---
title: "Johannes 17"
book: "Johannes"
book_slug: "johannes"
passage: "Johannes 17"
passage_en: "John 17"
episode: 34
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/johannes/17"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/johannes/17.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/johannes/17.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-08-31"
duration: "PT1H19M58S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Johannes 17», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/johannes/17"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Johannes 17

> Jezus bidt voor Zijn discipelen

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt Jezus’ laatste gebed voor Zijn discipelen vóór Zijn kruisiging. Hij legt uit dat eeuwig leven bestaat in het persoonlijk kennen van God en van Jezus Christus, en betoogt dat de mensen die de Vader aan Jezus gaf het trouwe overblijfsel van Israël waren, niet een vóór de schepping vastgelegde groep uitverkorenen. Ook behandelt hij Jezus’ gebed om Zijn volgelingen in de wereld te bewaren en hen door de waarheid te heiligen. Ten slotte benadrukt Gregg dat alle christenen in Christus één zijn en dat hun zichtbare liefde en eenheid de wereld ervan moeten overtuigen dat de Vader Jezus heeft gezonden.

## Hoofdstukken

1. [Het hogepriesterlijk gebed van Jezus](https://versvoorvers.org/johannes/17#h1) — 0:02
2. [Jezus’ heerlijkheid vóór de menswording](https://versvoorvers.org/johannes/17#h2) — 1:47
3. [Menswording en herstelde heerlijkheid](https://versvoorvers.org/johannes/17#h3) — 5:14
4. [De Zoon verheerlijkt de Vader](https://versvoorvers.org/johannes/17#h4) — 8:12
5. [Eeuwig leven voor wie de Vader geeft](https://versvoorvers.org/johannes/17#h5) — 11:12
6. [Het trouwe overblijfsel komt tot Jezus](https://versvoorvers.org/johannes/17#h6) — 15:31
7. [Eeuwig leven is God kennen](https://versvoorvers.org/johannes/17#h7) — 19:00
8. [Paulus verlangt Christus beter te kennen](https://versvoorvers.org/johannes/17#h8) — 22:39
9. [God kennen is meer dan theologie](https://versvoorvers.org/johannes/17#h9) — 24:43
10. [God leren kennen door lijden](https://versvoorvers.org/johannes/17#h10) — 29:02
11. [Eeuwig leven als relatie met God](https://versvoorvers.org/johannes/17#h11) — 30:39
12. [Christus krijgt gestalte in ons](https://versvoorvers.org/johannes/17#h12) — 33:28
13. [Jezus heeft Zijn werk voltooid](https://versvoorvers.org/johannes/17#h13) — 35:56
14. [Waarom Jezus niet voor de wereld bidt](https://versvoorvers.org/johannes/17#h14) — 39:36
15. [Bidden voor de discipelen en de wereld](https://versvoorvers.org/johannes/17#h15) — 41:30
16. [Eén zijn zoals de Vader en de Zoon](https://versvoorvers.org/johannes/17#h16) — 43:33
17. [Kerkelijke verdeeldheid en eensgezindheid](https://versvoorvers.org/johannes/17#h17) — 45:33
18. [Alle christenen behoren aan Christus](https://versvoorvers.org/johannes/17#h18) — 47:44
19. [Eenheid van Geest en geloof](https://versvoorvers.org/johannes/17#h19) — 51:23
20. [Judas en degenen die aan Jezus gegeven zijn](https://versvoorvers.org/johannes/17#h20) — 53:44
21. [Afval van het geloof en vrije keuze](https://versvoorvers.org/johannes/17#h21) — 57:15
22. [Niet weggenomen uit de wereld](https://versvoorvers.org/johannes/17#h22) — 59:36
23. [Bewaren voor de boze en de verdrukking](https://versvoorvers.org/johannes/17#h23) — 1:03:14
24. [God beschermt Zijn volk in het oordeel](https://versvoorvers.org/johannes/17#h24) — 1:05:02
25. [Geheiligd door Gods waarheid](https://versvoorvers.org/johannes/17#h25) — 1:07:09
26. [Zichtbare eenheid als getuigenis](https://versvoorvers.org/johannes/17#h26) — 1:09:24
27. [Bij Christus zijn en de Vader kennen](https://versvoorvers.org/johannes/17#h27) — 1:13:01

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/johannes/17#p<n>.

### 1. Het hogepriesterlijk gebed van Jezus

*0:02 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h1*

Johannes 17 is uniek en valt op. Er zou onmiddellijk een belletje moeten gaan rinkelen, omdat dit is wat de meeste mensen het hogepriesterlijk gebed van Jezus noemen. Er wordt hier niet werkelijk gezegd dat Hij Hogepriester is. Dat wordt trouwens ook nergens anders in de Schrift gezegd, behalve in Hebreeën. Hebreeën is het enige boek van de Bijbel dat vermeldt dat Jezus Hogepriester is. Dat is in feite de unieke bijdrage van dat boek aan onze christologie: dat Jezus de grote Hogepriester is naar de orde van Melchizedek.

^p1

Hoewel de term ‘priesterlijk’ of ‘hogepriesterlijk’ in dit boek niet voorkomt, zien we in dit hoofdstuk hoe Christus uitvoerig voorbede doet voor Zijn volk. Het hele hoofdstuk is aan Zijn gebed gewijd. Het is Zijn laatste gebed voor Zijn discipelen vóór Zijn kruisiging, net zoals de voorgaande hoofdstukken, 13 tot en met 16, Zijn laatste toespraak tot Zijn discipelen vóór Zijn kruisiging vormden.

^p2

We weten niet precies waar ze zijn terwijl Hij bidt. Aan het einde van hoofdstuk 14, toen ze in de bovenzaal waren, zei Jezus:

^p3

> Maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb, en doe zoals de Vader Mij geboden heeft. Sta op, laten wij hier vandaan gaan.
>
> — Johannes 14:31

^p4

We hebben geen standpunt ingenomen over de vraag of ze op dat moment de kamer verlieten, of dat ze zich gereed begonnen te maken om te vertrekken en Hij tijdens de hoofdstukken 15 en 16 verder sprak. Maar de kans is groot dat Hij dit gebed bad terwijl Hij met de discipelen naar Gethsémané liep, al weten we dat niet. Het was in ieder geval óf in de bovenzaal óf onderweg naar Gethsémané.

^p5

### 2. Jezus’ heerlijkheid vóór de menswording

*1:47 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h2*

Jezus sprak deze woorden, hief Zijn ogen op naar de hemel en zei:

^p6

> [1] Dit sprak Jezus, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, [2] zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. [3] En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. [4] Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen. [5] En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.
>
> — Johannes 17:1-5

^p7

De verwijzing naar de heerlijkheid die Jezus had voordat de wereld bestond, is iets wat Johannes helemaal aan het begin van het boek vermeldde. In de openingswoorden van het boek gebruikte hij eigenlijk niet het woord ‘heerlijkheid’. Hij zei:

^p8

> In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
>
> — Johannes 1:1

^p9

Hij spreekt erover dat in Hem leven was en dat dit leven het licht van de mensen was. Licht en heerlijkheid zijn in de Schrift beslist verwante begrippen. Heerlijkheid heeft vaak de betekenis van glans. Vóór Zijn menswording was Jezus de glans, het licht waarvan in Johannes 1:9 staat dat het ieder mens verlicht die in de wereld komt.

^p10

Vervolgens staat er in Johannes 1:14:

^p11

> En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
>
> — Johannes 1:14

^p12

We kunnen dus zien dat de heerlijkheid van Jezus vóór het bestaan van de wereld in de gestalte van God bestond, maar Hij is vlees geworden. Johannes zei:

^p13

We hebben die heerlijkheid gezien. We hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.

^p14

Maar het was niet alsof je die heerlijkheid ten volle zag, alsof je God rechtstreeks en precies zag zoals Hij is. Het leek meer op het zien van het beeld van een vader in zijn zoon.

^p15

Dat is in feite hoe Johannes 1:14 zou moeten luiden, hoewel onze vertalingen zeggen:

^p16

We hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als die van de eniggeboren Zoon van de Vader.

^p17

De woorden ‘the’, het bepaalde lidwoord, staan niet in het Grieks van dat vers. Het kan dus worden weergegeven als:

^p18

de heerlijkheid als die van de eniggeboren zoon van een vader

^p19

_[Vertalersnoot: deze redenering berust op de Griekse tekst en de Engelse formulering. In de aangehaalde HSV-weergave is dit lidwoordonderscheid niet zichtbaar.]_, Dat is algemener en zegt dat we de gelijkenis van de heerlijkheid van God konden zien wanneer we naar Jezus keken, net zoals je vaak de gelijkenis van een vader in zijn eigen zoon kunt zien.

^p20

Niemand kan God zien en leven. Niemand kan Zijn heerlijkheid ten volle zien en leven. Dat is wat God tegen Mozes zei toen Mozes zei:

^p21

> Toen zei Mozes : Toon mij toch Uw heerlijkheid!
>
> — Exodus 33:18

^p22

### 3. Menswording en herstelde heerlijkheid

*5:14 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h3*

God zei dat dit niet kon gebeuren.

^p23

> En zodra Ik Mijn hand wegneem, zult u Mij van achteren zien, maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.
>
> — Exodus 33:23

^p24

Maar in Jezus hebben wij de beste openbaring van de heerlijkheid van God gekregen die mensen kunnen zien.

^p25

In Hebreeën hoofdstuk 1, vers 3, staat dat Jezus de afstraling van Zijn heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen is. Jezus liet in deze wereld zo duidelijk het beeld van God zien als we maar konden hopen, en Hij was de afstraling van Gods heerlijkheid. Dat is de heerlijkheid die daadwerkelijk in Hem werd gezien. Maar de heerlijkheid die niet werd gezien, was de heerlijkheid die Hij had voordat Hij werd omhuld door een tabernakel van vlees. Daarvóór was Hij de heerlijkheid van God. Vervolgens werd Hij in een tabernakel gehuld, en in Hem werd een omhulde onthulling van Gods heerlijkheid gezien. Wanneer mensen Jezus zagen, zagen ze de heerlijkheid van God, maar niet zoals die voordien geweest was. Hij bidt dat Zijn heerlijkheid, die Hij had voordat Hij naar de aarde kwam, aan Hem zal worden teruggegeven.

^p26

Ik weet niet precies, en ik weet niet of iemand precies kan weten, wat dat betekent met betrekking tot Zijn menswording. Het is enigszins de vraag of de menswording Jezus voor eeuwig, blijvend, heeft veranderd, of dat het in zekere zin een min of meer tijdelijke toestand was, althans in sommige opzichten. Het lichaam waarmee Hij na Zijn opstanding uit het graf kwam, was een verheerlijkt lichaam, en het lijkt erop dat Jezus dat lichaam behoudt. Hij had nog steeds de gaten in Zijn handen en Zijn voeten, dus we weten dat het hetzelfde lichaam is, maar het had een verheerlijkte vorm aangenomen. Toen Hij naar de hemel ging, weten we niet of Hij als het ware weer in de Godheid werd opgenomen, of dat Hij als afzonderlijke Persoon in een lichaam bleef bestaan. Natuurlijk hebben we in de Bijbel het beeld dat Hij aan de rechterhand van God de Vader ging zitten. Het beeld is dat Hij rechts van Zijn Vader op een versierde stoel zit, op een troon. Maar dat beeld kan een tegemoetkoming aan ons bevattingsvermogen zijn. Ik weet niet of God de Vader een lichaam heeft. Hij is een Geest. En ik weet niet in welke vorm Jezus in de hemel is, of Zij op een stoel zitten, of dat op een troon zitten eenvoudigweg een beeld van soevereiniteit is, een beeld van heerschappij. Het enige wat ons werkelijk wordt verteld, is dat Hij terugging naar Zijn Vader en als het ware één werd met Zijn Vader, in de zin waarin Hij dat tevoren was.

^p27

Hij wist wat dat betekende. De discipelen die hiernaar luisterden en dit vastlegden, konden dat onmogelijk weten. Zelfs wij weten meer dan zij op dat moment wisten, want wij hebben nu de Heilige Geest ontvangen en zij toen nog niet. En wij hebben alle theologie uit de latere brieven, die zij niet konden lezen. Toch begrijpen we nog steeds niet volledig wat het betekent dat God Hem de heerlijkheid teruggaf die Hij tevoren had. Dat is iets wat ons begrip en ons vermogen om het uit te leggen of te analyseren misschien wel zal blijven ontgaan, in elk geval gedurende dit leven.

^p28

### 4. De Zoon verheerlijkt de Vader

*8:12 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h4*

Maar het is duidelijk dat Jezus Zijn werk op aarde had voltooid en gereed was om Zijn vroegere heerlijkheid weer aan te nemen. Hij bidt nu dat de Vader Hem zal verheerlijken. Jezus zou de Vader verheerlijken. Dat is wat Hij in vers 1 zegt:

^p29

> Dit sprak Jezus, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt,
>
> — Johannes 17:1

^p30

Jezus kwam niet om Zichzelf te verheerlijken. Hij kwam om Zijn Vader te eren en te verheerlijken. Hij zou Zijn Vader verheerlijken door Zijn leven over te geven en als verzoening voor zonden geofferd te worden. Daarna zou Hij door de Vader verheerlijkt worden in Zijn opstanding.

^p31

Jezus zou daarna niet ophouden Zijn Vader te verheerlijken, want Jezus bestaat uitsluitend om Zijn Vader te verheerlijken. Dat is alles wat Hij wil doen. Het feit dat Jezus alleen Zijn Vader wil verheerlijken, is een sterk argument dat dit voor ieder mens het juiste is om te doen. Iedereen zou dat als zijn allesbeheersende verlangen moeten hebben: God verheerlijken.

^p32

Toen Paulus in Filippenzen hoofdstuk 2 zei:

^p33

> De dag zal komen waarop elke knie zich zal buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Christus de Heere is.
>
> — Filippenzen 2:10-11

^p34

zei hij dat dit tot heerlijkheid van God de Vader zal zijn. Toen Jezus in de Bergrede zei:

^p35

> Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
>
> — Mattheüs 5:16

^p36

zei Hij:

^p37

en ze zullen jullie Vader in de hemel verheerlijken.

^p38

Onze werken, ons doel en alles wat we hopen te bereiken, zijn hopelijk hetzelfde als wat Jezus hoopte te bereiken: dat God in Hem verheerlijkt zou worden.

^p39

Jezus wordt door de Vader verheerlijkt, en de Vader wordt door Jezus verheerlijkt. Zoals we verderop in dit gebed zullen zien, bidt Hij dat ook wij verheerlijkt zullen worden en dat wij in de heerlijkheid zullen delen. In vers 22 van dit gebed zegt Hij:

^p40

> En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn;
>
> — Johannes 17:22

^p41

In vers 24 zegt Hij:

^p42

> Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.
>
> — Johannes 17:24

^p43

### 5. Eeuwig leven voor wie de Vader geeft

*11:12 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h5*

Johannes zei in Johannes 1:14:

^p44

> En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
>
> — Johannes 1:14

^p45

Maar hier bidt Jezus dat Zijn discipelen Zijn heerlijkheid zullen aanschouwen. Blijkbaar bedoelt Hij dat wij Hem in Zijn onverhulde heerlijkheid zullen zien wanneer we bij Hem zijn, wanneer we uit dit leven heengaan en Hem zien zoals Hij is.

^p46

In vers 2, als voortzetting van dezelfde zin uit vers 1, zegt Jezus:

^p47

> zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt.
>
> — Johannes 17:2

^p48

Hier komen een aantal begrippen terug die eerder in het Evangelie van Johannes aan de orde zijn gekomen.

^p49

In Johannes 5:26 zei Jezus:

^p50

> Want zoals de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf;
>
> — Johannes 5:26

^p51

en:

^p52

> en Hij heeft Hem ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is.
>
> — Johannes 5:27

^p53

In vers 21 van datzelfde hoofdstuk, hoofdstuk 5, vers 21:

^p54

> Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil.
>
> — Johannes 5:21

^p55

God heeft Jezus het gezag gegeven dat God Zelf heeft, om leven te geven aan wie Hij maar wil. Dat is wat Hij hier in vers 2 van het hoofdstuk dat we nu behandelen zegt:

^p56

U hebt Hem gezag gegeven over alle mensen, zodat Hij eeuwig leven kan geven aan zovelen.

^p57

In Johannes staat:

^p58

aan zovelen als Hij wil, zovelen als Jezus wil. Hier gaat het om zovelen als de Vader Hem heeft gegeven.

^p59

‘Degenen die de Vader Hem gegeven heeft’ is een uitdrukking die we in hoofdstuk 6 een aantal keren zijn tegengekomen. Het is een begrip dat volgens mij vaak verkeerd begrepen is. Soms worden er bepaalde ideeën in gelegd, alleen maar om aan een theologische agenda te voldoen. In Johannes 6:37 zei Jezus bijvoorbeeld:

^p60

> Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.
>
> — Johannes 6:37

^p61

Degenen die de Vader Hem geeft, zullen tot Hem komen. Zoals je heel goed weet, zijn er velen die op grond van hun theologie zouden zeggen dat degenen die de Vader Hem gegeven heeft, mensen zijn die op een of andere lijst staan die vóór het begin van de wereld is opgesteld. God zou ervoor gekozen hebben sommigen te behouden en anderen niet. Degenen die Hij verkoos in het register op te nemen, zijn degenen die de uitverkorenen, de gekozenen, worden genoemd. Zij zijn degenen die God Hem gegeven heeft. De hele uitdrukking ‘degenen die de Vader Hem gegeven heeft’ betekent in de gedachten van sommige mensen dus eenvoudigweg een vaststaand aantal personen. Daar kan niemand aan worden toegevoegd of van worden afgetrokken. Nog voordat zij geboren waren, mochten zij op de lijst staan van degenen die behouden zouden worden. Daarom worden zij vanuit de wereld aan God gegeven.

^p62

Maar in Johannes 6:37 is er reden om aan te nemen dat dit anders begrepen kan worden, want er staat:

^p63

Iedereen die de Vader Mij geeft, zal bij Mij komen.

^p64

Verderop, aan het einde van vers 45, staat:

^p65

> Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God onderwezen zijn. Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.
>
> — Johannes 6:45

^p66

Degenen die de Vader aan Jezus geeft, zijn degenen die al van de Vader gehoord en van Hem geleerd hadden.

^p67

Bij welke gelegenheid hadden zij dat gedaan? Zij waren Joden. Dit waren mensen van het trouwe overblijfsel. Dit waren mensen die waren opgevoed in de godsdienst van Jahweh. Veel Joden waren vóór de komst van Jezus in feite trouw geweest aan Jahweh. Zij hadden van Hem gehoord, waren Hem gehoorzaam geweest en hadden gehoord en geleerd.

^p68

### 6. Het trouwe overblijfsel komt tot Jezus

*15:31 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h6*

Bedenk dat Jezus aan het einde van Johannes 5 tegen de Farizeeën zei dat zij niet naar Mozes hadden geluisterd. Mozes zou zelfs opstaan en hen beschuldigen, omdat zij Mozes niet geloofden. Hij zegt:

^p69

> Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven.
>
> — Johannes 5:46

^p70

Dat wil zeggen: in Israël waren er mensen die echte gelovigen waren, het trouwe overblijfsel. Zij geloofden de Wet en de Profeten werkelijk. Jezus zei:

^p71

Als jullie Mozes geloofden, zouden jullie ook in Mij geloven, want degenen in Israël die God al welgezind waren, waren degenen die God aan Jezus gaf. Zij gingen in Jezus geloven. Dat was niet omdat zij ergens op een lijst hadden gestaan, maar vanwege de gesteldheid van hun hart. Het waren mensen van wie het hart al trouw was. Zij geloofden al in Jahweh en in de eerdere openbaring die door Mozes gegeven was.

^p72

Bedenk wat in Lukas 16, in het verhaal van Lazarus en de rijke man, de hoofdgedachte van dat verhaal is. Mensen halen er allerlei theologie uit over de hel en dat soort dingen. Maar het verhaal heeft, zo lijkt het, één hoofdboodschap, en dat is de laatste regel. Deze man was gestorven zonder erop voorbereid te zijn God te ontmoeten en bevond zich in de vlammen van Hades. Hij wenste dat hij terug kon gaan om zijn broers te waarschuwen, die nog niet gestorven waren. Hij wilde niet dat zij, net als hij, onvoorbereid zouden sterven en op dezelfde plaats terecht zouden komen.

^p73

Daarom zei hij:

^p74

> Stuur Lazarus terug om mijn broers te waarschuwen.
>
> — Lukas 16:27-28

^p75

Abraham zei tegen hem:

^p76

Zij waren Joods. Zij hadden de Schriften. De man zei:

^p77

Abraham zei:

^p78

Met andere woorden, degenen in Israël die de Wet en de Profeten al verworpen hadden en niet geloofden, zouden ook Christus verwerpen, zelfs nadat Hij uit de dood was opgestaan. Zijn opstanding uit de dood zou geen indruk maken op degenen die de openbaring die God eerder door de Wet en de Profeten gegeven had, al verworpen hadden. Daarom zei Jezus tegen Zijn tegenstanders:

^p79

> Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven.
>
> — Johannes 5:46

^p80

De mensen die tot Jezus kwamen, waren degenen die eerder een gelegenheid hadden gehad en die gelegenheid hadden benut om God door Zijn Woord te horen en van Hem te leren. Daarom zei Jezus in Johannes 6:45:

^p81

> Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God onderwezen zijn. Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.
>
> — Johannes 6:45

^p82

Dat wil zeggen: de Joden die al trouw hadden gereageerd op wat God eerder gezegd had, hadden van Hem gehoord en van Hem geleerd. Nu waren zij klaar voor de volgende stap. De Vader zou hen aan Jezus overdragen. Zij zijn degenen die de Vader Hem gegeven heeft.

^p83

Jezus maakt dat punt duidelijk in Johannes 17, in het vers na het vers dat we het laatst gelezen hebben. In Johannes 17:6 zei Jezus:

^p84

> Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen.
>
> — Johannes 17:6

^p85

### 7. Eeuwig leven is God kennen

*19:00 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h7*

Deze mensen die God Hem gaf, waren al Gods mensen. Zij waren niet de mensen van de duivel. Zij waren niet de kinderen van de duivel, zoals veel van de Joden tot wie Jezus in Johannes 8:44 sprak, toen Hij zei:

^p86

> U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen .
>
> — Johannes 8:44

^p87

Dat zijn niet degenen die God gaf. God gaf aan Jezus de mensen die al Gods mensen waren.

^p88

Wat maakte hen tot Gods volk? Ze waren trouw. Dat is wat iemand tot een van Gods mensen maakt: geloof hebben. Dit waren de Joden die geloof hadden voordat Jezus kwam. Ze waren al Gods volk, en Hij gaf hen aan Jezus. Hij droeg eenvoudig degenen die in die generatie onder het oude verbond al trouw waren aan God, over aan het leiderschap van Christus en gaf hen aan Hem om Zijn schapen te zijn.

^p89

We hebben nog niet veel gezegd over vers 3 of 4, en dat is iets heel belangrijks om over te spreken. In vers 3 zei Hij:

^p90

> En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.
>
> — Johannes 17:3

^p91

en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. Nu kun je deze eerste woorden, op twee verschillende manieren opvatten. De manier waarop ik dit meestal heb horen verkondigen, en ik neem aan dat ik het zelf van nature ook zo heb opgevat, is dat Hij zegt:

^p92

Dit is het eeuwige leven: dat ze U kennen.

^p93

Met andere woorden, mensen hebben eeuwig leven doordat ze U kennen. God kennen is eeuwig leven hebben.

^p94

Het is ook mogelijk dat Hij zegt:

^p95

Dit is het eeuwige leven, met als gevolg dat ze U zullen kennen.

^p96

_[Vertalersnoot: de hier besproken alternatieve lezing berust op het Engelse ‘that/so that’; de formulering van de HSV maakt die mogelijkheid niet afzonderlijk zichtbaar.]_

^p97

Het kan beide kanten op. Dit is eeuwig leven, opdat... Dat wil zeggen: het leven dat Ik Mijn volk geef, is eeuwig leven, zodat ze U kunnen kennen. In dat geval zou het zelfs kunnen betekenen dat het een eeuwigheid zal kosten om God volledig te leren kennen. Het kan een eeuwigheid kosten om in de diepten van God door te dringen en Hem zo grondig te leren kennen. Maar daar zullen we zoveel tijd voor hebben, want het leven dat Hij geeft, is eeuwig leven, opdat ze Hem mogen kennen.

^p98

Paulus zei in Efeze dat God door de eindeloze eeuwen heen aan Zijn volk de heerlijkheid van Zijn erfenis voor hen bekend zal maken, enzovoort. We zouden kunnen denken dat we, zodra Jezus terugkomt, plotseling alles zullen weten. Ik denk dat we de hele eeuwigheid door meer zullen blijven leren over de diepten van God en van Christus. Ik denk dat er zoveel te kennen en zoveel te leren is.

^p99

Jezus zou kunnen zeggen:

^p100

Dit leven dat Ik geef aan degenen die U Mij hebt gegeven, dat leven is het eeuwige leven, zodat ze U kunnen kennen, en Jezus Christus, die U hebt gezonden.

^p101

Het idee zou dan zijn dat Hem kennen het gevolg is van het hebben van eeuwig leven.

^p102

De andere manier waarop dit wordt opgevat, en de meer gebruikelijke manier, is dat eeuwig leven het gevolg is van Hem kennen. Dat wil zeggen:

^p103

> En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.
>
> — Johannes 17:3

^p104

### 8. Paulus verlangt Christus beter te kennen

*22:39 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h8*

God kennen is eeuwig leven.

^p105

Zoals met veel dingen die Jezus in het Evangelie van Johannes zei, lijkt het erop dat je ze op twee verschillende manieren kunt opvatten. Ik denk dat het gebruikelijker is om het zo op te vatten: God kennen leidt tot eeuwig leven. Daaruit zou dan volgen dat je God in verschillende mate kunt kennen, met een grotere of kleinere mate van intimiteit. Zo kan ook het eeuwige leven dat bestaat uit Hem kennen intenser of minder intens zijn, voller of minder vol, overeenkomstig jouw kennis van Hem.

^p106

Dat is wat het christelijke leven is. Het is een relatie met God die, net als elke langdurige relatie die je met een ander mens hebt, ertoe leidt dat je steeds beter beseft wat die persoon beweegt. Er ontstaat steeds grotere intimiteit, je deelt steeds meer ervaringen met elkaar, de vriendschap wordt steeds hechter en je leert elkaar steeds beter kennen. Liefde binnen een relatie neemt met de tijd toe, en die toename bestaat uit verdieping. De kwaliteit van ons leven met God kan daarom toenemen naarmate de kwaliteit van onze kennis van God toeneemt.

^p107

Denk aan wat Paulus in Filippenzen hoofdstuk 3, vers 7 zei:

^p108

> Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus' wil als schade beschouwd.
>
> — Filippenzen 3:7

^p109

Daarmee bedoelt hij de voordelen die hij had door zijn Joodse afkomst, zijn opleiding en zijn godsdienstige prestaties binnen het Joodse geloof vóór zijn behoud.

^p110

Hij beschouwt ze in feite als meer verlies dan winst. Waarom? Waarschijnlijk omdat hij zo zelfrechtvaardig was. Hij was van zuiver Joodse afkomst, uit de stam Benjamin. Hij was een Farizeeër onder de Farizeeën. Hij stond erop de wet nauwgezet te houden. Zoals de meeste Farizeeën was hij daar trots op. Dus wat volgens zijn manier van denken winst leek, was in werkelijkheid een nadeel, een verlies. Hij zegt:

^p111

### 9. God kennen is meer dan theologie

*24:43 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h9*

Ik heb het beschouwd als wat het werkelijk is: verlies.

^p112

Waarom? Vanwege Christus.

^p113

Hij zegt:

^p114

> [8] Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen, [9] en in Hem gevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid uit God door middel van het geloof;
>
> — Filippenzen 3:8-9

^p115

Waarom?

^p116

> opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word,
>
> — Filippenzen 3:10

^p117

Paulus is iemand die God kent. Maar hij zegt:

^p118

Alles wat ik vroeger wist en had, heb ik als vuilnis en verlies beschouwd, zodat ik Hem kon kennen. Kennelijk bedoelt Paulus ook dat hij Hem steeds beter leert kennen: doordat Christus de kracht van Zijn opstanding in zijn leven toont en doordat Paulus met Hem deelt in het lijden. Met iemand lijden is een zeer diepe vorm van gemeenschap die mensen met elkaar verbindt, of die mensen in elk geval potentieel heel sterk met elkaar kan verbinden.

^p119

In 2 Petrus, hoofdstuk 1, zegt Petrus een aantal dingen over het kennen van God. Hij heeft het duidelijk niet over het verstandelijk kennen van de theologie. Hij heeft het niet over het kennen van de Bijbel. Hij heeft het over het kennen van God. Veel mensen kennen de Bijbel, en omdat ze de Bijbel kennen, nemen ze aan dat ze God kennen, omdat ze veel over God weten. Ze kennen de theologie. Er is een enorm verschil tussen veel over God weten, de theologische beschrijvingen van God nauwkeurig kunnen citeren en al die grote theologische woorden over Gods natuur en karakter kennen, en daadwerkelijk een relatie hebben waarin je Hem kent. Je kunt bijvoorbeeld biografieën van beroemde mensen lezen en ongeveer zoveel over hen weten als je maar over hen kunt weten. Ik heb vijf biografieën van George Müller gelezen. Ik heb waarschijnlijk drie of vier biografieën van Sundar Singh gelezen. Ik heb echt bewondering voor deze mannen. Ik heb het gevoel dat ik veel over hen weet. Maar ik heb hen nooit ontmoet. Ze waren al gestorven voordat ik geboren werd, en ik heb nooit echt de kans gehad om hen te leren kennen. Ik heb het gevoel dat ik hen ken, maar zij kennen mij natuurlijk niet, want we hebben elkaar nooit ontmoet en zij hebben mijn biografie nooit gelezen. We hebben dus geen relatie. Ik kan baat hebben bij wat ik over hen weet. Ik kan geïnspireerd worden door wat ik weet, maar hen persoonlijk kennen zou iets totaal anders zijn: dat zij weten wat ik doormaak en weten hoe ik over dingen denk, en dat we elkaar kennen. Dat soort kennis is iets anders dan alleen kennis over iemand. En zo is het woord voor kennis in 2 Petrus vaak epignosis, wat volledige kennis betekent. Het gaat over een innige bekendheid, niet alleen over het verstandelijk bevatten van feiten.

^p120

En Petrus richt zijn tweede brief in 2 Petrus 1 aan de volgende mensen. In vers 1 staat:

^p121

> Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof ontvangen hebben als wij, door de gerechtigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus:
>
> — 2 Petrus 1:1

^p122

> moge genade en vrede voor u vermeerderd worden door de kennis van God en van Jezus, onze Heere.
>
> — 2 Petrus 1:2

^p123

Nu zei Jezus in Johannes 17:3:

^p124

> En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.
>
> — Johannes 17:3

^p125

En Petrus zegt: ja, ik bid dat je meer genade zult ontvangen en dat de vrede in je leven zal toenemen, in de context van je groeiende kennis van God en van Jezus.

^p126

> Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort , door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.
>
> — 2 Petrus 1:3

^p127

### 10. God leren kennen door lijden

*29:02 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h10*

Dat wil zeggen: door deze innige bekendheid met Hem komen alle dingen tot ons, alle dingen die nodig zijn voor leven en godsvrucht.

^p128

> Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.
>
> — 2 Petrus 1:4

^p129

Nu, de goddelijke natuur: het karakter en de natuur van God, door de Heilige Geest meegedeeld in het leven van de gelovige. Wij krijgen daaraan deel door de kennis van God die komt door de grote openbaring van Zijn beloften, enzovoort, die Hij heeft gegeven. En niet alleen door de beloften te lezen, maar door te ervaren dat Hij trouw is en Zijn beloften nakomt.

^p130

Petrus’ relatie met God was beslist niet die van een theoloog, een theoloog met boekenkennis. Hij was iemand die met Jezus had gewandeld. En nadat Jezus was weggegaan, kwam de Heilige Geest op hem en openbaarde dingen aan hem. Hij was op het dak in Joppe; hij kreeg visioenen van God. Hij had een voortdurende, toenemende kennis van Jezus. En hij zei dat hierdoor de goddelijke natuur komt. Hierdoor krijg ik alle dingen die nodig zijn voor leven en godsvrucht. Hierdoor worden genade en vrede voor mij vermenigvuldigd. Iemands eeuwige leven wordt verdiept. Iemands ervaring van Gods leven en de goddelijke natuur wordt verdiept door een grotere kennis van God en van Jezus.

^p131

### 11. Eeuwig leven als relatie met God

*30:39 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h11*

En deze grotere kennis komt, zoals Paulus zei, zoals we in Filippenzen 3:10 zagen:

^p132

> opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word,
>
> — Filippenzen 3:10

^p133

Dat zou volgens mij betekenen: aangezien Hij is opgestaan en er nieuwheid van leven is, is er een nieuwe, verheerlijkte vorm van het eeuwige leven van het nieuwe verbond, dat door de opstanding van Christus komt. Dat opstandingsleven ervaren wij doordat we wedergeboren zijn. En de gemeenschap met Zijn lijden betekent dat, naarmate ik meer met Hem lijd, Hij en ik in dat lijden des te meer gemeenschap met elkaar hebben. In het Oude Testament staat over God en Israël:

^p134

> In al hun benauwdheid was Hij benauwd; de Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost. Door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Híj hen bevrijd; Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van weleer.
>
> — Jesaja 63:9

^p135

En Jezus zei:

^p136

> En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.
>
> — Mattheüs 25:40

^p137

Als iemand een christen vervolgt, vervolgt hij Jezus, en Hij maakt het samen met jou door. Wanneer je die dingen doormaakt en merkt dat God dicht bij je is, en merkt dat Gods troost in die tijden tot je komt, is dat een ervaring die je werkelijke kennis van God verdiept. Dat wil zeggen: de kennis van God die voortkomt uit je omgang met Hem. Het verdiept je innige kennis van God.

^p138

Nu zei Jezus dat dit het eeuwige leven is:

^p139

> En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.
>
> — Johannes 17:3

^p140

God kennen is dus werkelijk niet hetzelfde als iemand anders kennen. Je kunt immers allerlei mensen kennen, maar dat geeft je geen andere levenssoort. Het geeft je geen andere kwaliteit van leven. Je kwaliteit van leven kan misschien verbeteren doordat je op school les krijgt van het juiste soort docenten, enzovoort, en belangrijke dingen leert. Je kwaliteit van leven kan verbeteren, maar de levenssoort blijft hetzelfde. Het is geen goddelijk leven. Eeuwig leven is leven afkomstig van de eeuwige God. Het is leven in Christus, zoals we lezen in de eerste brief van Johannes, hoofdstuk 5, vers 11, waar Johannes zei:

^p141

> En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon.
>
> — 1 Johannes 5:11

^p142

En er staat:

^p143

en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven, en wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Eeuwig leven is dus wat God ons heeft gegeven, en dat leven is in Jezus. Het is geen leven dat we anders zouden hebben. En als je de Zoon hebt, heb je dat leven. Als je Hem niet hebt, dan heb je dat leven niet. Dit is dus wat Jezus kwam geven: datgene wat ons in staat stelt te delen in Zijn leven, in Zijn ervaringen. Ons hele leven wordt een innige relatie met God. Daarom zeggen christenen, en vooral evangelischen, natuurlijk zo graag dat het christendom geen godsdienst is, maar een relatie. Ik ben opgegroeid in een godsdienstige omgeving waar iedereen instemmend knikte als dat werd gezegd: ‘O ja, we zijn het er allemaal over eens dat het christendom geen godsdienst is, maar een relatie.’ Maar ik denk dat de mensen die deze woorden gebruikten misschien niet wisten welke betekenis ze eraan moesten geven, want veel van die mensen hadden nog steeds een godsdienst. Velen die zeiden dat ze een relatie met Jezus hadden, gebruikten gewoon een cliché. In sommige gevallen was duidelijk te zien dat ze geen relatie hadden waaraan ze zich erg toegewijd hadden. In veel gevallen waren ze Hem niet gehoorzaam.

^p144

### 12. Christus krijgt gestalte in ons

*33:28 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h12*

Ze zeiden dat ze een relatie met Hem hadden, maar wat voor relatie? Hem kennen als jouw Heere. Hem kennen als Degene aan Wie je je volledig hebt onderworpen en op Wie je volledig vertrouwt, zoals kinderen tegenover hun vader zijn wanneer de omstandigheden op hun best zijn, en zoals vrouwen tegenover hun man zijn wanneer de omstandigheden op hun best zijn. Volledig vertrouwen. Je volledig onderwerpen. Volop genieten. Die vergelijkingen met relaties, met familierelaties, zijn de metaforen die de Bijbel zelf kiest voor onze relatie met God.

^p145

Het verandert ons wanneer we Hem kennen. We worden vruchtbaar in dat eeuwige leven dat Hij geeft. Ik weet zeker dat je hebt opgemerkt dat, wanneer de Bijbel in Genesis begint en over de intieme omgang tussen een man en een vrouw begint te spreken, daarvoor het woord ‘kennen’ wordt gebruikt.

^p146

> En Adam had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn, en zei: Ik heb een man van de HEERE gekregen!
>
> — Genesis 4:1

^p147

_[Vertalersnoot: in het Hebreeuws en in de door de spreker gebruikte Engelse vertaling staat hier letterlijk ‘kende’; de HSV geeft dit weer met ‘had gemeenschap’.]_

^p148

David had Abisag bij zich in bed toen hij een oude man was, maar hij heeft haar nooit gekend. Dit eufemistische gebruik van ‘kennen’ wordt in de Bijbel vaak gebruikt voor seksuele intimiteit. Je vraagt je misschien af of het een ander woord voor ‘kennen’ is. Dat is niet zo. Het is in het Hebreeuws het gewone woord voor het kennen van dingen en het kennen van mensen. Het is geen bijzondere vorm van dat woord.

^p149

### 13. Jezus heeft Zijn werk voltooid

*35:56 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h13*

Het is natuurlijk een beeld van Christus en de gemeente, zoals Paulus zei. Wanneer we Hem kennen, dan vermenigvuldigt Hij Zichzelf in ons. Het leven van Christus wordt in ons vermenigvuldigd. Paulus zei tegen de Galaten in Galaten 4:19:

^p150

> mijn lieve kinderen, van wie ik opnieuw in barensnood ben totdat Christus gestalte in u krijgt.
>
> — Galaten 4:19

^p151

Christus wordt in ons gevormd zoals een baby in de baarmoeder van een vrouw wordt gevormd, zoals Christus in de baarmoeder van Maria werd gevormd. Het is een vergelijking met wat er geestelijk met ons gebeurt. Hij wordt in ons gevormd. Zijn leven wordt in ons vermenigvuldigd. Langs dezelfde weg komt het Woord en neemt het in ons vlees aan.

^p152

Dit is het geheimenis van wat Jezus kwam brengen. Het is geen godsdienst. Het is een unieke ervaring met God die niet slechts iets is wat bij de bekering plaatsvindt. Het is de manier waarop we de rest van ons leven wandelen en leven. We wandelen niet alleen. We wandelen met Hem. Hij is onze Gids. Hij is onze Heere. Hij is onze Trooster. Hij is alles voor ons, alsof we een gewone menselijke vriend in die positie hadden, maar vanzelfsprekend veel beter dan wat enig mens ook maar zou kunnen bieden. Dat is God kennen. Daar draait het bij eeuwig leven om.

^p153

Hij zegt in vers 4 van Johannes 17:

^p154

> Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen.
>
> — Johannes 17:4

^p155

Jezus bereikte dit punt in Zijn leven, vlak voor Zijn dood, en zei: ‘Er is werkelijk niets anders meer wat Ik hier moet doen,’ behalve natuurlijk wat Hij op het punt stond te doen.

^p156

Maar het is interessant dat er minstens één wijdverbreide theologische opvatting is volgens welke Jezus in feite niet heeft volbracht waarvoor Hij kwam. Hij kwam, zo zeggen zij, om het Koninkrijk van God te vestigen, maar die poging werd verijdeld doordat de Joden er niet mee instemden. Dit is natuurlijk het standpunt van de bedelingenleer: Jezus was van plan bij Zijn eerste komst het Koninkrijk van God te vestigen, maar de Joden verwierpen Hem. Daarom moest het worden uitgesteld tot Zijn wederkomst. Daarom, zeggen zij, is het Koninkrijk niet werkelijk gevestigd. Dat zal gebeuren wanneer Jezus terugkomt, en het zal vereenzelvigd worden met het duizendjarig rijk. Jezus was van plan het Koninkrijk van God te vestigen, bood het aan en verkondigde dat het nabij was en gevestigd zou worden. Maar helaas trof Hij geen Joods volk aan dat wilde meewerken, en daarom gebeurde het niet.

^p157

Jezus zei:

^p158

Ik heb het werk voltooid dat U Mij te doen hebt gegeven.

^p159

Had God Hem de taak gegeven om het Koninkrijk te vestigen? Dan moet Hij dat gedaan hebben. Hij moet die taak voltooid hebben. Het werd niet afgebroken. Het werd niet uitgesteld. Het project werd niet opgegeven. Hij deed datgene waarvoor Hij gezonden was, en dat was het Koninkrijk van God vestigen. Het zou beslist een vergissing zijn te denken dat Hij gekomen was met het plan of de hoop het Koninkrijk te vestigen, maar daarin faalde. Hij geeft op geen enkele manier aan dat Hij ook maar enigszins gefaald heeft in het volbrengen van Zijn missie.

^p160

### 14. Waarom Jezus niet voor de wereld bidt

*39:36 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h14*

In vers 6 zagen we:

^p161

> Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen.
>
> — Johannes 17:6

^p162

Ze zijn gaan begrijpen dat de dingen die Jezus zei, de dingen zijn die God Hem te zeggen gaf en die God wil dat zij weten. Ze zijn uit de mond van Jezus gekomen.

^p163

Wanneer je een leraar of voorganger iets hoort uiteenzetten, beweert die natuurlijk dat hij je vertelt wat God wil dat je weet. Voor de gemiddelde persoon was Jezus zo’n leraar: een rabbi die eruitzag als iedere andere Joodse rabbi. Anders zouden ze niet spreken. Maar je weet nooit echt zeker hoeveel geloofwaardigheid of gezag een bepaalde leraar heeft. De mensen hadden die vraag ook over Jezus.

^p164

Wat Jezus in Johannes hoofdstuk 7 tegen hen had gezegd, is:

^p165

> Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek.
>
> — Johannes 7:17

^p166

Deze discipelen waren bereid de wil van de Vader te doen. Daarom waren ze te weten gekomen dat wat Hij sprak, van God kwam. Daarom zei Petrus, toen anderen weggingen:

^p167

> Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heen gaan? U hebt woorden van eeuwig leven.
>
> — Johannes 6:68

^p168

Hij wist dat Jezus namens God sprak. Dat is wat Jezus zegt: ze zijn te weten gekomen dat de dingen die U Mij gegeven hebt, van U komen.

^p169

> [8] Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt. [9] Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.
>
> — Johannes 17:8-9

^p170

### 15. Bidden voor de discipelen en de wereld

*41:30 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h15*

Ik wil hier iets op wijzen. Jezus zei:

^p171

Ik bid niet voor de wereld.

^p172

Er zijn mensen die zeggen dat Jezus Zich nooit om iemand anders bekommerde dan om de uitverkorenen. Dat zijn degenen die God vóór de grondlegging van de wereld op het oog had en die Hij zou behouden, en niemand anders. Degenen die dat zeggen, zeggen ook dat Jezus niet voor de hele wereld gestorven is. Hij stierf alleen voor de uitverkorenen. Hij had slechts een selecte groep mensen om wie Hij gaf, en Hij zou niet voor de anderen sterven. Dat was niet nodig. Zij waren het niet waard. Zij waren niet Gods keuze.

^p173

Om dat te bewijzen, halen ze soms dit vers aan, waarin Jezus zegt:

^p174

Ik bid niet voor de wereld. Ik bid alleen voor degenen die U Mij hebt gegeven.

^p175

De redenering gaat als volgt: als Jezus niet eens wilde bidden voor andere mensen dan de uitverkorenen, zou Hij beslist niet sterven voor andere mensen dan de uitverkorenen.

^p176

Ik denk dat dit een vergissing is. In dit geval zegt Jezus niet:

^p177

Ik zou nooit voor de wereld bidden.

^p178

Natuurlijk zou Hij voor de wereld bidden. Hij had de wereld lief.

^p179

> Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
>
> — Johannes 3:16

^p180

Jezus leerde ons voor de wereld te bidden. Hij zei:

^p181

> [9] Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt . Uw Naam worde geheiligd. [10] Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
>
> — Mattheüs 6:9-10

^p182

Dat Gods wil op aarde wordt gedaan zoals in de hemel, vereist dat de wereld verandert. Daarvoor is het nodig dat mensen in de wereld Hem leren kennen en zich aan Hem gaan onderwerpen. Daarvoor moet gebeden worden voor veel meer mensen dan degenen die op dat moment gelovig waren.

^p183

Wanneer Jezus zegt: ‘degenen die U Mij gegeven hebt’, gebruikt Hij de verleden tijd. God had Hem deze mensen gegeven. Hij heeft het niet over een ontelbare menigte die vóór de grondlegging van de wereld waren uitverkoren, maar nog niet aan Hem gegeven waren. Hij heeft het over degenen die daar bij Hem in de kamer zijn of met Hem over straat lopen. Degenen die God aan Jezus gegeven heeft, zijn degenen voor wie Hij hier bidt.

^p184

### 16. Eén zijn zoals de Vader en de Zoon

*43:33 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h16*

Hij zegt:

^p185

> Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.
>
> — Johannes 17:9

^p186

Niet in dit gebed. Dit gebed is niet voor de wereld. Voor de wereld bidden is beslist het juiste om te doen. Ons wordt gezegd dat te doen. In 1 Timotheus hoofdstuk 2 zegt Paulus:

^p187

> Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen,
>
> — 1 Timotheüs 2:1

^p188

In 1 Timotheus 2, vers 1, zegt hij:

^p189

Daarom roep ik er allereerst toe op dat er voor alle mensen smeekbeden, gebeden, voorbeden en dankzeggingen worden gedaan, voor koningen en voor iedereen met gezag, zodat we in alle godsvrucht en eerbied een rustig en vredig leven kunnen leiden. Want dat is goed en aangenaam in de ogen van God, onze Redder, die wil dat alle mensen gered worden en de waarheid leren kennen.

^p190

Paulus zei dat er voor alle mensen gebeden moest worden, met inbegrip van alle machthebbers. Zij zijn beslist niet allemaal uitverkoren. Niet alle machthebbers zijn christenen. Hij heeft het niet over alleen voor christenen bidden. Hij zei dat zo'n gebed voor alle mensen goed en aanvaardbaar is voor God, omdat God wil dat alle mensen behouden worden.

^p191

Natuurlijk zou Jezus voor de wereld bidden, maar niet in dit gebed. Wat Hij zegt, is: „Ik bid deze specifieke beden nu niet voor de wereld. Ik heb Mijn discipelen voor ogen en Ik bid voor hen om specifieke en unieke dingen waarom Ik niet zou bidden voor anderen die niet tot hun groep behoren.”

^p192

Hij zegt in vers 10:

^p193

### 17. Kerkelijke verdeeldheid en eensgezindheid

*45:33 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h17*

> [10] En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. [11] En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.
>
> — Johannes 17:10-11

^p194

Nog niet helemaal. Hij is nog niet helemaal weg, maar dat zal Hij binnenkort wel zijn, maar Zijn vertrek is zo nabij dat Hij er op deze manier over kan spreken.

^p195

Er zijn een paar dingen waarom Hij voor hen bidt, maar wat Hij het vaakst herhaalt, is dat zij één zouden zijn, zoals Wij één zijn. Jezus had in Johannes 10, vers 30, gezegd:

^p196

> Ik en de Vader zijn Één.
>
> — Johannes 10:30

^p197

Wij die in de Drie-eenheid geloven, gebruiken dat graag als bewijstekst voor de godheid van Christus en voor de Drie-eenheid, maar het is daar niet per se een heel sterke bewijstekst voor. Ik geloof wel in de Drie-eenheid en ik geloof dat die in de Schrift wordt onderwezen. Maar dat betekent niet dat elke geliefde bewijstekst die leer zo goed ondersteunt als wij zouden willen. Toen Jezus zei:

^p198

Ik en mijn Vader zijn één, geloof ik dat Hij eenvoudig zegt dat Hij en Zijn Vader dezelfde belangen hebben. Zij zijn één van denken, één van hart. Zij zijn ook in andere opzichten één, maar binnen de context denk ik dat Hij het heeft over hun eenheid van doel.

^p199

Op die manier bidt Hij dat wij één zullen zijn. Hij zegt:

^p200

Ik bid dat zij één mogen zijn zoals Wij één zijn.

^p201

Hij nodigt ons beslist niet uit om deel uit te maken van de Drie-eenheid. Hij zegt niet: „Ik ben in die zin één met de Vader, en al deze mensen zijn in diezelfde zin ook één met de Vader, dus jullie maken allemaal deel uit van de Drie-eenheid.” Dat is niet wat het in dit geval betekent om één met Hem te zijn. Eén zijn met elkaar heeft te maken met eenheid van doel.

^p202

We zien dit heel duidelijk in een aantal latere geschriften. Paulus zei bijvoorbeeld in 1 Korinthe 1:10:

^p203

> Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.
>
> — 1 Korinthe 1:10

^p204

### 18. Alle christenen behoren aan Christus

*47:44 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h18*

Dit is de eenheid waarvoor Jezus bad en die Paulus hen dringend verzoekt te bewaren. Hij zegt dat jullie volkomen met elkaar verbonden moeten zijn in dezelfde gezindheid en hetzelfde oordeel, en dat jullie allemaal hetzelfde moeten zeggen.

^p205

Hoe zou dat kunnen gebeuren? We hebben nu 4.000 of meer kerkgenootschappen, en die zeggen niet allemaal hetzelfde. Als ze dat wel deden, zouden het geen afzonderlijke kerkgenootschappen zijn. De reden dat ze afzonderlijk zijn, is dat ze zich onderscheiden door iets wat net wat unieker is, iets wat net wat anders is dan waar anderen voor staan. Als je twee groepen hebt die twee kerkgenootschappen vormen, en ze ontmoeten elkaar en dan blijkt dat ze in alles hetzelfde geloven, dan moeten ze ophouden twee kerkgenootschappen te zijn. Dan zijn ze, neem ik aan, hetzelfde kerkgenootschap. Maar elk kerkgenootschap heeft zijn eigen kleine bijzonderheden. Misschien heeft het te maken met de bestuursvorm van de gemeente. Misschien heeft het te maken met een bepaald theologisch punt. Maar ze zeggen niet allemaal hetzelfde. Daarom bestaan ze als afzonderlijke kerkgenootschappen.

^p206

Hoe zouden we ooit het punt kunnen bereiken waarop we volgens Paulus allemaal hetzelfde zouden moeten zeggen? Ik zou er totaal geen bezwaar tegen hebben als alle christenen hetzelfde zeiden als ik. Ik zou hier zelfs de woorden van Paulus kunnen gebruiken. Er is een gebod van God, een gebod in de Schrift, dat iedereen hetzelfde moet zeggen. Dus jullie moeten allemaal in de pas lopen en hetzelfde zeggen als ik. Maar dan zouden zij kunnen zeggen: „Wacht eens, Steve. Volgens mij hoort iedereen hetzelfde te zeggen als wij hier in dit kerkgenootschap zeggen. Jullie moeten allemaal veranderen en net als wij gaan geloven.” Een andere groep zou zeggen: „Nee, wij zijn bereid hetzelfde te zeggen, zolang jullie allemaal willen zeggen wat wij zeggen.”

^p207

Hoe bereiken we het punt waarop we allemaal hetzelfde zeggen, terwijl er zo veel verschillende groepen zijn die allemaal denken dat wat zij zeggen hetzelfde is als wat God zegt, en die erop wachten dat alle anderen van gedachten veranderen en gaan zeggen wat zij zeggen? Kan dit überhaupt? Ja, dat kan.

^p208

Nadat Paulus zegt:

^p209

Ik smeek jullie allemaal hetzelfde te zeggen, legt hij uit wat hij bedoelt. Hij zegt in vers 12:

^p210

> Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus.
>
> — 1 Korinthe 1:12

^p211

Jullie zeggen niet allemaal hetzelfde. Jullie zeggen vier verschillende dingen. Sommigen zeggen:

^p212

Ik hoor bij Paulus.

^p213

Anderen zeggen:

^p214

Ik hoor bij Kefas.

^p215

Weer anderen zeggen:

^p216

Ik hoor bij Apollos.

^p217

Sommigen zeggen:

^p218

Ik hoor bij Christus.

^p219

Raad eens welk van die dingen iedereen zou moeten zeggen? Jullie worden allemaal geacht hetzelfde te zeggen. Zeg geen vier verschillende dingen. Zeg één ding. Eén van die dingen is juist:

^p220

Ik hoor bij Christus.

^p221

Predikers die graag zeggen dat er geen hoop is dat wij allemaal hetzelfde zullen zeggen, en die het voortbestaan van verschillen tussen kerkgenootschappen graag rechtvaardigen, geven vaak een verkeerde voorstelling van wat Paulus hier zegt. Of misschien begrijpen ze hem gewoon verkeerd. Ze zeggen dat Paulus bedoelt dat al deze mensen even verdeeldheid zaaiend zijn, zelfs degenen die zeggen:

^p222

Ik hoor bij Christus.

^p223

Ik heb nog nooit een prediker iets anders over deze passage horen zeggen. Sommigen in Korinthe zeiden:

^p224

### 19. Eenheid van Geest en geloof

*51:23 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h19*

Ik hoor bij Paulus.

^p225

Sommigen zeiden:

^p226

Ik hoor bij Apollos.

^p227

Sommigen zeiden:

^p228

Ik hoor bij Kefas.

^p229

Sommigen waren overdreven geestelijk en zeiden:

^p230

Ik hoor bij Christus.

^p231

en ze hadden allemaal een verkeerde houding.

^p232

Maar Paulus zei niet dat ze allemaal een verkeerde houding hadden. Hij zei dat de mensen vier verschillende dingen zeiden en dat ze allemaal hetzelfde moesten gaan zeggen. Was er één van deze uitspraken die hij goedkeurde? Natuurlijk. Wat zegt hij in het volgende vers?

^p233

> Is Christus verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u in de naam van Paulus gedoopt?
>
> — 1 Korinthe 1:13

^p234

Wat zegt hij hier? Niemand moet zeggen:

^p235

Ik hoor bij Paulus.

^p236

Paulus is niet voor je gekruisigd. Je bent niet gedoopt in de naam van Paulus. Wie is er voor je gekruisigd, en in wiens Naam ben je gedoopt? Christus. De mensen die zeiden:

^p237

Ik hoor bij Christus, hadden dus gelijk. Wij zijn allemaal van Christus. Christus is de Enige Die voor je gestorven is, niet Paulus of Apollos of Kefas, maar Christus. Wij zijn dus allemaal van Christus. Dat is het ene wat iedereen geacht wordt te zeggen.

^p238

Maar wat nu als iemand zegt: „Ik hoor Apollos nog steeds liever prediken dan Paulus, en ik denk nog steeds dat ik het meer eens ben met Petrus dan met Apollos en Paulus”? Wel, dat is prima. Je bent alleen niet van hen. Je bent van Christus. Jullie hoeven het niet allemaal over alles eens te zijn, zolang jullie het erover eens zijn dat wij allemaal van Christus zijn, dat wij allemaal deel uitmaken van hetzelfde lichaam en dat wij ons niet zullen gedragen alsof dat niet zo is.

^p239

Wij zijn eensgezind in ons oordeel. Dat oordeel houdt in dat onze eenheid niet gebaseerd is op het feit dat wij dezelfde opvattingen hebben. Onze eenheid is erop gebaseerd dat dezelfde Persoon voor onze zonden is gestorven en dat wij allemaal in diezelfde Persoon zijn gedoopt. Er is maar één lichaam en wij zijn in Hem. Dat is de eenheid. Christenen hoeven het niet op elk punt eens te zijn om één te zijn.

^p240

Kijk naar Efeze 4. In Efeze 4:3 zei Paulus dat wij ons ervoor moeten inspannen:

^p241

### 20. Judas en degenen die aan Jezus gegeven zijn

*53:44 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h20*

> en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede:
>
> — Efeze 4:3

^p242

Vervolgens noemt hij veel dingen op die alle christenen gemeen hebben. Hij zei:

^p243

> [4] één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, [5] één Heere, één geloof, één doop, [6] één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.
>
> — Efeze 4:4-6

^p244

Al die dingen. Er zijn geen christenen die deze dingen niet gemeen hebben. De dingen waarover christenen van mening verschillen, zijn niet deze dingen. Ze hebben dezelfde God, dezelfde Christus, dezelfde hoop, hetzelfde geloof, dezelfde doop. Ze zijn allemaal in Christus gedoopt, niet in iets anders. Daarom zegt hij dat wij eenheid in de Geest hebben en dat wij de eenheid van de Geest moeten bewaren.

^p245

Maar kijk naar vers 13:

^p246

> totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,
>
> — Efeze 4:13

^p247

De gemeente moet opgroeien tot Christus. Dat zegt hij in vers 15:

^p248

> maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus.
>
> — Efeze 4:15

^p249

Wij moeten opgroeien tot Christus. Wij moeten opgroeien tot een volwassen lichaam van Christus. Waardoor wordt volwassenheid gekenmerkt? Door onze eenheid, door onze liefde voor elkaar.

^p250

De tijd zal komen dat wij de eenheid van het geloof en de eenheid van de kennis van de Zoon van God zullen bereiken. Dat betekent dat wij het meer eens zullen zijn over wat wij geloven en wat wij weten dan nu het geval is. Dat ligt volgens hem in de toekomst. Het is een uitspraak in de trant van „tot die tijd”. Maar in vers 3 hebben jullie nu de eenheid van de Geest en moeten jullie die bewaren. Christus heeft de hele gemeente eenheid in de Geest gegeven. Wij hebben dezelfde Geest en wij maken allemaal deel uit van één lichaam. Dat is de eenheid die wij moeten handhaven. Dat is wat Jezus in Johannes 17 bidt dat er zal gebeuren, en dat is gebeurd, maar christenen moeten het erkennen. Ik denk dat Hij ook bidt dat dát zal gebeuren.

^p251

Hij zei in vers 11:

^p252

> En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.
>
> — Johannes 17:11

^p253

In vers 12 zegt Hij:

^p254

> Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt.
>
> — Johannes 17:12

^p255

Dit is een verwijzing naar Judas. Niemand is verloren gegaan behalve hij. Van wie? Van degenen die U Mij gegeven hebt. God gaf Jezus dus twaalf mensen, en elf van hen hebben het gehaald. Dat betekent dat je tot degenen kunt behoren die God Hem gaf en toch verloren kunt gaan. Het is duidelijk dat de woorden ‘degenen die God Hem gaf’ niet verwijzen naar een onaantastbare lijst van mensen die Hij vóór de grondlegging van de wereld heeft opgesteld en die altijd behouden zouden blijven. Judas wordt namelijk genoemd als iemand die God Hem gaf. Ooit moet Judas deel hebben uitgemaakt van het trouwe overblijfsel, maar hij werd slecht en ging verloren. Toch was hij een van degenen die God Hem gaf.

^p256

### 21. Afval van het geloof en vrije keuze

*57:15 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h21*

en hij behoort tot degenen die U Mij gegeven hebt.

^p257

Het spreekt vanzelf dat de Schrift vervuld moest worden. Betekent dit nu dat Judas hierin geen keus had, omdat er een Schriftwoord was dat zei dat hij Christus zou verloochenen — dat hij Christus zou verraden? In feite is er geen Schriftwoord in het Oude Testament dat zegt dat Judas Iskariot bij name Christus zou verraden. Er zijn Schriftgedeelten die zeggen dat de Messias verraden zou worden door iemand met wie Hij had gegeten, iemand die dicht bij Hem stond, iemand met wie Hij bevriend was geweest. Veel mensen voldeden aan die beschrijving, en ieder van hen had de profetie kunnen vervullen. Judas is degene die ervoor koos. Judas is degene die besloot af te vallen en daardoor de profetie vervulde. Het moest gebeuren dat iemand dit zou doen, maar de Schrift heeft nooit gezegd wie het zou zijn.

^p258

Er staat in het Oude Testament zelfs niet dat een van de twaalf discipelen Hem zou verraden. Er staat alleen:

^p259

> Zelfs de man met wie ik in vrede leefde , op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft zich tegen mij gekeerd.
>
> — Psalmen 41:10

^p260

Jezus had veel vrienden. Het had Lazarus kunnen zijn. Het had Maria of Martha kunnen zijn. Het had Maria Magdalena kunnen zijn. Het had bijna iedereen buiten de groep apostelen kunnen zijn, net zo goed als iemand daarbinnen. Judas werd dus niet door de Schriften aangewezen als degene die Jezus zou verraden. Judas meldde zich vrijwillig voor die positie. Er was een plaats vrij. Als hij het niet was geweest, was het iemand anders geweest. Er waren genoeg mensen die waarschijnlijk graag bij de machthebbers in Jeruzalem in het gevlij wilden komen door zich te laten betalen om Jezus te verraden: iemand die ooit dicht bij Hem had gestaan, maar teleurgesteld in Hem was geraakt. We weten dat veel mensen die ooit hoog van Hem hadden opgegeven, teleurgesteld in Hem raakten. We weten dat Hij met hen at toen Hij de vijfduizend te eten gaf, maar de volgende dag verlieten ze Hem.

^p261

Ik denk niet dat Judas op de een of andere manier door God werd aangewezen om de slechterik te zijn. Ik denk dat God Jezus zou overleveren in de handen van iemand die dicht genoeg bij Hem had gestaan om Hem te kunnen verraden, en Judas was de man die het uiteindelijk deed. Dit gebeurde zodat de Schrift vervuld zou worden.

^p262

### 22. Niet weggenomen uit de wereld

*59:36 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h22*

Sommigen zouden zeggen: ‘Judas is één persoon die God aan Hem heeft gegeven, die Hem heeft verraden en zijn behoud is kwijtgeraakt, maar dat is een uniek geval, omdat de Schrift vervuld moest worden. Als je in alle andere gevallen aan Christus gegeven bent, kun je niet afvallen.’ Bedenk dat Jezus in Johannes 6 zei:

^p263

> En dit is de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren laat gaan, maar het doe opstaan op de laatste dag.
>
> — Johannes 6:39

^p264

Van al degenen die God aan Hem gaf, was het Gods wil dat Jezus niemand zou verliezen. Dat zou blijkbaar betekenen dat Hij zelfs Judas niet zou verliezen. God wilde niet dat Hij Judas zou verliezen. Gods wil was dat Jezus niemand zou verliezen van degenen die Hij aan Hem gaf. Maar Hij verloor hem toch, want het hangt niet uitsluitend van Jezus af. De mensen hebben ook een vrije keus, en Judas maakte een keus.

^p265

Sommigen zouden zeggen: ‘Judas is de enige uitzondering. Niemand anders die God aan Jezus heeft gegeven, zou ooit kunnen afvallen, want zij zijn allemaal uitverkoren, en Judas was uitverkoren om Hem te verraden.’ Hoe weten we dat er geen anderen zijn die uitverkoren zijn om Hem te verraden? Paulus zei tenslotte:

^p266

> Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen,
>
> — 1 Timotheüs 4:1

^p267

Hoe weet ik dat ik niet een van hen ben? Misschien zal ik, die aan Jezus gegeven ben, afvallen, omdat het gepredestineerd is dat velen van het geloof moeten afvallen om de Schrift te vervullen. Misschien ben ik ook een van degenen die gepredestineerd zijn om van het geloof af te vallen, net als Judas.

^p268

Nee, niemand is gepredestineerd om een ongelovige te zijn. Dat is een keus. De Bijbel zegt nergens dat iemand door God gepredestineerd is om een gelovige of een ongelovige te zijn. God heeft bepaalde dingen voor gelovigen gepredestineerd, maar Hij heeft niet gepredestineerd wie een gelovige zou zijn. De Bijbel geeft dat nergens aan — hij gebruikt het woord predestinatie nooit op die manier. Het is vreemd dat zoveel mensen die verder behoorlijk onderlegd lijken te zijn in de Schrift, denken dat dit wel zo is, terwijl je echt geen Schriftgedeelte kunt vinden dat er op die manier over spreekt.

^p269

Jezus zei:

^p270

> Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.
>
> — Johannes 17:13

^p271

Dat had Hij hun ook verteld. Eerder zei Hij:

^p272

> Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u zal blijven en uw blijdschap volkomen zal worden.
>
> — Johannes 15:11

^p273

> Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.
>
> — Johannes 17:14

^p274

Dat had Hij hun in Johannes 15 ook verteld:

^p275

> Als u van de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben, maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.
>
> — Johannes 15:19

^p276

Hij herhaalt deze dingen, alleen spreekt Hij ditmaal met de Vader in plaats van met de discipelen over diezelfde begrippen.

^p277

### 23. Bewaren voor de boze en de verdrukking

*1:03:14 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h23*

> Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.
>
> — Johannes 17:15

^p278

Waarom niet? De wereld haat ons. Het lijkt een goed idee om uit de wereld weg te gaan, bij de mensen vandaan die ons haten. Maar Hij zegt:

^p279

Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen beschermt tegen de boze.

^p280

Het lijkt vreemd, vind je niet, dat de wereld ons zo vijandig gezind is en dat God ons daar toch niet uit wil weghalen? Jezus wil ons hier niet weghalen. Het lijkt erop dat christenen willen dat Hij ons hier weghaalt. Heel veel christenen zien nergens zo sterk naar uit als naar de opname, zodat we hier weg kunnen. Jezus zei:

^p281

Ik bid niet dat dat gebeurt. Ik wil niet dat ze uit de wereld weggaan.

^p282

Waarom niet? Om een paar redenen. Eén reden is dat de wereld ons nodig heeft. Wij zijn het licht van de wereld. Wij zijn het zout van de aarde. Wij zijn de evangelisten. Wij zijn degenen die het Koninkrijk van Christus naar de mensen in de duisternis moeten brengen. De wereld heeft ons hier nodig.

^p283

Maar er is nog een reden, en dat is dat wij de wereld nodig hebben. We hebben de beproevingen nodig. We hebben de tegenstand nodig. We hebben de strijd nodig. We moeten volwassen worden en we moeten dingen leren om als Jezus te worden. Hij leerde gehoorzaamheid door wat Hij geleden heeft. De Bijbel zegt:

^p284

> Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.
>
> — Hebreeën 2:10

^p285

_[Vertalersnoot: de Engelse vertaling waarop de spreker reageert, gebruikt hier ‘perfected’ (‘tot volmaaktheid gebracht’); de bovenstaande Nederlandse weergave gebruikt ‘heiligen’.]_

^p286

### 24. God beschermt Zijn volk in het oordeel

*1:05:02 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h24*

Denk je dat jij gemakkelijker tot volmaaktheid zult komen dan Hij?

^p287

Het lijden dat we in de wereld ondergaan, maakt deel uit van wat we nodig hebben om van ons te maken wat God wil dat we worden. Dat is wat beproevingen doen. Ze zuiveren goud. Het vuur zuivert het goud en verwijdert de slakken. Er zitten veel slakken in ons. We hebben de wereld en haar tegenstand nodig om te worden wat we moeten worden. De wereld heeft ons nodig, en Jezus wil ons niet uit de wereld weghalen.

^p288

Mensen worden behouden en dan willen ze gewoon uit de wereld weg. Het is zoiets als: „Ik heb het mijne binnen. Ik pak mijn knikkers en ga naar huis.” Nee, jij hebt het jouwe gekregen, zodat andere mensen het hunne kunnen krijgen en zodat God het Zijne kan krijgen. Het draait niet allemaal om jou. Dit verlangen om snel aan de wereld te ontsnappen, stemt niet werkelijk overeen met Jezus’ verlangen voor de gemeente.

^p289

De woorden die met ‘hen bewaren voor’ zijn vertaald, bestaan in het Grieks uit twee woorden. Het ene is ek, dat ‘uit’ betekent, en het andere is tereo, dat ‘bewaken’ betekent: hen tegen iets beschermen, hen voor iets behoeden. Deze twee woorden samen, ek tereo, komen in de Bijbel maar één andere keer voor. Dat is in een ander geschrift van dezelfde schrijver, Openbaring hoofdstuk 3.

^p290

In Openbaring 3:10 wordt aan de gemeente van Filadelfia een belofte gedaan:

^p291

> Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken.
>
> — Openbaring 3:10

^p292

Bij ‘u bewaren voor’ staat ek tereo.

^p293

Velen hebben gezegd dat dit uur van beproeving, dat over de wereld zal komen om hen die op de aarde wonen te beproeven, verwijst naar een toekomstige grote verdrukking. Ik heb redenen om te geloven dat dit daar misschien niet naar verwijst. Maar sommigen denken van wel, en zij redeneren als volgt: Jezus vertelde de gemeente van Filadelfia dat Hij hen voor de grote verdrukking zou behoeden. Hij zegt:

^p294

### 25. Geheiligd door Gods waarheid

*1:07:09 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h25*

Omdat je je aan mijn oproep tot volharding hebt gehouden, zal Ik jou ook beschermen in het uur van beproeving dat komt om iedereen die op aarde woont op de proef te stellen.

^p295

Op grond van dit vers leerde men mij dat dit een belofte is van een opname vóór de grote verdrukking. Want het uur van beproeving komt over de wereld, maar Jezus zal ons ervoor behoeden. Dat is de belofte. Stel dat ik ermee instem dat dit over de grote verdrukking gaat. Waar wordt hier dan ook maar iets over een opname gezegd? Hij zegt dat Hij hen ervoor zal behoeden. Betekent dat dat Hij hen eruit wegneemt?

^p296

De enige andere plaats in de Bijbel waar deze uitdrukking voor ‘bewaren voor’ voorkomt, is afkomstig van dezelfde spreker, Jezus, en van dezelfde schrijver, Johannes. Dat is Johannes 17:15, waar staat:

^p297

> Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.
>
> — Johannes 17:15

^p298

dat wil zeggen: de duivel, degene die de haat van de wereld aanwakkert. Het betekent niet dat Hij hen eruit wegneemt. Het betekent dat Hij hen bewaakt terwijl ze erin zijn.

^p299

Toen God de plagen over Egypte zond, was Israël nog steeds in Egypte, maar Hij behoedde Israël ervoor. De plagen kwamen niet over Israël. Ze kwamen over Egypte, hoewel de Israëlieten tussen de Egyptenaren woonden. God maakt, zoals Mozes zei, onderscheid tussen Israël en de Egyptenaren. Hij kon Israël veilig bewaren te midden van een verschrikkelijk oordeel dat over de Egyptenaren kwam.

^p300

Als God wilde dat christenen tijdens de grote verdrukking in de wereld waren, zou er geen enkele reden zijn waarom Hij hen niet hier kon laten blijven en hen ervoor kon behoeden. Hij weet hoe Hij de plagen moet richten. Hij gebruikt geen hagelgeweer. Hij is een scherpschutter. In Psalm 91 staat:

^p301

> Al zullen er duizend vallen aan uw zijde en tienduizend aan uw rechterhand — bij u zal het onheil niet komen.
>
> — Psalmen 91:7

^p302

De goddelozen zullen bij duizenden aan je rechterzijde vallen, maar jij zult er niet door getroffen worden. Waarom? Omdat je de Heere tot je schuilplaats, je toevlucht, hebt gemaakt.

^p303

### 26. Zichtbare eenheid als getuigenis

*1:09:24 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h26*

God is in staat Zijn volk op het strijdtoneel te bewaren en hen daar toch te beschermen. Daar bidt Jezus om. Hij zegt:

^p304

> [14] Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. [15] Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.
>
> — Johannes 17:14-15

^p305

Wat voor nut zou dat hebben? Zij hebben de wereld nodig, en de wereld heeft hen nodig.

^p306

Laat hen niet bezwijken voor de listen van de duivel.

^p307

> Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.
>
> — Johannes 17:17

^p308

Wat betekent ‘heiligen’? Gewoonlijk denken we bij heiligen aan een verandering waardoor we vanbinnen heiliger worden dan we daarvoor waren. En dat is waarschijnlijk een terecht gebruik van het woord. Het woord ‘heiligen’ betekent afzonderen, iets voor God afzonderen, het heilig maken. Heilig betekent afgezonderd.

^p309

Aäron en zijn zonen werden geheiligd, apart gezet en gewijd om priesters te zijn. Dat ze geheiligd waren, betekent dat ze van anderen werden afgezonderd voor een ander doel. Jezus spreekt over onze verhouding tot de wereld. Hij zegt:

^p310

Vader, heilig hen, dat wil zeggen: zonder hen af van de wereld. In welke zin?

^p311

Christenen bezitten de waarheid. Zijn Woord is de waarheid. Wij hebben Zijn Woord, wij geloven Zijn Woord en wij bezitten en kennen de waarheid. Dat zondert ons af van de wereld, want zij bezitten en kennen die niet.

^p312

Wij zijn degenen die iets weten. Wij zijn degenen die Zijn Woord hebben en Zijn Woord geloven, en daarom kennen wij de waarheid. Wij kennen het Evangelie. De wereld kent dat niet, en dat maakt ons anders. Dat zondert ons af van de wereld. Wij zijn geheiligd, wat letterlijk betekent dat we voor God zijn afgezonderd. En wat ons van de wereld afzondert, is de waarheid.

^p313

Jezus zei natuurlijk in Johannes 14 vers 6:

^p314

> Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
>
> — Johannes 14:6

^p315

Hij is ook het Woord, en Hij zegt:

^p316

Uw woord is de waarheid.

^p317

Wij hebben Jezus. Wij hebben Zijn woorden. Wij hebben Gods Woord. Wij hebben Gods waarheid. God en Christus kennen, dat is wat ons onderscheidt van anderen in de wereld. Wij worden door die waarheid geheiligd.

^p318

> Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden.
>
> — Johannes 17:18

^p319

Daar zal Hij in hoofdstuk 20 meer over zeggen.

^p320

> En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid.
>
> — Johannes 17:19

^p321

Hij zegt: Ik heb Mijzelf afgezonderd en Mijzelf in een andere categorie gehouden dan de mensen in de wereld, zodat Ik hun de waarheid kon geven en zij daarin ook geheiligd konden worden.

^p322

> En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven,
>
> — Johannes 17:20

^p323

Dus niet alleen deze discipelen, maar ook allen die door hun invloed discipelen zullen worden, en dat zijn wij allemaal die daarna gekomen zijn.

^p324

> [21] opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons één zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt. [22] En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; [23] Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.
>
> — Johannes 17:21-23

^p325

### 27. Bij Christus zijn en de Vader kennen

*1:13:01 — https://versvoorvers.org/johannes/17#h27*

Nu zegt Hij tweemaal hetzelfde, in vers 21 en vers 23. In beide gevallen bidt Hij dat de discipelen één zullen zijn. Dat had Hij eerder, in vers 11, ook al gedaan. Dit is dus iets wat Hij drie keer ter sprake brengt. Maar in deze twee verzen, vers 21 en 23, geeft Hij een reden, en in beide verzen is dat dezelfde reden. In vers 21 vraagt Hij dat zij één zullen zijn. Waarom? Zodat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. En in vers 23 bidt Hij dat zij volmaakt één zullen zijn. Waarom? Zodat de wereld zal weten dat U Mij gezonden hebt.

^p326

Met andere woorden, er is een verschijnsel waarvan God bedoelt dat het voor de wereld het overtuigende bewijs zal zijn dat Jezus van God komt. Weet de wereld dat de Vader Jezus heeft gezonden? Blijkbaar niet. De mensen gedragen zich er tegenwoordig niet naar. Waarom niet? Jezus zei dat Hij bad dat zij één zouden zijn, zodat de wereld het zou weten. Hij bad dat zij één zouden zijn, zodat de wereld zou geloven. De wereld weet het niet. De wereld gelooft het niet. En dat zou heel goed kunnen komen doordat, jawel, de gemeente niet zichtbaar één is.

^p327

Nu zijn wij één in de Geest. God ziet ons als één. Wat God betreft, maakt iedere christen op aarde deel uit van één lichaam. Maar dat is niet zichtbaar voor de wereld. Onze eenheid is niet zichtbaar voor de wereld, en dat moet ze wel zijn. Hoe zou die eenheid anders iets kunnen worden wat de wereld overtuigt? Hoe zal de wereld door onze eenheid weten dat Hij één is? Of dat Hij Gods Zoon is door onze eenheid, als de mensen die eenheid niet kunnen zien? Christenen moeten zich als één geheel gedragen. En het bestaan van kerkgenootschappen en dergelijke is ongetwijfeld een van de dingen die het feit verhullen dat er tussen alle christenen eenheid in de Geest bestaat. En wij worden geacht die eenheid te bewaren. Ze hoort het krachtigste evangelisatiemiddel te zijn dat wij hebben: onze liefde voor en eenheid met andere broeders en zusters, met hen allemaal.

^p328

Als er iemand is die God aanvaardt en die jij niet aanvaardt, dan schieten wij hierin tekort. Als er iemand is met wie God gemeenschap wil hebben, maar jij niet, dan is dat een tekortschieten van onze kant. En juist zoiets heeft de wereld ervan weerhouden te geloven dat Jezus is wie Hij zei dat Hij is. Als de christenen één waren zoals ze dat in het boek Handelingen waren, in Handelingen hoofdstuk 2, dan zou dit een zeer overtuigend getuigenis voor de wereld zijn. En:

^p329

> en zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.
>
> — Handelingen 2:47

^p330

In vers 24 zegt Jezus dat Hij wil dat degenen die de Vader Hem gegeven heeft, bij Hem zijn waar Hij is en Zijn heerlijkheid aanschouwen. Toch gaat Hij Zelf uit de wereld weg, terwijl Hij zojuist heeft gebeden dat de Vader Zijn discipelen niet uit de wereld wegneemt. In Johannes 14 had Hij echter al gezegd dat Hij de andere Trooster, de Geest van de waarheid, zou zenden en in de Persoon van de Geest bij hen zou komen. Door de komst van de Heilige Geest is Jezus overal waar wij zijn en zijn wij, doordat wij in Christus zijn, ook waar Hij is. Paulus zegt immers in Efeze 2:6 dat God ons met Christus heeft opgewekt en ons in Hem een plaats in de hemelse gewesten heeft gegeven.

^p331

Jezus bidt hier dus niet dat wij uit de wereld worden weggenomen om in de hemel bij Hem te zijn; daartegen heeft Hij zojuist gebeden. Hij bidt dat wij geestelijk zijn waar Hij is: doordat wij in dezelfde Geest delen, deel uitmaken van Zijn lichaam en met Hem als ons Hoofd verbonden zijn.

^p332

Aan het einde, in vers 26, zegt Hij dat Hij de Naam van de Vader bekendgemaakt heeft en die bekend zal blijven maken. Sommige christenen leiden daaruit af dat wij voor God en Jezus precies de juiste Hebreeuwse namen en uitspraak moeten gebruiken. Maar in de Schrift omvat iemands ‘naam’ veel meer dan de lettergrepen waarmee iemand wordt aangesproken. De naam duidt op iemands identiteit, karakter en reputatie. Wanneer Jezus zegt dat Hij de Naam van de Vader bekendgemaakt heeft, bedoelt Hij daarom dat Hij bekendgemaakt heeft wie de Vader is. Als Jezus daarbij één aanspreektitel voor God heeft bekendgemaakt, is het ‘Vader’: Hij leerde Zijn discipelen bidden met de woorden ‘Onze Vader’.

^p333

Er is niets mis mee om de naam Jehovah of Yahweh te gebruiken, welke uitspraak iemand ook verkiest, of om geen van beide te gebruiken. Geen van die namen komt voor in het Nieuwe Testament in het Grieks. Het Griekse Nieuwe Testament bevat de namen Yahweh en Jehovah niet. Dat staat in het Hebreeuws van het Oude Testament. Maar de schrijvers van het Nieuwe Testament gebruikten het niet. Ze gebruikten er andere Griekse woorden voor. Toen ze de naam Yahweh in het Grieks vertaalden, veranderden ze die in Kyrios, wat eenvoudigweg Heer betekent.

^p334

Het was voor de schrijvers van het Nieuwe Testament kennelijk niet belangrijk om in hun verwijzingen naar God de goddelijke Naam onvertaald en ongewijzigd te behouden. Want het gaat niet om de klank van de Naam. De woorden

^p335

> En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.
>
> — Johannes 17:26

^p336

betekenen: „Ik heb hun bekendgemaakt wie U bent, wat voor God U bent: dat U hun Vader bent, dat U hen liefhebt en dat U Mij gezonden hebt om voor hen te sterven. Dat is wat Ik bekendgemaakt heb: wie U bent. Ik wil dat ze weten wie U bent.”

^p337

Jezus kwam zodat wij de Vader zouden kennen. Dat is wat Hij zei, en dat is ook wat Hij in dit specifieke gedeelte bevestigt.

^p338

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Johannes 14:31](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-14-31)
- [Johannes 17:1-5](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-1-5)
- [Johannes 1:1](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-1-1)
- [Johannes 1:14](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-1-14)
- [Exodus 33:18](https://versvoorvers.org/johannes/17#exodus-33-18)
- [Exodus 33:23](https://versvoorvers.org/johannes/17#exodus-33-23)
- [Johannes 17:1](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-1)
- [Filippenzen 2:10-11](https://versvoorvers.org/johannes/17#filippenzen-2-10-11)
- [Mattheüs 5:16](https://versvoorvers.org/johannes/17#mattheus-5-16)
- [Johannes 17:22](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-22)
- [Johannes 17:24](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-24)
- [Johannes 17:2](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-2)
- [Johannes 5:26](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-5-26)
- [Johannes 5:27](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-5-27)
- [Johannes 5:21](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-5-21)
- [Johannes 6:37](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-6-37)
- [Johannes 6:45](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-6-45)
- [Johannes 5:46](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-5-46)
- [Lukas 16:27-28](https://versvoorvers.org/johannes/17#lukas-16-27-28)
- [Johannes 17:6](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-6)
- [Johannes 8:44](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-8-44)
- [Johannes 17:3](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-3)
- [Filippenzen 3:7](https://versvoorvers.org/johannes/17#filippenzen-3-7)
- [Filippenzen 3:8-9](https://versvoorvers.org/johannes/17#filippenzen-3-8-9)
- [Filippenzen 3:10](https://versvoorvers.org/johannes/17#filippenzen-3-10)
- [2 Petrus 1:1](https://versvoorvers.org/johannes/17#2-petrus-1-1)
- [2 Petrus 1:2](https://versvoorvers.org/johannes/17#2-petrus-1-2)
- [2 Petrus 1:3](https://versvoorvers.org/johannes/17#2-petrus-1-3)
- [2 Petrus 1:4](https://versvoorvers.org/johannes/17#2-petrus-1-4)
- [Jesaja 63:9](https://versvoorvers.org/johannes/17#jesaja-63-9)
- [Mattheüs 25:40](https://versvoorvers.org/johannes/17#mattheus-25-40)
- [1 Johannes 5:11](https://versvoorvers.org/johannes/17#1-johannes-5-11)
- [Genesis 4:1](https://versvoorvers.org/johannes/17#genesis-4-1)
- [Galaten 4:19](https://versvoorvers.org/johannes/17#galaten-4-19)
- [Johannes 17:4](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-4)
- [Johannes 7:17](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-7-17)
- [Johannes 6:68](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-6-68)
- [Johannes 17:8-9](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-8-9)
- [Johannes 3:16](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-3-16)
- [Mattheüs 6:9-10](https://versvoorvers.org/johannes/17#mattheus-6-9-10)
- [Johannes 17:9](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-9)
- [1 Timotheüs 2:1](https://versvoorvers.org/johannes/17#1-timotheus-2-1)
- [Johannes 17:10-11](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-10-11)
- [Johannes 10:30](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-10-30)
- [1 Korinthe 1:10](https://versvoorvers.org/johannes/17#1-korinthe-1-10)
- [1 Korinthe 1:12](https://versvoorvers.org/johannes/17#1-korinthe-1-12)
- [1 Korinthe 1:13](https://versvoorvers.org/johannes/17#1-korinthe-1-13)
- [Efeze 4:3](https://versvoorvers.org/johannes/17#efeze-4-3)
- [Efeze 4:4-6](https://versvoorvers.org/johannes/17#efeze-4-4-6)
- [Efeze 4:13](https://versvoorvers.org/johannes/17#efeze-4-13)
- [Efeze 4:15](https://versvoorvers.org/johannes/17#efeze-4-15)
- [Johannes 17:11](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-11)
- [Johannes 17:12](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-12)
- [Psalmen 41:10](https://versvoorvers.org/johannes/17#psalmen-41-10)
- [Johannes 6:39](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-6-39)
- [1 Timotheüs 4:1](https://versvoorvers.org/johannes/17#1-timotheus-4-1)
- [Johannes 17:13](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-13)
- [Johannes 15:11](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-15-11)
- [Johannes 17:14](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-14)
- [Johannes 15:19](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-15-19)
- [Johannes 17:15](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-15)
- [Hebreeën 2:10](https://versvoorvers.org/johannes/17#hebreeen-2-10)
- [Openbaring 3:10](https://versvoorvers.org/johannes/17#openbaring-3-10)
- [Psalmen 91:7](https://versvoorvers.org/johannes/17#psalmen-91-7)
- [Johannes 17:14-15](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-14-15)
- [Johannes 17:17](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-17)
- [Johannes 14:6](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-14-6)
- [Johannes 17:18](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-18)
- [Johannes 17:19](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-19)
- [Johannes 17:20](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-20)
- [Johannes 17:21-23](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-21-23)
- [Handelingen 2:47](https://versvoorvers.org/johannes/17#handelingen-2-47)
- [Johannes 17:26](https://versvoorvers.org/johannes/17#johannes-17-26)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.