HEERE heeft verworpen en verlaten de generatie van Zijn verbolgenheid.
>
> — Jeremia 7:27-29

^p117

Het afknippen van het haar zou een teken van rouw of bekering zijn. Er staat:

^p118

In plaats van de waarheid uit jullie mond weg te snijden, zouden jullie je haar moeten afknippen en rouwen. [Vertalersnoot: de spreker speelt met de Engelse woorden ‘cut off’, die in zijn Bijbelvertaling zowel voor het uitroeien van de waarheid als voor het afknippen van het haar worden gebruikt.]

^p119

Vers 30:

^p120

### 15. Afgoden en kinderoffers in het dal Hinnom

*38:44 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h15*

> Want de Judeeërs hebben gedaan wat kwaad is in Mijn ogen, spreekt de HEERE, zij hebben hun afschuwelijke afgoden opgesteld in het huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, zodat zij dat verontreinigen.
>
> — Jeremia 7:30

^p121

Blijkbaar had Manasse een Asjerapaal in de tempel neergezet. Daar, midden in de tempel van God, stond een afgodsbeeld voor Asjera, die Isjtar was, de koningin van de hemel.

^p122

> En zij hebben de hoogten van Tofet gebouwd, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters in het vuur te verbranden. Dat heb Ik niet geboden en is niet in Mijn hart opgekomen.
>
> — Jeremia 7:31

^p123

We hebben van Tofet gehoord. Tofet is een Hebreeuws woord dat ‘de trommel’ betekent. Waarom deze plaats ‘de trommel’ werd genoemd, weet ik niet. Misschien waren daar ceremonies waarbij werd getrommeld. Misschien deed de vorm van het dal daar iemand aan het vel van een trommel denken. Wie zal het zeggen? Maar de plaats werd Tofet genoemd. Ze werd ook het Dal van de Zoon van Hinnom genoemd. Dat is het Dal van Hinnom ten zuidwesten van Jeruzalem, net buiten de muren van de Oude Stad.

^p124

Er staat:

^p125

Ze hebben Tofet opgericht. Ze hebben de offerplaatsen van Tofet gebouwd, in het dal van de zoon van Hinnom, om hun zonen en dochters in het vuur te verbranden, iets wat Ik nooit heb opgedragen en wat nooit bij Me is opgekomen.

^p126

Trouwens, Ik heb het niet alleen niet geboden; het is niet eenvoudigweg: ‘Ik ben vergeten het te noemen.’ Het is niet: ‘Ik wilde echt wel dat jullie dit deden; Ik ben alleen vergeten het te noemen.’ ‘Ik heb nooit gewild dat jullie het deden. Het is nooit in Mijn hart opgekomen om jullie zoiets te vragen.’

^p127

Hun zonen verbranden voor Moloch. Moloch was die god die, geloof ik, een geitenkop en een menselijk lichaam had. Zijn armen waren bij de ellebogen naar voren gestrekt, met de handen omhoog. Hij was hol en van brons. Ze stookten er een vuur in, zodat hij roodgloeiend werd. Dan namen ze levende baby's, legden die in de handen van dit roodgloeiende afgodsbeeld en verbrandden ze levend.

^p128

Je zou denken dat ze misschien medelijden met de baby zouden krijgen wanneer die het uitschreeuwt van de pijn terwijl hij levend wordt verbrand. Geen zorgen, daar hadden ze iets op gevonden. Zodra ze de baby in de armen legden, begon het orkest te spelen, met trompetten en lawaai. En de mensen dansten en hielden een orgie voor het afgodsbeeld. Zo aanbaden ze Moloch in het Dal van Hinnom. Dit is wat Manasse deed. Er staat daadwerkelijk in de Schrift dat Manasse zijn eigen zonen door het vuur liet gaan. Dat is de verhullende uitdrukking voor het verbranden van je kinderen voor Moloch.

^p129

Er staat:

^p130

### 16. Tofet wordt een dal vol doden

*41:30 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h16*

> [31] En zij hebben de hoogten van Tofet gebouwd, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters in het vuur te verbranden. Dat heb Ik niet geboden en is niet in Mijn hart opgekomen. [32] Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat het niet meer Tofet of het dal Ben-Hinnom zal genoemd worden, maar Moorddal. Men zal in Tofet begraven, omdat er nergens anders plaats zal zijn. [33] De dode lichamen van dit volk zullen tot voedsel zijn voor de vogels in de lucht en de dieren op de aarde, en niemand zal ze schrik aanjagen. [34] En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem de stem van de vreugde en de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid doen ophouden, want het land zal tot een verwoesting worden.
>
> — Jeremia 7:31-34

^p131

Deze verwijzing naar Tofet dat met lijken wordt gevuld, is heel goed mogelijk letterlijk bedoeld. Het is niet zeker of dit letterlijk is gebeurd, maar hij schetst in elk geval een beeld. Tofet is het dal vlak naast de stad. Het idee is dat de Babyloniërs bij hun inval in de stad zoveel Joden zullen afslachten dat ze de lijken ergens moeten laten, en het dal komt daarvoor goed uit. Ze zullen gewoon alle lijken in het Dal van Hinnom gooien.

^p132

Jesaja had het Dal van Hinnom ook genoemd. Hij noemde Tofet, en hij noemde daar een brandstapel voor de doden. Veel mensen geloven dat Tofet, het Dal van Hinnom, in die tijd al ergens voor werd gebruikt. Velen zeggen dat toen Josia aan de macht kwam — nou, we weten dat hij het Dal van Hinnom heeft verontreinigd en het afgodsbeeld voor Moloch heeft neergehaald. Dat staat in de Schrift opgetekend. Maar wat er daarna met het Dal van Hinnom gebeurde, staat niet precies in de Schrift opgetekend. Jesaja verwijst daar natuurlijk wel naar als een brandstapel voor de doden.

^p133

Er bestaat een overlevering dat het een vuilnisbelt was, dat de Joden het daadwerkelijk gebruikten om er voortdurend vuren te laten branden. Ze brachten al het afval uit de stad daarheen en gooiden het erin, en ze hielden de vuren dag en nacht brandend. Ook wordt beweerd dat misdadigers soms, wanneer ze ter dood waren gebracht, in het dal van Hinnom werden gegooid in plaats van een behoorlijke begrafenis te krijgen.

^p134

Deze overleveringen worden niet door heel vroege bronnen bevestigd. Er zijn enkele christelijke schrijvers die ze weerleggen en zeggen: ‘Nou, we hebben geen echt bewijs dat het dal van Hinnom een vuilnisbelt was.’ Nou, misschien hebben we dat ook niet. Het kan zijn dat het dat was, en het kan zijn dat het dat niet was. Maar of het nu wel of niet zo was, we hebben wel Bijbels bewijs dat het werd gebruikt als een beeld van de plaats waar de lijken van de gedoden na de verwoesting van Jeruzalem zouden worden opgehoopt. Er is geen reden om te geloven dat dit niet letterlijk was. Jeremia voorspelde dat het dal van Hinnom het Moorddal zou worden genoemd vanwege de grote hoeveelheid lichamen die daar zouden liggen. En die zouden blijkbaar onbedekt blijven liggen, zodat de vogels ervan konden eten. Dit is ofwel letterlijk gebeurd, of het was op zijn minst een figuurlijke manier om te zeggen hoeveel lichamen er zouden zijn: genoeg om het dal van Hinnom te vullen.

^p135

### 17. Gehenna als oordeel over Jeruzalem

*44:48 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h17*

Maar het punt dat ik elke keer maak wanneer we op dit onderwerp komen, is dat dit een term is waar Jezus over sprak. Jezus sprak over Gehenna, en Gehenna betekent het dal van Hinnom. Dus toen Jezus dreigde dat mensen in het dal van Hinnom zouden worden geworpen, was dat in hetzelfde verband als waarin Jeremia erover sprak. Dat wil zeggen, Jeremia zei dat de Babyloniërs Jeruzalem zouden verwoesten en dat de lijken van de gedoden zo talrijk zouden zijn dat ze het dal van Hinnom zouden vullen.

^p136

Jezus bevindt Zich in een soortgelijke situatie. Jeruzalem zal door de Romeinen worden binnengevallen. Er zullen veel lijken zijn. Hij zegt tegen Zijn volk, de mensen in Jeruzalem die Zijn boodschap afwijzen:

^p137

> Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur. [Vertalersnoot: ‘het helse vuur’ vertaalt hier het Griekse ‘de Gehenna van het vuur’; Gehenna verwijst naar het dal van Hinnom.]
>
> — Mattheüs 5:22

^p138

Hij verwijst er verschillende keren naar in Zijn onderwijs. Naar mijn idee lijkt het erop dat Hij het op precies dezelfde manier gebruikt als Jeremia.

^p139

Van oudsher wordt Gehenna in onze Bijbels vertaald als hel, dus de meeste mensen nemen gewoon aan dat Gehenna hel betekent. Het is een traditionele vertaling. Er is geen Bijbelse reden om het hel te noemen. Er kan een culturele reden voor zijn. De rabbijnen waren namelijk in de periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament het woord Gehenna gaan gebruiken om te spreken over een hiernamaals voor de goddelozen, een plaats waar de goddelozen een jaar lang, twaalf maanden lang, gestraft werden. Het was geen plaats van eeuwige pijniging, maar volgens sommige rabbijnen een plaats van vernietiging en volgens andere een plaats van loutering. Als je verschillende rabbijnen leest, zie je dat sommigen van hen dachten dat Gehenna de plaats was waar mensen zouden verbranden. Sommigen dachten dat het de plaats was waar ze gestraft zouden worden en daarna weer in de hemel zouden worden opgenomen. Het is duidelijk dat deze verschillende opvattingen over de hel zelfs vandaag onder christenen bestaan.

^p140

Maar dit zijn rabbijnse speculaties. De rabbijnen waren vóór de tijd van Jezus het woord Gehenna op die manier gaan gebruiken, maar het Oude Testament deed dat niet. Geen enkele geïnspireerde schrijver heeft dat ooit gedaan. Er is geen Bijbelse reden om te zeggen dat Gehenna iets na dit leven in de hel betekent. Dat was een rabbijns idee. Maar omdat de rabbijnen met dit idee waren gekomen en Jezus vaak over Gehenna of het dal van Hinnom sprak, geloven veel geleerden dat Hij het gebruikte zoals de rabbijnen het gebruikten. Dat is een mogelijkheid. Het is die overtuiging die de Engelse vertalers ertoe bracht Gehenna als hel te vertalen, omdat ze geloofden dat Jezus Gehenna gebruikte zoals de rabbijnen dat deden.

^p141

Ik zou willen voorstellen dat het waarschijnlijker is dat Hij het gebruikte zoals Jeremia dat deed. Jezus had nooit veel respect voor de rabbijnen en hun leringen en hun overleveringen. Het is moeilijk voor te stellen dat rabbijnen, die niet door God geïnspireerd waren, met een theorie over het hiernamaals zouden komen die juist was. Hoe zouden ze dat weten? Ze gissen maar wat. Waarom zou Jezus bevestigen wat de rabbijnen hierover zeiden? Als Hij dat deed, suggereert dat dat de niet-geïnspireerde rabbijnen het bij het gissen over het hiernamaals bij het rechte eind hadden. En misschien hadden ze dat ook. Misschien hadden ze inderdaad goed gegist.

^p142

Maar het is opmerkelijk dat God de geïnspireerde profeten nooit iets over het hiernamaals heeft geopenbaard. Het wordt in het Oude Testament nergens genoemd. Wat de rabbijnen bedachten, was dus ontleend aan Egyptische en Perzische religieuze ideeën over het hiernamaals. Het zou ongebruikelijk, vreemd zijn als Jezus dat zou onderschrijven en bevestigen. Maar het zou niet vreemd zijn als Hij Gehenna zou gebruiken zoals het in Jeremia en Jesaja wordt gebruikt.

^p143

Dus naar mijn mening volgde Jezus, toen Hij het woord Gehenna gebruikte, niet de rabbijnse traditie om het te gebruiken om over de hel te spreken. Ik denk dat Hij de profetische traditie volgde om het te gebruiken om te spreken over het oordeel dat over Jeruzalem zou komen. Dat is de betekenis die Jesaja en Jeremia er allebei aan gaven. En ik geloof dat dat waarschijnlijk de betekenis is die Jezus eraan gaf, omdat Hij Zich in een situatie bevond die overeenkwam met die van Jeremia.

^p144

### 18. Ontheiligde graven als laatste vernedering

*49:35 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h18*

Nu hoofdstuk 8.

^p145

> [1] In die tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen van de koningen van Juda, de beenderen van hun vorsten, de beenderen van de priesters, de beenderen van de profeten en de beenderen van de inwoners van Jeruzalem uit hun graven halen, [2] en ze uitspreiden voor de zon, voor de maan en voor heel het leger aan de hemel, die zij hebben liefgehad, die zij hebben gediend, die zij achterna zijn gegaan, die zij hebben geraadpleegd en waarvoor zij zich hebben neergebogen. Die zullen niet verzameld en niet begraven worden: als mest op de aardbodem zullen zij zijn. [3] Dan zal de dood verkozen worden boven het leven door heel het overblijfsel van hen die overgebleven zijn uit dit boosaardige geslacht, op alle plaatsen waar zij overgebleven zijn, waarheen Ik hen verdreven zal hebben, spreekt de HEERE van de legermachten.
>
> — Jeremia 8:1-3

^p146

Dit gaat over de tijd waarin de Babyloniërs de Joden naar Babel zouden wegvoeren. Daarover spreekt Hij in vers 3 met de woorden:

^p147

‘de plekken waar Ik ze naartoe heb verdreven’.

^p148

Maar blijkbaar zegt Hij dat de Babyloniërs, wanneer ze de stad zouden veroveren, onder andere de graven zouden ontheiligen. Gewoon om hun minachting te tonen, gewoon als belediging. Ze zouden de beenderen van de koningen en de vorsten en de priesters eruit halen en over de grond verspreiden, zodat de honden en de gieren zich erover konden ontfermen. Dit was iets wat in de ogen van de Joden, in de ogen van ieder mens in de oudheid, als afschuwelijk werd beschouwd. Ze wisten niet wat het hiernamaals inhield, maar ze wisten dat ze met respect herinnerd wilden worden door degenen die hen overleefden. Dat was de hoop van een oude man, of van welke man dan ook in Israël of in het Midden-Oosten, of op welk moment dan ook in de oudheid. Ze wisten niet of ze naar de hemel of de hel zouden gaan, of dat zo'n plaats bestond. Maar ze geloofden wel dat ze in de herinnering van hun nabestaanden geëerd konden worden. Maar hun beenderen uit het graf slepen, ze over de grond uitstrooien en ze voor de gieren en de honden laten liggen, dat was de uiterste vernedering.

^p149

Soms was het grote oordeel dat God over iemand als Izebel aankondigde, dat zo iemand niet begraven zou worden en dat de honden diegene zouden opeten. Je zou kunnen zeggen: ‘Als ik dood ben, wat kan het mij dan schelen of honden me opeten? Het kan me niet schelen of wormen me opeten of honden me opeten. Wat is het verschil?’ Maar het punt was dat het hun wel kon schelen. Ze wilden op een waardige manier herinnerd worden. Dat hun beenderen uit hun graf werden gehaald en in de openlucht werden neergelegd om door wilde dieren enzovoort te worden opgeruimd, was de laatste belediging, de uiteindelijke vernedering voordat de Babyloniërs de overlevenden wegvoerden.

^p150

### 19. Juda weigert terug te keren naar God

*52:30 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h19*

> [4] Zeg verder tegen hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen en niet weer opstaan? Of zal men zich afkeren en niet terugkeren? [5] Waarom heeft dan dit volk, Jeruzalem, zich afgekeerd met een altijddurende afkeer? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren terug te keren.
>
> — Jeremia 8:4-5

^p151

Hij zegt: als mensen vallen, staan ze dan niet weer op? Is dat niet normaal? Vallen mensen zonder weer op te staan? Wijken ze van het rechte pad af zonder terug te keren? Als mensen een fout maken, merken ze die fout doorgaans op en keren ze terug en herstellen ze die. Of als ze vallen, staan ze weer op. Maar Hij zegt: op de een of andere manier gaat die regel bij jullie niet op. Jullie zijn afvallig en jullie blijven afvallig worden. Je zou denken dat jullie afvallig zouden worden en dan zouden terugkeren, maar jullie worden alleen maar afvallig, en nog eens afvallig, en steeds weer afvallig. Het is een voortdurende afvalligheid.

^p152

> Ik heb er acht op geslagen en geluisterd: zij spreken wat juist niet behoorlijk is. Er is niemand die berouw heeft over zijn slechtheid door te zeggen: Wat heb ik gedaan? Eenieder keert zich af en draaft maar door, als een paard dat zich in de strijd stort.
>
> — Jeremia 8:6

^p153

God zegt:

^p154

Ik luisterde of er iemand spijt had en wilde veranderen. Ik hoorde niemand dat doen.

^p155

> Zelfs een ooievaar in de lucht kent zijn vaste tijden, tortelduif, zwaluw en kraanvogel nemen de tijd van hun aankomst in acht, maar Mijn volk kent niet het recht van de HEERE.
>
> — Jeremia 8:7

^p156

Deze negatieve vergelijking stelt de mensen voor als dommer dan dieren, in dit geval vogels, die we gewoonlijk niet als intellectuele wezens beschouwen. Over het algemeen worden vogels beschouwd als dieren met een vogelbrein, die niet erg slim zijn. Maar Hij zegt:

^p157

Zelfs zij weten dingen die Mijn volk niet weet.

^p158

Het lijkt sterk op de opmerking van Jesaja in Jesaja hoofdstuk 1, vers 3, waar hij zegt:

^p159

> Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.
>
> — Jesaja 1:3

^p160

De domme os, de domme ezel, die weten wie hun meester is. Hoe komt het dan dat Mijn volk niet weet wie zijn Meester is? De ezel weet waar hij thuishoort en waar hij zijn voedsel krijgt. Hoe komt het dat Mijn volk dit niet kan begrijpen? Met andere woorden, het is een belediging voor hun verstand dat ze ongunstig worden vergeleken met ezels, ossen en vogels.

^p161

### 20. Trekdieren volgen de weg die God hun wijst

*55:06 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h20*

Om je de waarheid te zeggen: het zou kunnen dat God die verbazingwekkende trekinstincten in ooievaars en zwaluwen enzovoort heeft gelegd om dit voorbeeld te kunnen geven. Je moet je toch afvragen waarom God al die verbazingwekkende dingen heeft gedaan met dieren en planten enzovoort, die zo ingewikkeld zijn dat wetenschappers er 6000 jaar over hebben gedaan om te leren wat we inmiddels weten. En wie weet wat er nog meer is. Ze zeggen dat er in het regenwoud waarschijnlijk meer soorten zijn die we nog niet hebben ontdekt dan soorten die we wel hebben ontdekt. Misschien is dat zo. Ik weet niet goed hoe iemand dat zou kunnen weten. Maar waar het om gaat, is dat God zoveel ingewikkelde dingen in de natuur heeft gelegd. En volgens mij heeft Hij die allemaal gemaakt om iets duidelijk te maken. Wanneer we ze uiteindelijk ontdekken, kunnen we proberen af te leiden wat Hij ermee duidelijk wilde maken.

^p162

Maar een van de dingen die al heel lang bekend zijn, kennelijk zelfs al in de tijd van Jeremia, is dat sommige vogels een trekinstinct hebben. Trouwens, we weten dat zalmen iets soortgelijks doen. Zeeschildpadden doen het, monarchvlinders doen het, kolibries doen het. Dieren hebben een trekinstinct, en dat is niet op natuurlijke wijze te verklaren. Ze leggen duizenden kilometers af. De ooievaar legt grotere afstanden af dan welke andere vogel ook. Hij gaat in de loop van een jaar in feite van Noord-Canada helemaal naar het zuidpoolgebied en weer terug. Hij weet waar hij naartoe gaat. Hij heeft geen navigatiekaarten. Hij heeft geen landkaarten. Hij kijkt naar beneden, en de helft van de tijd ziet hij alleen maar open oceaan, zonder herkenningspunten. En toch komt hij waar hij naartoe wil. De kolibries doen hetzelfde. Ze steken de Golf van Mexico over. Ze vliegen 800 kilometer over open water. Kolibries. Je zou denken dat een beetje wind ze uit de lucht zou slaan en dat het dan met ze gedaan zou zijn. Maar ze vliegen 800 kilometer over open water en komen terecht waar ze terecht willen komen. Dat is dezelfde plek waar hun ouders terechtkwamen. Hun grootouders en hun voorouders vlogen altijd naar dezelfde plek. Hoe weten ze dat?

^p163

Hoe weten de monarchvlinders dat ze vanuit New England dwars door het land en over een deel van de Golf van Mexico moeten vliegen om te paren in een groep bomen in Midden-Mexico, waar hun grootouders dat ook deden? Niet hun ouders, hun grootouders. Want hun ouders vlogen vandaar terug naar Massachusetts en stierven daar, legden hun eitjes, en hun jongen komen uit en vliegen terug naar de plek waar hun ouders geboren zijn, niet waar hun ouders hen ter wereld brachten. Ze zijn daar nog nooit geweest. Hoe weten ze waar ze naartoe gaan? Het is wonderbaarlijk. Het is een van die dingen die nooit op natuurlijke wijze te verklaren zullen zijn. God schept er ongetwijfeld behagen in zulke dingen te doen om de naturalisten op hun nummer te zetten en te laten zien dat ze niets weten.

^p164

Maar in dit geval haalt Hij het aan om te zeggen: deze vogels weten waar God wil dat ze naartoe gaan. Ze gaan precies op tijd. Ze gaan precies naar de plek waar Hij ze naartoe stuurt. Hoe komt het dat jullie niet gaan waar Ik jullie naartoe stuur? Zijn jullie minder intelligent dan zij?

^p165

### 21. Zonder Gods woord ontbreekt ware wijsheid

*58:31 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h21*

> [8] Hoe kunt u dan zeggen: Wij zijn wijs, en de wet van de HEERE is bij ons! Voorwaar, zie, de leugenpen van de schriftgeleerden heeft die wet tot leugen gemaakt. [9] De wijzen zullen beschaamd staan, ontsteld zijn en gevangen worden. Zie, zij hebben het woord van de HEERE verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben?
>
> — Jeremia 8:8-9

^p166

Dit is een geweldige retorische vraag. De wijzen die het Woord van de Heere hebben verworpen, wat voor wijsheid hebben ze eigenlijk? Waarom zou je je door hen laten intimideren? Als je een hoogleraar hebt die een eikel is en het christendom bespot en God bespot, laten studenten zich daar enorm door intimideren. Waarom? Wie is hij? Hij is gewoon een eikel die het Woord van de Heere verwerpt. Hij heeft geen enkele wijsheid in zich. Hij is niemand. Misschien is hij degene die je je cijfer geeft; misschien is dat de reden. Maar waar het om gaat, is dat hij niet indrukwekkend is.

^p167

Waarom zou je onder de indruk zijn van Richard Dawkins omdat hij een groot wetenschapper is? Wat weet hij over God? Hoe kan het dat hij een boek over atheïsme kan schrijven? Hij is geen deskundige op het gebied van atheïsme. Hij is een deskundige op het gebied van biologie. Biologie en atheïsme zijn totaal verschillende onderwerpen. Atheïsme is een filosofische kwestie. Dawkins heeft niet meer gezag om over dat onderwerp te spreken dan welke leerling uit de bovenbouw of onderbouw van de middelbare school ook. Hij is deskundig op één gebied, en hij wordt gezien als een van de grote, wijze, intelligente mensen, dus kan hij overal over praten. Er is een groep mensen die zegt: ‘Nou, als hij het zegt, moet het wel waar zijn. Hij is zo slim.’

^p168

Hij heeft het Woord van de Heere verworpen. Er is geen wijsheid in hem. Er is deskundigheid op zijn vakgebied. Dat is iets anders. Maar wanneer hij filosofie probeert te onderwijzen of ons probeert te vertellen waar het in het leven allemaal om draait, is hij zo onwetend als een kind. Sterker nog, onwetender dan sommige kinderen, want sommige kinderen weten dat er een God is.

^p169

De verzen 10 tot en met 12 herhalen eigenlijk wat we hebben gezien in hoofdstuk 6, de verzen 12 tot en met 15.

^p170

> [10] Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, hun akkers aan bezetters. Want van klein tot groot is ieder van hen uit op winst. Van profeet tot priester, pleegt ieder van hen bedrog. [11] Zij genezen de breuk van de dochter van Mijn volk op het lichtst door te zeggen: Vrede, vrede! Maar er is geen vrede! [12] Staan zij beschaamd, omdat zij een gruweldaad gedaan hebben? Ze schamen zich zelfs niet in het minst, ja, zij weten van geen blozen. Daarom zullen zij vallen onder hen die vallen, ten tijde van de vergelding aan hen, zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
>
> — Jeremia 8:10-12

^p171

Dat zou je bekend in de oren moeten klinken. Dat hebben we een paar hoofdstukken geleden nog gelezen. Het is een goede preek. Goede predikers herhalen hun betere preken soms op verschillende momenten.

^p172

### 22. Bitter water en slangen als Gods oordeel

*1:01:46 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h22*

> [13] Ik ga hen volkomen wegvagen, spreekt de HEERE. Er zijn geen druiven aan de wijnstok, geen vijgen aan de vijgenboom, en de bladeren zijn verwelkt. Wat Ik hun gaf, daaraan gaan zij voorbij. [14] Waarom blijven wij zitten? Verzamel u, laten wij naar de versterkte steden gaan en daar zwijgen, want de HEERE, onze God, heeft ons doen zwijgen. Hij heeft ons galwater te drinken gegeven, omdat wij tegen de HEERE gezondigd hebben.
>
> — Jeremia 8:13-14

^p173

Het is interessant dat van Jeruzalem, dat onder het oordeel ligt, wordt gezegd dat het galwater te drinken heeft gekregen. Dit is waarschijnlijk niet letterlijk. Het verwijst waarschijnlijk niet naar het water dat ze werkelijk dronken. Het betekent dat ze bitter water drinken. Het betekent dat hun omstandigheden bitter voor hen zijn geworden. Daar wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 9, vers 15, waar staat:

^p174

> daarom, zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik geef hun, dit volk, alsem te eten en galwater te drinken.
>
> — Jeremia 9:15

^p175

In Openbaring 8, vers 10 en 11, valt er, wanneer de derde bazuin klinkt, een ster uit de hemel als een brandende fakkel. Die verandert het water in alsem, in bitterheid. Ik heb geopperd dat dit een beeldende voorstelling is van precies datgene waar we het hier over hebben: Gods oordeel over Jeruzalem. Ze hadden in Egypte in bittere slavernij geleefd, en God herstelde hun omstandigheden door hen daaruit te leiden. Hij beeldde dat uit door het bittere water van Mara in zoet water te veranderen. En Hij vertelde hun dat ze dat zoete water konden behouden als ze gehoorzaam bleven. Ze konden die omstandigheden behouden. Hij zou hun niet alle ziekten opleggen die Hij de Egyptenaren had opgelegd. Maar ze keerden zich wel van Hem af, en zoals Jeremia zegt:

^p176

Hij heeft ons alsem laten drinken, bitter water laten drinken.

^p177

Dat zien we in Openbaring in beelden weergegeven.

^p178

Nu vers 15:

^p179

> [15] Wij zien uit naar vrede, maar er is niets goeds, naar een tijd van genezing, maar zie, er is verschrikking. [16] Vanuit Dan wordt het gesnuif van zijn paarden gehoord, heel het land beeft van het geluid van het gehinnik van zijn hengsten. Zij komen en verslinden het land en al wat het bevat, de stad en wie erin wonen. [17] Voorzeker, zie, Ik ga slangen, gifslangen op u af sturen, waartegen geen bezwering is, en die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
>
> — Jeremia 8:15-17

^p180

Deze slangen zouden een beeld kunnen zijn van de vijand die binnenvalt, hoewel je het natuurlijk nooit weet. Er zijn volop slangen in die streek. Er zouden heel wat cobra's en adders geweest kunnen zijn die het gebied teisterden als een oordeel van God. God heeft dat inderdaad gedaan, zoals je je herinnert, bij de Joden in de woestijn toen ze Baäl-Peor aanbaden. Hij stuurde vurige slangen onder hen om hen te bijten. Dat was toen Mozes de slang in de woestijn moest oprichten, de bronzen slang, waar ze naar moesten kijken om genezen te worden. Misschien heeft Hij dat in deze tijd opnieuw gedaan.

^p181

### 23. Verdriet om een volk dat genezing afwijst

*1:05:00 — https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#h23*

> [18] Als ik mij wil verkwikken, overvalt mij verdriet, mijn hart is afgemat in mij. [19] Let op, het geluid van het hulpgeroep van de dochter van mijn volk, uit een zeer ver land: Is de HEERE dan niet in Sion, of is haar Koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij tot toorn verwekt met hun beelden, met nietige afgoden uit den vreemde? [20] De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en nog zijn wij niet verlost.
>
> — Jeremia 8:18-20

^p182

We hebben verschillende seizoenen zien komen en gaan, en het is er niet beter op geworden.

^p183

> [21] Om de breuk van de dochter van mijn volk ben ik gebroken, ik ga in het zwart gehuld, verschrikking heeft mij aangegrepen. [22] Is er geen balsem in Gilead? Of is er geen geneesheer daar? Want waarom is er dan geen herstel opgetreden bij de dochter van mijn volk?
>
> — Jeremia 8:21-22

^p184

Nu, is er geen balsem in Gilead? Gilead was die streek ten oosten van de Jordaan die bewoond werd door de halve stam Manasse en door Gad en Ruben. Toen de stammen in de dagen van Jozua het land verdeelden, mochten zij aan de overkant blijven, in het land Gilead. Die plaats stond bekend om bepaalde producten die daar werden gemaakt en die als geneesmiddelen en dergelijke werden gebruikt. Zoals balsem voor pijnlijke spieren, balsem voor wonden, enzovoort.

^p185

In wezen zegt hij, zoals hij in vers 15 zei:

^p186

We hoopten op herstel, we keken uit naar een tijd van herstel, maar we werden niet beter. We hebben iemand nodig die ons kan genezen.

^p187

Is er daar in Gilead dan geen balsem die we zouden kunnen gebruiken? Is er hier in ons eigen land dan niets wat we kunnen aangrijpen om dit probleem te verhelpen?

^p188

Nou, ja, er is iets in Gilead. Er is iets in het land dat hen zou kunnen genezen. Het wordt genoemd in vers 19:

^p189

Is de Heer dan niet in Sion? Is haar koning daar dan niet?

^p190

Zeker, er is balsem in Gilead. Er is een Geneesheer in het land, dus waarom worden ze dan niet genezen? Kennelijk maken ze daar geen gebruik van. Hij vraagt:

^p191

Waarom wordt mijn volk dan niet weer gezond?

^p192

Hij gaat huilend verder in hoofdstuk 9. Hij begon hier rond vers 21 te huilen, maar in hoofdstuk 9, vers 1, spreekt hij erover dat zijn ogen als een bron van tranen zijn. Er staat heel mooi materiaal in de komende hoofdstukken, maar daar komen we een andere keer op terug.

^p193

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Jeremia 6:1-5](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-1-5)
- [Jeremia 6:4-5](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-4-5)
- [Jeremia 6:6-9](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-6-9)
- [Jeremia 6:10-11](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-10-11)
- [Jeremia 6:12-15](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-12-15)
- [Jesaja 53:5](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jesaja-53-5)
- [Jeremia 6:16](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-16)
- [Mattheüs 11:29](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#mattheus-11-29)
- [Mattheüs 11:29-30](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#mattheus-11-29-30)
- [Jeremia 6:17](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-17)
- [Jeremia 6:18-19](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-18-19)
- [Jeremia 6:20](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-20)
- [Jeremia 6:21-26](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-21-26)
- [Jeremia 6:27](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-27)
- [Jeremia 6:28-29](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-28-29)
- [Jeremia 6:29-30](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-6-29-30)
- [Jesaja 60:17](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jesaja-60-17)
- [Maleachi 3:16-17](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#maleachi-3-16-17)
- [1 Korinthe 3:9](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#1-korinthe-3-9)
- [1 Korinthe 3:12](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#1-korinthe-3-12)
- [1 Korinthe 3:15](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#1-korinthe-3-15)
- [Jeremia 7:12](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-12)
- [Jeremia 7:1-4](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-1-4)
- [Jeremia 7:5-10](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-5-10)
- [Jeremia 7:11](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-11)
- [Mattheüs 21:13](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#mattheus-21-13)
- [Jeremia 7:12-15](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-12-15)
- [Jeremia 7:16](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-16)
- [Jeremia 7:17-18](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-17-18)
- [Jeremia 7:18-20](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-18-20)
- [Jeremia 7:21-22](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-21-22)
- [Jeremia 7:23](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-23)
- [1 Samuel 15:22](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#1-samuel-15-22)
- [Jeremia 7:24-27](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-24-27)
- [Jeremia 7:27-29](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-27-29)
- [Jeremia 7:30](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-30)
- [Jeremia 7:31](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-31)
- [Jeremia 7:31-34](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-7-31-34)
- [Mattheüs 5:22](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#mattheus-5-22)
- [Jeremia 8:1-3](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-1-3)
- [Jeremia 8:4-5](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-4-5)
- [Jeremia 8:6](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-6)
- [Jeremia 8:7](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-7)
- [Jesaja 1:3](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jesaja-1-3)
- [Jeremia 8:8-9](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-8-9)
- [Jeremia 8:10-12](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-10-12)
- [Jeremia 8:13-14](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-13-14)
- [Jeremia 9:15](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-9-15)
- [Jeremia 8:15-17](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-15-17)
- [Jeremia 8:18-20](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-18-20)
- [Jeremia 8:21-22](https://versvoorvers.org/jeremia/6-8#jeremia-8-21-22)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.