1 Timotheüs 3:3-4:4
Een oudste moet thuis goed leiding geven
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4.pdf?v=0821cec3c131. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4.
Samenvatting
De vereisten voor oudsten en diakenen, de gemeente als bolwerk van de waarheid en de voorzegde afval in latere tijden.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg rondt de vereisten voor oudsten af. Hij legt de nadruk op geldzucht, op het gezin als toetssteen en op het gevaar van een pasbekeerde die hoogmoedig wordt. Daarbij zegt hij openlijk dat hij zichzelf om zijn gezinssituatie en zijn leeftijd niet geschikt vindt als oudste, en hij leest het 'oordeel van de duivel' als een veroordeling die van de duivel uitgaat. Bij de diakenen houdt hij vers 11 waarschijnlijk voor een verwijzing naar vrouwelijke diakenen zoals Febe. Aan de hand van Handelingen 6 en Romeinen 12 schetst hij de taakverdeling: oudsten zorgen voor de geestelijke noden en diakenen voor de praktische. Daarna bespreekt hij de gemeente als bolwerk van de waarheid tegenover eenheid zonder waarheid, de moeilijke regels van 3:16 en de afval uit 4:1-4. Die verbindt hij met 2 Thessalonicenzen 2 en het pausdom, met het verbod op trouwen en het onthouden van voedsel, en met een toegeschroeid geweten.
Het gezin als toets voor aankomende oudsten #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we 1 Timotheus 3 vers 3 tot en met hoofdstuk 4 vers 4.
Of misschien ook niet. Ze kunnen op hun slechtst zijn wanneer ze helemaal alleen zijn. Maar de sociale omgeving waarin mannen zich echt laten gaan en zich het meest gedragen zoals ze werkelijk zijn, is het gezin. En wat er bij hen thuis gebeurt, kunnen ze moeilijk verbergen. Zelfs als jij aan de deur staat en ze proberen de schijn op te houden, kunnen ze niet verbergen hoe hun kinderen zijn opgevoed, want hun kinderen zijn erbij. En hun kinderen weten niet hoe ze de schijn moeten ophouden, zelfs niet als het hun gezegd wordt. Je kunt beslist veel te weten komen over de geschiktheid van een man voor het ambt van oudste door bij hem thuis langs te gaan. Ik vind zelfs dat er, voordat een man tot oudste of diaken wordt gekozen, met zijn vrouw gesproken moet worden, en met zijn kinderen. En als hij werk heeft, en dat hoort zo, dan moet er met zijn baas gesproken worden en met zijn collega's. We moeten niet te snel of overhaast te werk gaan. Paulus zegt:
Leg niemand haastig de handen op en heb geen deel aan zonden van anderen. Bewaar uzelf rein.
We moeten de haast vermijden van: 'O, er is een plaats vrij. Die kunnen we maar beter snel opvullen.' Ik denk dat er eerst wat huiswerk gedaan moet worden. Dan vraag je: 'Staat deze man bekend als een man met een hoogstaand karakter in al zijn sociale relaties? Heeft zijn vrouw respect voor hem? Zegt zij: "Dat is een man van God", of zegt zij: "Dat is iemand die iedereen voor de gek houdt"?' Dat zijn de dingen die in overweging genomen moeten worden. Hij kan een gewelddadige man zijn zonder dat iemand het weet, behalve zijn eigen gezin. Maar het zal blijken, en zij kunnen je vertellen, als ze dat willen, of ze vinden dat hij oudste moet worden of niet.
Geldzucht en het karakter van een oudste #
'Niet belust op oneerlijke winst' is een uitdrukking die in sommige handschriften eigenlijk niet voorkomt. Maar 'niet geldzuchtig' aan het eind van vers 3 wel, en dat is hetzelfde. 'Niet geldzuchtig, niet belust op oneerlijke winst' betekent in wezen dat hij niet iemand moet zijn die op grote voet leeft. Als hij een dure smaak heeft, is er goede reden om aan te nemen dat hij niet geschikt is. Een man die ervoor kiest in een duur huis te wonen, in een dure auto te rijden en dure kleren te dragen: misschien is dat niet altijd een aanwijzing voor zijn geestelijke staat, maar in de meeste gevallen wel. Jezus gaf aan:
Nogmaals zeg Ik u: Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.
En als dat zo is, dan zou het iets heel zeldzaams moeten zijn dat een rijke man zelfs maar behouden wordt, laat staan dat hij een leidend geestelijk voorbeeld is.
In onze eigen samenleving worden welvaart en de vruchten van hebzucht vaak gezien als een maatschappelijke deugd. Het zijn de kenmerken van succes. De christelijke gemeente hoort een andere maatstaf te hebben om succes te beoordelen. Juist de dingen die de wereld ziet als kenmerken van succes, zijn voor de christen, voor de bijbelse christen, kenmerken van falen in het christelijk leven, of kenmerken van zwakheid. Weet je nog wat Jezus zei over de dingen die bij de mensen hoog in aanzien staan? Wat zijn die? Een gruwel voor God. Dus we mogen verwachten dat het waardesysteem van de mensheid precies het tegenovergestelde is van dat van God. En zo is het ook, zoals de Schrift laat zien. Dus in plaats van mannen tot oudste te kiezen omdat ze rijk en invloedrijk zijn in de wereld, moeten we hen kiezen die zich om zulke dingen helemaal niet lijken te bekommeren. Jezus zei dat in Lukas. Ik denk dat het hoofdstuk 16 is, en dat klopt, vers 15. Lukas 16 vers 15, aan het eind van dat vers.
Hij moet dus geen man van hebzucht zijn, en meestal is dat dezelfde persoon die welgesteld is. Welstand en hebzucht zijn maar heel zelden van elkaar te scheiden, al is dat misschien in zeldzame gevallen wel zo.
In vers 3 staat ook dat hij vriendelijk moet zijn en niet twistziek. Ook dat is gewoon hoe elke dienaar van God hoort te zijn. In 2 Timotheus 2 vers 24 staat:
Een dienstknecht van de Heere moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen.
Met andere woorden: eigenlijk moet hij zijn zoals een oudste. Iedereen zou ernaar moeten streven te zijn zoals een oudste. Maar een oudste moet werkelijk zo zijn. Elke christen zou ernaar moeten streven zo te zijn. Een oudste moet erin geslaagd zijn zo te worden, en een voorbeeld zijn waar anderen naar kunnen leven en dat ze kunnen volgen.
Goed leiding geven aan gezin en gemeente #
In de verzen 4 en 5 richten we ons op zijn gezinsleven. Hij moet iemand zijn die zijn eigen huis regeert. Nu betekent het woord dat in de Engelse vertaling met 'regeren' (rules) is weergegeven, in het Grieks eigenlijk 'beheren'. De HSV zegt hier dan ook 'goed leiding geven'. Hij is de beheerder van zijn huishouden. Het betekent niet dat hij met ijzeren roede regeert, met zijn kinderen en zijn vrouw verpletterd onder hem, ontmoedigd en doodsbang om ook maar één woord van tegenspraak te zeggen, omdat hij de tiran van het huis is. 'Regeren' betekent beheren, en beheren is iets heel anders dan overheersen. Een bedrijfsleider merkt, als hij een goede leider is, wanneer hij getalenteerde, begaafde mensen onder zich heeft, en hij zet hen aan het werk op de terreinen waar hun gaven liggen. Een man doet hetzelfde met zijn vrouw, als hij wijs is. Hij zal niet bang zijn haar de financiën te laten beheren, uit angst dat dat zijn ego en zijn overheersing van het gezin bedreigt. Als zij de boekhouding beter kan bijhouden dan hij, is er geen enkele reden waarom hij haar dat niet zou laten doen. Hij moet de gaven en vaardigheden van zijn vrouw en zijn kinderen zo beheren dat hij hen zoveel mogelijk de ruimte geeft op de terreinen waar hun sterke punten liggen, en hen niet onder de duim houdt.
Toch lijkt het leiden van een gezin heel sterk op het leiden van de gemeente, want de gemeente is precies als een huis. Ze is als een gezin, een stel kinderen. Dat is het eigenlijk, geloof het of niet. Een school als deze leiden is als zorgen voor een stel tieners, op een paar uitzonderingen na. Joe en Virginia hebben echt kinderen door hun tienerjaren heen grootgebracht, net als ik. Ik weet zeker dat zij, alleen al uit wat ze hier hebben kunnen zien, zouden bevestigen dat zelfs jongvolwassenen zoals jullie veel van dezelfde karakterproblemen hebben als kinderen in een gezin. En dezelfde vaardigheden die iemand tot een goede ouder maken, zouden hem ook tot een goede leider van christenen maken, vooral van jonge christenen.
De proeftuin om te zien of een man dit echt kan, is dus zijn gezin. Kijk daarnaar. Hoe heeft hij die uitdaging aangepakt? Hoe heeft hij het gedaan? Als hij in zijn gezin geen wijsheid en goed beleid heeft laten zien, dan geldt: als het thuis niet werkt, exporteer het dan niet. Als hij het thuis niet kan, laat hem dan niet los op de gemeente. Want waarschijnlijk krijgt hij met de gemeente ongeveer dezelfde resultaten als met zijn eigen kinderen. In elk geval vergelijkbare.
De kinderen van een oudste en eigen ervaringen #
Verder staat er over zijn kinderen:
Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid.
Zoals ik al zei, is dit een van de redenen waarom ik denk dat ik niet in aanmerking zou komen om oudste te zijn. Ik heb minstens één kind dat nu volwassen is en het huis uit is, en dat niet doet wat ik zou willen dat ze met haar leven deed. Voor zover ik weet leeft ze niet op een of andere schandalige manier. Ik heb ook geen reden om aan te nemen dat ze zonden begaat waarvoor ik me zou schamen als iemand erachter kwam, want ik denk echt niet dat ze zo'n meisje is. Ze belijdt christen te zijn, maar de afgelopen drie jaar heeft ze bij een niet-christelijke moeder gewoond. Toen ze bij mij woonde, gedroeg ze zich goed. Vanbinnen was ze waarschijnlijk opstandig, ik weet het niet, want dat lijkt naar buiten te zijn gekomen toen ze bij haar moeder ging wonen. Maar ze gedroeg zich goed. Ze sprak netjes. Ze was op geen enkele manier iemand om je voor te schamen. Maar vandaag leeft ze niet echt zoals ik wil dat mijn kinderen gaan leven als ze opgroeien. En daarom geloof ik niet dat ik voor deze toets zou slagen.
Tegelijk is er de vraag of ik bijvoorbeeld geschikt zou zijn om een school als deze te leiden, en of ik van al deze studenten dezelfde resultaten kan verwachten als die ik met haar opvoeding kreeg. Dat is misschien geen zuivere toets, want ik was niet de enige invloed in haar leven. Ze had twee ouders die haar beïnvloedden. De een was christen, de ander niet. En het lijkt mij dat ze zich als christen gedroeg zolang ze onder mijn invloed stond. Toen ze bij een niet-christelijke ouder ging wonen, leek een andere invloed aan haar te trekken. Ik probeer geen excuses te maken, maar ik weet niet of we hier met een helemaal normale situatie te maken hebben. Aan de andere kant ben ik ook niet de enige invloed in jullie levens, dus misschien lijkt het meer op elkaar dan ik denk.
Maar feit is dat ik me om deze reden niet tot jullie voorganger of jullie oudste zou willen opwerpen. Ik wil meer succes zien dan ik in mijn gezin heb gehad. Ik wil zien dat de kinderen die ik nu grootbreng... En trouwens, mijn opvattingen over opvoeding zijn veranderd sinds ik mijn dochter grootbracht. Toen zij klein was, was ik een leeghoofd als het om opvoeden ging. Ik wist er helemaal niets van. Ik heb veel fouten gemaakt, en die hebben misschien bijgedragen aan hoe ze nu is. Elf jaar later ben ik een gloednieuw gezin begonnen, met een totaal andere kijk op het gezin, op opvoedingsbeleid en zo verder. En tot nu toe zou ik zeggen dat ik bij mijn kinderen zie wat ik succes zou noemen, maar ze zijn nog maar jong. Ze zijn nog niet echt op de proef gesteld. Als ze tieners zijn, als ze volwassen zijn, dan weten jullie of ik het goed heb gedaan of niet. En dan weet ik zelf of ik het goed heb gedaan of niet. En tot die tijd weet ik het helaas niet echt. Ik zou het graag willen weten.
Volwassen kinderen en de leeftijd van oudsten #
En daarom geloof ik echt dat oudsten oudere mannen moeten zijn van wie de kinderen groot zijn. Dat hij zijn kleine kinderen thuis onder de duim heeft en dat ze zich goed genoeg gedragen, bewijst niet dat hij echt het juiste doet. Waar het echt om gaat, is om te zien of hij hun het vermogen heeft meegegeven om God trouw te zijn zonder dat iemand hen daarbij onder druk zet, zodra ze onder zijn invloed vandaan zijn. Heeft hij hun innerlijke remmen bijgebracht, zoals een christen die hoort te hebben? Dat weet je eigenlijk nooit totdat het gezin van een man volwassen is en het huis uit is. En dat is waarschijnlijk waarom de leiders van de gemeente de oudere mannen van de gemeente waren. Want die hadden meestal geen kinderen meer thuis. Hun kinderen waren waarschijnlijk volwassen, en je kon zien wat de vrucht van hun opvoeding was. Bij een man van mijn leeftijd is het in de meeste gevallen te vroeg om te zeggen wat de vrucht van zijn opvoeding is. Ik heb nog kleine kinderen thuis. Ik ben er niet tegen dat een jongere man het ambt van oudste in de gemeente bekleedt, als dat het beste is wat er in de gemeente beschikbaar is, en als hij in andere opzichten voldoet. Maar ik vind het zeker wenselijk dat de oudsten mannen zijn die zich al hebben bewezen door hun kinderen tot volwassenheid op te voeden. Dan kun je de uiteindelijke uitkomst van hun aanpak zien voordat je hen echt tot een vaderfiguur in de gemeente maakt.
Een andere reden waarom ik denk dat ik nooit oudste zou willen zijn, in elk geval niet in de komende tien of twintig jaar, is dat ik vind dat ik niet oud genoeg ben om oudste te zijn. Ik ben al eerder oudste geweest in twee gemeenten, maar dat was min of meer tegen mijn wil. Ik deed het om toe te geven aan de eisen van de voorgangers die wilden dat ik het werd. Eerlijk gezegd zou ik die positie niet opnieuw aannemen, om één reden: ik vind echt dat ik te jong ben om oudste te zijn. Ik denk niet dat ik te jong ben om mensen te leren wat de Bijbel zegt, als ik er toevallig meer van weet dan een ander. Maar dat betekent nog niet dat ik een vader voor deze mensen kan zijn. Het moet nog blijken of ik dat met succes kan.
Geen pasbekeerde als oudste #
Vers 6. We maken deze eisen voor oudsten nog even af.
Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt.
Het woord voor 'pasbekeerde' is in het Grieks neophyton, en daar komt ons woord 'neofiet' van. Letterlijk betekent het 'pas geplant'. Neophyton betekent 'pas geplant'. De christenen van het Nieuwe Testament gebruikten het woord 'geplant' als beschrijving van de doop. Paulus zegt, wanneer hij over de doop spreekt, dat wij geplant zijn in de gelijkvormigheid aan Zijn dood. 'Pas geplant' werd een term die ze gingen gebruiken voor iemand die kort geleden gedoopt was. Een neofiet of nieuweling is dus iemand die pas gedoopt is, met andere woorden: een pasbekeerde.
De reden om geen pasbekeerde in die positie te zetten, is deze:
'opdat hij niet verwaand wordt en daardoor in het oordeel van de duivel valt.'
Waarom zou onvolwassenheid nu tot hoogmoed neigen? Gewoon omdat het zo is. Van nature neigen we allemaal tot eigenwaan en hoogmoed. En meestal kost het jaren van harde klappen, een aantal mislukkingen en een aantal pijnlijke ontnuchteringen om ons te leren dat we toch niet zo geweldig zijn. Iedereen vindt zichzelf behoorlijk cool als hij twintig is. Maar tegen de tijd dat je veertig bent en terugkijkt op je twintigste, zeg je: 'Ik weet niet hoe ik het ooit heb overleefd, met de domheid die mij kenmerkte en de mate van dwaasheid die ik had.' Dat is gewoon de menselijke natuur. We worden geboren met een hoog zelfbeeld. Het kost jaren waarin God met ons bezig is om ons van ons voetstuk te stoten en te zeggen: 'Weet je, je bent eigenlijk toch niet zo geweldig, hè?' En dat is gezond. Het is wenselijk dat iemand wat klappen krijgt, zodat hij op oudere leeftijd een echt besef van nederigheid heeft ontwikkeld.
Jeugdigheid gaat bijna altijd samen met hoogmoed. Ik heb een paar jonge mannen gekend die op mij nederig overkwamen, en daar sta ik versteld van, maar het is heel zeldzaam. In de kern gaat het erom ervoor te zorgen dat ze niet te hoogmoedig worden. Stel dat ze erkend worden, dat ze genoemd worden tussen de oudere mannen naar wie de mensen opkijken, terwijl ze nog vrij jong zijn als christen. Dan zijn ze nog niet erg geheiligd. Ze hebben niet het karakter dat bij het gezag hoort.
Onrijpe leiders en het gevaar van macht #
Ik heb gemeenten en organisaties echt zien wankelen en hun reputatie zien verspelen, omdat ze in aantal zo snel groeiden dat ze veel leiders moesten aanstellen. Er was een leefgemeenschap in Australië die zo was. Ik ken een paar zendingsorganisaties die zo zijn. Ze groeien heel snel, en door het grote aantal mensen in hun organisatie moeten ze meer leiders per hoofd hebben. Dan moeten ze uit hun eigen gelederen leiders naar voren halen die niet echt beproefd zijn en niet echt erg volwassen. Soms gaat dat goed. Andere keren is het rampzalig. Want wanneer je gezag geeft aan iemand die geen karakter heeft, dan heb je een ramp.
Je hebt vast weleens het gezegde gehoord dat macht corrumpeert en absolute macht absoluut corrumpeert. Het is heel waar dat macht corrumpeert, tenzij iemand onomkoopbaar is. En onomkoopbaarheid is een karaktertrek waarmee we niet geboren worden. Die moet ontwikkeld worden. Het is een proces van heiliging, waardoor je iemand macht kunt toevertrouwen zonder dat het hem naar het hoofd stijgt. Hij zal niet proberen over mensen te heersen, omdat hij daar gewoon geen enkele belangstelling voor heeft. Jonge mannen zijn meestal niet zo. En daarom waarschuwt Paulus: 'Maak geen jong iemand of pas bekeerde tot oudste.' Soms heeft Paulus dat principe misschien moeten schenden, eenvoudig omdat alle christenen in een gemeente jong waren. Toen Paulus op zijn eerste zendingsreis oudsten aanstelde in de gemeenten van zuidelijk Galatië, had hij die mannen pas een paar maanden eerder tot bekering gebracht. Maar iedereen in de gemeente was pas bekeerd, dus moest hij de besten kiezen die er waren en hen tot oudsten maken. In sommige gevallen heb je natuurlijk geen keus. Er zijn geen oudere christenen. In de Jezusbeweging werd een reeks christelijke huizen opgericht, christelijke woongemeenschappen, die de House of Miracles-beweging heetten, en de Shiloh-huizen, enzovoort. Het allereerste was in Riverside in Californië, en iedereen die erin woonde was een kersverse christen. Toch moest er iemand toezicht op houden. Dus stelden ze een man die pas drie maanden christen was, aan als voorganger van het huis. Eigenlijk ging dat behoorlijk goed. Hij was een vrij volwassen man. Al begrijp ik uit wat ik gehoord heb dat hij sindsdien is afgevallen, hij was een tijdlang een behoorlijk goede leider. Maar er was gewoon geen keus. Meer had je niet. Je hebt gemeenteleden die toezicht nodig hebben, dus zet je een jonge leider neer en bid je dat het goed afloopt.
Maar het is beter om geen jonge leiders aan te stellen als er ook maar enigszins rijpe mensen beschikbaar zijn. Ik denk zelfs dat je beter minder leiders kunt hebben, als je er een paar rijpe hebt, dan een hele menigte onrijpe. Hoe meer onrijpe leiders je erbij neemt, hoe groter de kans op een ramp wordt. Het stijgt deze mensen naar het hoofd. Ze hebben gezag en macht, maar ze zijn niet rijp, ze zijn niet geheiligd, ze hebben het karakter niet, en ze gaan misbruik maken van hun positie en worden hoogmoedig.
Het oordeel en de strik van de duivel #
Nu zegt hij dat het gevaar is dat een jonge, pas bekeerde gelovige die op zo'n gezagspositie wordt gezet en door hoogmoed opgeblazen raakt, waarschijnlijk in het oordeel van de duivel zal vallen. Ik heb jullie al op de hoogte gebracht van het probleem met deze specifieke regel. Sommigen geloven dat dit betekent: hetzelfde oordeel waarin de duivel door hoogmoed gevallen is. En daarom gebruiken ze dit als bewijstekst dat de duivel ooit iets anders was dan hij nu is, maar dat hij door hoogmoed gevallen is. Dat zou terug te zien kunnen zijn in de manier waarop de New King James dit opnieuw vertaald heeft als "the same condemnation as the devil".
Een andere uitleg heeft niets te maken met de geschiedenis van satan, maar kijkt vooruit naar de toekomst van satan. In feite zou die zeggen: "Als ze in hoogmoed vallen, zullen ze hetzelfde oordeel ondergaan dat de duivel zal ondergaan." Met andere woorden: ze gaan met de duivel naar de hel. Dat zou natuurlijk niets zeggen over waar de duivel vandaan kwam, maar het zou wel zeggen dat hij bestemd is om veroordeeld te worden, en zij ook, als ze in hoogmoed vallen. Nu kan de weergave van de New King James eigenlijk ook zo begrepen worden, en daarom mag ik de vertalers niet verwijten dat ze hier de opvatting willen bevorderen dat satan een gevallen engel is. Maar die uitleg is wel mogelijk.
Een andere uitleg, en die lijkt mij het meest waarschijnlijk, is dat het gaat om een veroordeling die de duivel tegen de christen inbrengt. Nu moet ik toegeven dat het niet helemaal duidelijk is waarom een hoogmoedig mens meer blootstaat aan deze veroordeling dan een ander mens. Maar het lijkt qua bewoording te passen bij de volgende regel, die in vers 7 zegt:
Hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt.
'Een goed getuigenis van buitenstaanders': dat wil zeggen dat ook niet-christenen hem als een goed mens moeten beschouwen. 'In opspraak komen': dat wil zeggen kritiek vanuit de wereld.
Hier hebben we dus de strik van de duivel en het oordeel van de duivel. Het deel 'van de duivel' is in beide teksten hetzelfde. Nu betekent 'de strik van de duivel' zeker niet een strik waar de duivel zelf in zal vallen. Dat weten we omdat dezelfde uitdrukking gebruikt wordt in 2 Timotheus 2:26. In 2 Timotheus 2:26 staat:
en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen.
Dat is dezelfde uitdrukking.
Dus de strik van de duivel is duidelijk de strik waarmee de duivel mensen verstrikt heeft, mensen gevangengenomen heeft. De duivel is dus degene die verstrikt, niet het slachtoffer ervan. Evenzo zou het oordeel van de duivel erop wijzen dat de duivel degene is die veroordeelt, niet het slachtoffer van de veroordeling.
Een pas bekeerde dus, of iemand die geen goede naam heeft bij goede mensen buiten de gemeente, loopt gevaar voor allerlei aanvallen van de duivel: veroordeeld worden en verstrikt raken. Nu legt Paulus helaas niet uit wat voor veroordeling en strik dit precies zijn. De uitleggers zelf breken zich er het hoofd over. En daarom kan ik niet echt zeker weten wat het precies betekent. Maar het is duidelijk: als je geen goede naam hebt, als je in de omgeving kritiek krijgt omdat je niet echt onberispelijk bent, of als je een hoogmoedig mens bent, dan loop je zeker het risico een slachtoffer van de duivel te worden. Om te beginnen leef je in zonde als je hoogmoedig bent, en dan heb je in zekere zin reden om je veroordeeld te voelen. En ten tweede: als je buiten de gemeente geen goede naam hebt, kan de duivel je zeker in de val laten lopen, al was het maar door valse beschuldigingen of door terechte beschuldigingen tegen je, en zo je bediening kapotmaken. En daardoor kun je vast komen te zitten op een plek waar een oudste niet hoort te zijn.
We moeten hier stoppen. Toen ik eerder les gaf over de pastorale brieven, behandelde ik hoofdstuk 3 en 4 samen. Deze keer hebben we maar zeven verzen van hoofdstuk 3 behandeld, en ik heb nog veel meer te zeggen over het onderwerp oudsten en opzieners. Ik zou heel graag een groot aantal Schriftgedeelten erbij betrekken en bespreken wat ze voor dit onderwerp betekenen, maar ik ben bang dat dat niet gaat lukken. Het is waar dat we deze dingen in Titus opnieuw zullen behandelen, en dat geeft me misschien de gelegenheid om nog wat aanvullende dingen te zeggen.
Diakenen: karakter, geloof en beproeving #
We komen nu bij de vereisten voor diakenen. Laten we het lezen. Het begint in 1 Timotheus hoofdstuk 3, vers 8:
De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst,
Dat betekent waarschijnlijk: niet twee verschillende dingen zeggen, of, zoals wij zeggen, de ene keer zus en de andere keer zo praten. Met andere woorden: ze moeten het ene zeggen en datzelfde ook doen. Ik denk dat het erop wijst dat ze oprecht moeten zijn.
De meeste van deze dingen lijken heel sterk op de vereisten voor de oudsten.
en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten.
Dat is een interessante uitdrukking:
'die het geheim van het geloof bewaren met een zuiver geweten'. Het geweten, en de zorg om een rein geweten, is natuurlijk niet nieuw voor ons. We zijn het in deze brief al meerdere keren tegengekomen. En we zullen het opnieuw tegenkomen voordat we klaar zijn met de pastorale brieven. Een rein geweten is namelijk een onmisbare sleutel tot een geslaagd christelijk leven, misschien wel de onmisbare sleutel.
Het is moeilijk te zeggen wat hij met geheimenis bedoelt. Hij gebruikt het woord geheimenis opnieuw in vers 16:
En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
Betekent het geheimenis van het geloof gewoon het geloof in het geheimenis? Dus het geloof in het geheimenis van de godsvrucht, dat hij in vers 16 uiteenzet? Ik denk dat we dat niet kunnen vaststellen. Paulus sprak op verschillende plaatsen over het geheimenis van Christus en het geheimenis van het evangelie. Op één plaats gebruikt hij ook de uitdrukking:
en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus,
Hoe Paulus het woord geheimenis gebruikt, is soms een beetje verwarrend. Hij leert duidelijk dat een geheimenis iets is wat geopenbaard is. Misschien zegt hij niet dat de diakenen een bijzondere openbaring moeten ontvangen. Waarschijnlijker bedoelt hij het geopenbaarde evangelie, de geopenbaarde waarheid en leer die ze ontvangen hebben. Op andere plaatsen wordt die beschreven als een geheimenis dat aan de apostelen en profeten geopenbaard is. Daar moeten ze zich stevig aan vasthouden. Ze moeten hun greep erop niet verliezen. Ze moeten er niet van afdrijven. Dat is waarschijnlijk wat hij bedoelt.
Vers 10:
Ook zij moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij dienen, als zij onberispelijk zijn.
Beproefd, dat wil zeggen getest. Het is interessant dat hij uitdrukkelijk zegt dat diakenen getest en beproefd moeten worden voordat ze diaken worden. Over de oudsten hadden we geen directe uitspraak in die richting. Toch ligt het besloten in zijn uitspraak: 'Ook zij moeten eerst beproefd worden.'
Ook? Naast wie dan? Waarschijnlijk naast de oudsten. De oudsten moeten eerst beproefd worden, en de diakenen ook. Bij zijn vereisten voor oudsten heeft hij niet direct gezegd: laten ze eerst getest worden. Maar hij heeft wel degelijk een uitgebreide test voor oudsten gegeven. Het ligt erin besloten dat een man die zijn gezin niet op orde heeft, niet door de test komt. Voldoet hij niet aan de vereisten, dan komt hij niet door de test. Hetzelfde geldt voor diakenen. Het ambt van diaken is geen onbelangrijk ambt. Het is een ambt dat ook een onberispelijk karakter vereist.
Onberispelijk is een term die ook voor de oudsten gebruikt werd.
De vrouwen: echtgenotes of diaconessen #
De vrouwen moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw in alles.
Nu is er hier een probleem met de vertaling. In de Engelse vertaling staat hier 'wives', echtgenotes. Maar het Griekse woord dat zo vertaald is, kan zowel 'vrouwen' als 'echtgenotes' betekenen. Het Griekse woord voor 'echtgenote' en voor 'vrouw' is hetzelfde woord. De enige manier om zeker te weten wat op een bepaalde plaats beter is, is dus de context. Sommigen menen dat het vertaald moet worden als: "Evenzo moeten de vrouwen eerbaar zijn, geen kwaadsprekers, matig, trouw in alles."
Nu, sommige mensen geven de voorkeur aan 'echtgenotes', zoals de vertalers van deze Engelse vertaling kennelijk doen. De reden is dat Paulus in hoofdstuk 2 al over vrouwen gesproken heeft, en in hoofdstuk 5 spreekt hij opnieuw over vrouwen. Het lijkt niet nodig dat hij zijn bespreking van de diakenen onderbreekt om het gewoon over vrouwen in het algemeen te hebben. Want in vers 12 gaat hij verder over de diakenen:
De diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, die goed leiding geven aan hun kinderen en aan hun eigen huis.
Net zoals een oudste dat moet. Let erop dat vers 11 een bespreking van de diakenen onderbreekt, of er middenin valt. Als we het vertalen met 'de vrouwen', zou dat dus zeker vreemd lijken. Paulus zou dan in het algemeen over christelijke vrouwen spreken. Daarvoor zou hij zijn bespreking van de diakenen onderbreken, en daarna zou hij er weer naar terugkeren. Daardoor zijn velen gaan denken dat hij het over de echtgenotes van de diakenen heeft. Dan kan het vertaald worden als: "Evenzo de echtgenotes." Omdat het midden in een passage over diakenen staat, begrijpen velen het als de echtgenotes van de diakenen.
Iemand wees erop dat de NIV, een Engelse vertaling, zegt dat het ook vertaald zou kunnen worden met 'diaconessen'. Op die mogelijkheid komen we nog terug. Nee, het kan niet vertaald worden met 'diaconessen'. Het woord betekent geen 'diaconessen'; het is er etymologisch niet eens mee verwant. Maar het is mogelijk dat er wel diaconessen bedoeld worden.
Het zou kunnen dat hij het over de echtgenotes van de diakenen heeft. Dit staat tenslotte tussen de vereisten voor diakenen. Het zou zeker logisch zijn dat hij als onderdeel van die vereisten iets zegt over het karakter van de echtgenote van de diaken. Vooral omdat hij direct daarna zegt dat de diakenen de man van één vrouw moeten zijn. Dat laat zien dat het hem gaat om het gezinsleven van de man. Er is eigenlijk niets wat hiertegen pleit, behalve het feit dat hij niets gezegd heeft over de echtgenotes van de oudsten. Als de echtgenotes al onderzocht worden voordat een man in een ambt wordt aangesteld, dan zouden toch zeker ook de echtgenotes onderzocht moeten worden van hen die in het hogere ambt van oudste worden aangesteld. En er wordt niets gezegd over vereisten voor de echtgenotes van oudsten. Dat doet dus twijfelen of dit over de echtgenotes van de diakenen gaat. Zoals ik al zei: het kan vertaald worden met 'de echtgenotes' of met 'de vrouwen'.
Febe en de ruimte voor vrouwelijke diakenen #
Omdat het in de passage over diakenen staat, er middenin, lijkt het duidelijk dat er iets met deze vrouwen is wat met het ambt van diaken te maken heeft. Het gaat dan óf om de vrouwen van de diakenen, óf, zoals sommigen hebben gesuggereerd, om een vrouwelijke vorm van diakenen, of we zouden kunnen zeggen: diaconessen. Het woord 'diacones', de vrouwelijke vorm, komt niet in de Bijbel voor. Maar er is wel een vrouw die in de Bijbel diaken genoemd wordt, in Romeinen hoofdstuk 16, vers 1. Romeinen 16 vers 1 zegt dat Febe een dienares is geweest van de gemeente in Kenchreeën:
En ik beveel u Febe, onze zuster, aan, die een dienares is van de gemeente die in Kenchreeën is,
Het woord 'dienares' is daar in het Grieks 'diaken'. Het is aangetoond dat zij een diaken is. Omdat zij een vrouw is, zouden we waarschijnlijk beter 'diacones' kunnen zeggen, of het woord vrouwelijker maken. En daarom brengt dit velen op de gedachte dat er naast een groep diakenen ook een vrouwelijke vorm daarvan bestond, die diaconessen genoemd werden.
En er is ook geen reden om daaraan te twijfelen. Er is niets aan het ambt van diaken wat een vrouw niet zou kunnen uitoefenen. Dus misschien wordt hier gesuggereerd dat de meeste diakenen, of de mensen met andere ambten, mannen waren, maar dat er ook enkele vrouwen in die rol waren. Daarom nam Paulus even de tijd om zich terzijde tot hen te richten. Hij legt in feite uit dat een diaken de man van één vrouw moet zijn, maar er zijn ook enkele vrouwelijke diakenen, en hij zegt hoe die moeten zijn. Ook zij moeten een goed karakter hebben.
Ik denk dat dit waarschijnlijk is. Nogmaals, ik denk dat het waarschijnlijk is omdat het onwaarschijnlijk lijkt dat Paulus de vereisten voor de vrouw van een diaken zou behandelen, en niet de vereisten voor de vrouw van een oudste. Maar het is volkomen logisch dat hij vereisten zou geven voor een vrouwelijke vorm van de diaken. En we weten dat zulke personen er waren, zoals Febe, en daarom is er geen probleem.
En als iemand tegenwerpt dat Paulus niet het type is om een ambt als dat van diaken aan vrouwen te geven, vanwege wat hij in hoofdstuk 2 zei, dan ben ik het daar niet mee eens. Wat hij in hoofdstuk 2 zei, is dit:
Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.
Diakenen hebben niet per se gezag over de gemeente in de zin waarin oudsten dat hebben. Daar komen we zo meteen over te spreken. En bovendien is waarschijnlijk het enige verschil tussen de vereisten voor oudsten en de vereisten voor diakenen dat de oudsten bekwaam moeten zijn om te onderwijzen, en de diakenen niet per se. De oudsten moeten leraars zijn, in elk geval wat hun bekwaamheid betreft. Maar de diakenen hoeven dat niet te hebben, omdat onderwijzen niet hun rol is. Daarom kunnen we begrijpen waarom Paulus geen vrouwelijke vorm van het ambt van oudste zou noemen, maar wel een vrouwelijke vorm van het ambt van diaken zou kunnen opnemen. Dat is namelijk een dienende functie in de gemeente, geen leidinggevende functie, en er is geen onderwijs voor nodig. En de dingen die Paulus vrouwen verbood, zijn onderwijzen en zich gezag over mannen aanmatigen. Dus hoewel dit niet definitief op grond van de tekst kan worden beslist, lijkt het mij de waarschijnlijkste van de twee mogelijkheden die we hier hebben. Het gaat dan niet om de vrouwen van de diakenen, maar om de vrouwen die het ambt van diaken bekleedden.
Goed dienen en aanzien verwerven #
Iemand vraagt: dit beschrijft vereisten, maar wordt er ook ergens beschreven wat een diaken doet? Daar wil ik zo meteen zeker op ingaan. Het is een goede vraag, en het is zeker een vraag die behandeld moet worden. Ik wil eerst de passage behandelen die de vereisten geeft, en daarna zullen we het een beetje hebben over wat zowel oudsten als diakenen doen.
De diakenen moeten, net als de oudsten, de man van één vrouw zijn, in welke zin dat ook bedoeld is, waarschijnlijk in dezelfde zin. Vers 13 zegt:
Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.
Wat dat precies betekent, is heel moeilijk te zeggen. De commentatoren staan hierbij eigenlijk met de handen in het haar. Wat betekent het om een goede positie te 'kopen'? Dat staat er namelijk eigenlijk in de King James: 'purchase'. Of, zoals de New King James zegt: 'obtain for themselves a good standing', zich een goede positie verwerven. De New King James heeft het iets duidelijker gemaakt, als die het tenminste juist weergeeft. 'Een goede positie' betekent waarschijnlijk een goede naam.
Sommige mensen denken dat het hier betekent dat iemand die trouw is in zijn functie als diaken, kan doorgroeien naar het ambt van oudste. Een diaken moet immers qua karakter in wezen hetzelfde zijn als een oudste. Het verschil is dat hij geen leraar hoeft te zijn. Dat zou erop kunnen wijzen dat hij mogelijk een jongere man is dan een oudste. Hij kan ouder worden, en vooral wanneer hij in staat raakt om te onderwijzen, kan hij ook in aanmerking komen als oudste. En sommigen zouden zeggen, en misschien hebben ze gelijk, dat Paulus zegt dat het ambt van diaken de oefenplaats is voor mogelijke toekomstige oudsten. Een man die te jong is, of niet in staat is om te onderwijzen, maar verder een goed karakter heeft, een goede naam en het hart van een dienaar, kan eerst als diaken dienen. En als hij het daar goed doet, komt hij uiteindelijk, wanneer hij ouder is, in aanmerking om oudste te worden. Dat lijkt een goede en waarschijnlijke uitleg, hoewel commentatoren allerlei andere uitleggingen hebben voorgesteld. Het zou ook overeenkomen met het feit dat Jezus zei dat een leider een dienaar moet zijn. Het woord 'diaken' is gewoon het normale woord in het Grieks van de Bijbel voor 'dienaar'. Er zijn trouwens ook andere woorden. Het woord 'doulos' is een ander Grieks woord dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt voor 'dienaar' of 'slaaf'. Maar 'diakon' of 'diakonos', er zijn verschillende vormen. Er is 'diakone', en er zijn verschillende vormen van dit woord. Ik weet niet meer precies welke vorm met 'diaken' vertaald wordt. Maar het Griekse woord voor 'diaken' is een algemene term voor 'dienaar'. En daarom hadden deze mensen geen titel die kerkelijk klonk. Ze werden gewoon 'dienaren' genoemd. Het waren officieel aangestelde dienaren, om een officiële dienst van een bepaalde soort te verrichten. Over wat die dienst is, hebben we het zo meteen.
Leiders moeten eenvoudige dienaren zijn #
Iemand merkt op: 'Bedienaren.' Ja, hoewel we een voorganger zien als een bedienaar, betekent het woord 'bedienaar' eigenlijk dienaar. En ze waren er om te bedienen, of te dienen.
Nu, omdat een oudste een ambt met gezag bekleedt, zou het redelijk zijn om te stellen dat een man die oudste wil worden, moet bewijzen dat hij een dienaar is. Dat is namelijk de voorwaarde om de eerste te zijn in het Koninkrijk van God. En dus zou het logisch zijn dat Paulus zegt: 'Eerst wordt een man beproefd in het ambt van diaken. Laat hij eerst een nederige dienaar zijn. Als hij het daar goed doet, kan hij in aanmerking komen voor een hoger ambt.' En ik zou willen zeggen: of Paulus dat nu bedoelt of niet, het zou een heel goed advies zijn, gezien het feit dat Jezus zei dat een echte leider een echte dienaar moet zijn. En ik zou terughoudend zijn om wie dan ook in een gezagspositie te benoemen, in een gemeente of op een school, als hij niet heeft laten zien dat hij bereid is het meest eenvoudige werk te doen, met een opgewekte en christelijke houding.
Zelf heb ik schoonmaakwerk altijd prettig gevonden, toen ik in mijn eigen onderhoud moest voorzien en voor mijn brood moest werken. Als ik een baan moest kiezen, heb ik altijd bij voorkeur schoonmaakwerk gekozen, liever dan banen met meer verantwoordelijkheid. Deels omdat je er niet bij hoeft na te denken, zodat ik over de Schrift kon mediteren. Ik vond het niet leuk om ober te zijn, want dan moest ik menukaarten uit mijn hoofd leren en erover nadenken, en onthouden wat mensen besteld hadden, enzovoort. Ik ben maar heel kort ober geweest, maar heel veel jaren heb ik er schoonmaakwerk naast gedaan, ramen lappen en dergelijke. Mensen vroegen dan: 'Nou, hoe kom je aan je inkomen?' Dan zei ik: 'O, ik ben glazenwasser.' En dan lachten de mensen. Ik wist niet precies waarom. Ik schaamde me er niet voor om glazenwasser te zijn, maar blijkbaar... Het is meer dan eens gebeurd dat mensen vroegen: 'Wat doe je voor de kost?' Dan zei ik: 'O, ik was ramen.' En dan grinnikten ze, alsof ze wilden zeggen: 'Jeetje, jij moet wel nederig zijn om dat toe te geven.' Is dat zo vernederend? Dat wist ik niet. Misschien is het zo. Ik maak wc's schoon en ik maak vloeren schoon op handen en knieën, en dat soort dingen doe ik. En dat is waarschijnlijk de belangrijkste manier waarop ik financieel in mijn onderhoud heb voorzien. Soms heb ik andere banen gehad; ik heb een aantal banen gehad. Maar het grootste deel van de tijd was het als schoonmaker. En eerlijk gezegd zie ik daar niets bijzonder minderwaardigs aan.
En evenzo heb ik er op een school of in de gemeente geen enkel bezwaar tegen om de meest eenvoudige taken te doen. En iedereen die daar moeite mee heeft, heeft een probleem met zijn ego en zou geen enkele leidinggevende rol moeten hebben. Laten zij dus eerst bewijzen dat ze bereid zijn eenvoudig werk te doen, te dienen in de taken die geen eer en geen glans opleveren. Dan kunnen ze voor zichzelf een goede positie verwerven. Dat kan een bevordering betekenen, of een hogere positie wat betreft verantwoordelijkheid in de gemeente, 'en veel vrijmoedigheid in het geloof in Christus Jezus'.
De taakverdeling in de eerste gemeente #
Wat wordt hier nu bedoeld met vrijmoedigheid? Nou, eigenlijk spreekt vrijmoedigheid redelijk voor zich. Ik denk dat de vraag die bij mij opkomt, is: waarom sprak Paulus erover dat een diaken vrijmoediger wordt nadat hij trouw is geweest in het ambt van diaken? Misschien denkt Paulus terug aan de eerste mannen die we waarschijnlijk diakenen zouden noemen. En als we vragen wat een oudste doet en wat een diaken doet, moeten we waarschijnlijk teruggaan naar de allereerste vorm van gemeentebestuur die in de gemeente bekend was, in de gemeente van Jeruzalem, direct na haar ontstaan.
In het boek Handelingen blijkt al vrij duidelijk uit hoofdstuk 2 dat de oorspronkelijke leiders van de gemeente de apostelen zelf waren. Zij waren ook de enige oorspronkelijke leiders. Toen er nog maar één gemeente was, woonden ze daar allemaal, en de apostelen waren de onbetwiste leiders, door niemand ter discussie gesteld. De mensen zaten dagelijks onder het onderwijs van de apostelen. En de apostelen legden vast wat de norm was voor christelijk gedrag in de gemeente. In hoofdstuk 4 zien we hetzelfde bevestigd. Daar zien we zelfs dat mensen die geld aan de armen wilden geven, verkochten wat ze hadden en het geld naar de apostelen brachten, en dat de apostelen het dan verdeelden. De apostelen waren dus blijkbaar de enigen die alle bestuurlijke en geestelijke leiding in de gemeente in handen hadden. Maar zoals we in hoofdstuk 6 van Handelingen lezen, raakten de apostelen blijkbaar overbelast, en wat erbij inschoot was het bestuurlijke werk. Er lijkt enige ongelijkheid te zijn geweest in het uitdelen van goederen aan de armen. De Griekssprekende weduwen klaagden dat ze hun deel niet kregen, terwijl de Hebreeuwse weduwen werden voorgetrokken. De apostelen wilden niet dat dit gebeurde, maar ze beseften dat ze niet genoeg tijd hadden om alles goed te doen. En dus besloten ze iemand aan te stellen aan wie ze deze dienst konden overdragen.
Dat lezen we in Handelingen 6, vers 2:
En de twaalf riepen de menigte van de discipelen bij zich en zeiden: Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God te verkondigen om de tafels te dienen.
Trouwens, het woord dat hier vertaald is met 'de tafels dienen', is het woord voor diaken zijn, dienaar in die betekenis van het woord. Het woord 'diaken', of een woord dat met 'diaken' verwant is, wordt hier gebruikt. 'Het is niet juist dat wij onze taak om het Woord te prediken laten liggen om diakenen te zijn.' Dat is in wezen wat ze zeggen: dienaars aan tafel. Dan gaan ze verder:
Zie daarom uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van wie men een goed getuigenis geeft, vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen.
Dat wil zeggen: over het uitdelen van goederen, het uitdelen van voedsel. En dan:
Wij echter zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord.
Met 'wij' zijn hier de apostelen bedoeld.
Hier hebben we dus het eerste geval waarin er in de vroege gemeente een verdeling van verantwoordelijkheden kwam. In het begin lag alle verantwoordelijkheid en alle gezag bij de apostelen, zowel geestelijk als praktisch. Maar op een bepaald moment werd duidelijk dat de praktische behoeften van de gemeente een volledige dagtaak waren, net zoals de geestelijke behoeften dat waren: het evangelie prediken en de kudde voeden. En dus maakten ze eerst onderscheid tussen twee soorten werk die in de gemeente gedaan moesten worden. Aan de ene kant het geestelijke werk van onderwijzen, prediken enzovoort, het geven van geestelijke leiding aan de gemeente. En aan de andere kant de meer praktische dingen die de gemeente nodig had, die gewoon te maken hadden met het nuchter voorzien in de lichamelijke behoeften van mensen.
Christenen, en daarom ook de gemeente die uit christenen bestaat, hebben twee soorten behoeften. Ze zijn lichamelijke mensen en geestelijke mensen, en ze hebben geestelijke behoeften en lichamelijke behoeften. Ze moeten geestelijk gevoed worden en lichamelijk gevoed worden. En daarom zag de gemeente al heel vroeg in dat er een groep mensen nodig was die zich zou wijden aan de lichamelijke behoeften van de gemeente, zodat anderen, de apostelen, zich konden wijden aan de geestelijke behoeften.
Geestelijke leiding en praktische zorg #
Later waren er veel gemeenten, en waren er niet genoeg apostelen om overal te zijn, zodat niet elke gemeente apostelen had. Toen was het blijkbaar Paulus die als eerste in elke gemeente oudsten begon aan te stellen. De oudsten waren de leraren en de leiders in de gemeente. Ze hadden in de afzonderlijke gemeenten blijkbaar een positie die zo dicht mogelijk in de buurt kwam van wat de apostelen in Jeruzalem hadden. Ik bedoel niet dat de oudsten apostolisch gezag hadden. Maar ik bedoel dat ze, voor zover ik over oudsten lees, volgens mij in hun eigen gemeenten een rol vervulden die vergelijkbaar was met de functie van de apostelen in de gemeente van Jeruzalem. Dat wil zeggen: ze waren er om te onderwijzen; ze waren er om geestelijke herders van de kudde te zijn. En zo lezen we ook over hun taken, telkens wanneer die besproken worden: ze waren er om het geestelijk toezicht over de gemeente te houden.
De diakenen vervulden blijkbaar de rol die deze zeven mannen, die in Handelingen 6 gekozen werden, in de gemeente van Jeruzalem vervulden. Dat wil zeggen: elke nieuwe gemeente werd een miniatuur van de moedergemeente, en dat was Jeruzalem. Jeruzalem had de apostelen, die voorzagen in de geestelijke behoeften, en deze zeven, die nooit diakenen genoemd worden. Maar Petrus zei: 'Het is niet juist dat wij het Woord van God laten liggen om diakenen te zijn', of om als diaken te dienen, om de tafels te bedienen. Dat wijst erop dat we deze zeven, die het diakenwerk op zich namen, wel diakenen mogen noemen. De titel wordt hun nooit gegeven, maar bijna alle geleerden zijn het erover eens dat deze zeven diakenen genoemd moeten worden. En in de afzonderlijke gemeenten die geen apostelen hadden, en waar deze zeven niet waren, hadden ze oudsten en diakenen om die ambten te bekleden. In Jeruzalem zorgden de apostelen voor de geestelijke bediening en de diakenen voor de lichamelijke bediening aan de gemeente. Op dezelfde manier lijken de oudsten en diakenen in andere gemeenten die verdeling van verantwoordelijkheid te hebben gehad.
Daarom moeten de oudsten zich niet toeleggen op onkruid wieden bij de kerk of het kerkgebouw schilderen. Toch zijn veel voorgangers de enige betaalde krachten in de gemeente, en daarom wordt van hen verwacht dat ze alles doen: het gras maaien, het kerkgebouw schilderen, de ramen lappen, de toiletten schoonmaken, enzovoort. Overigens zou geen enkele voorganger er bezwaar tegen moeten hebben om dat te doen. Hij moet daar niet te trots voor zijn. Maar als hij al die dingen doet, kan hij zich niet toewijden aan zijn taak, zoals de apostelen zelf ook merkten. Een man van God die de geestelijke zorg voor de gemeente als taak heeft gekregen, hoort zich daaraan te wijden. Hij kan dan niet de tijd besteden die hij nodig heeft aan gebed, studie en prediking. En helaas willen veel gemeenten dat de voorganger alles doet. In de vroege gemeente daarentegen werden de praktische zaken toevertrouwd aan een andere groep mensen. Geen groep met zoveel aanzien als de oudsten, maar in veel opzichten edeler. Ik bedoel, het waren allebei edele roepingen. Maar een dienaar van de allerlaagste soort worden, dat is precies wat Jezus Zelf van Zichzelf maakte toen Hij de voeten van de discipelen waste.
En Hij liet zien dat zelfs de apostelen bereid moesten zijn om dat te doen. En ik geloof dat de apostelen daar ook bereid toe waren. Maar toen hun werklast toenam, kwam er een moment dat ze moesten kiezen tussen dat werk en iets anders. En ze legden zich als hun hoofdtaak toe op de geestelijke noden, zoals de oudsten dat ook zouden moeten doen. En de diakenen worden aangesteld om het eenvoudige werk te doen, zogezegd, de praktische dingen: de stoelen klaarzetten, de maaltijden koken en opruimen na de gemeentemaaltijden of wat dan ook, alles wat er lichamelijk gedaan moet worden, reparaties aan het kerkgebouw, onderhoud van de gebouwen, enzovoort. Dat zijn de verantwoordelijkheden van de diakenen. Het uitdelen van het geld van de gemeente aan de armen. Daarvoor werden de oorspronkelijke diakenen gekozen.
Diakenen en de zorg voor geld en mensen #
En overigens, bij Calvary Chapel Santa Cruz, waar ik een tijdlang oudste was, hadden we diakenen. En het is de enige gemeente die ik ooit heb gezien of waar ik ooit ben geweest waar de diakenen alle financiën kregen om uit te delen. De oudsten hielden zich niet eens bezig met financiële zaken. De oudsten kwamen alleen bij elkaar om te overleggen over de geestelijke noden van mensen. En de diakenen hadden de volledige verantwoordelijkheid om al het geld dat binnenkwam aan te nemen en uit te delen aan de armen in de gemeente, en natuurlijk ook om de rekeningen van de gemeente te betalen. En ik vind dat dit sterk lijkt op wat de zeven deden en op wat diakenen in de vroege gemeente geacht werden te doen: ervoor zorgen dat de praktische dingen geregeld werden, en dat de financiële dingen geregeld werden.
Jim Soderberg, die nu de voorganger is van Calvary Chapel, dezelfde gemeente, heeft de verantwoordelijkheden van zijn diakenen nog verder uitgebreid, en dat vind ik echt iets heel goeds. Aan elk van zijn diakenen is een bepaald aantal mensen in de gemeente toegewezen, zodat iedereen in de gemeente op de een of andere manier bekend is bij een diaken. En die diaken hoort regelmatig, ik weet niet of het wekelijks of maandelijks is, deze mensen op te bellen en te vragen: "Heb je iets nodig? Hoe staat het met je financiën? Heb je bijzondere noden waar wij van moeten weten?" En zo houden ze de vinger aan de pols en blijven ze voortdurend op de hoogte van wat de werkelijke materiële noden van de mensen zijn. Ik heb het niet over hun geestelijke noden; dat is de taak van de voorganger en de oudsten. Maar in feite gaat het erom uit te zoeken of er echt arme mensen in de gemeente zijn, of iemand die in een crisis zit waarbij de gemeente hem te hulp zou moeten komen. En zo hebben de diakenen in zijn gemeente die hele verantwoordelijkheid gekregen. En hij zorgt er dan voor dat er voor de mensen gezorgd wordt en dat de diakenen weten wat elk afzonderlijk gezin werkelijk nodig heeft.
Hoe dan ook, daar waren de diakenen volgens mij voor bedoeld. En er wordt in de Bijbel niet zo vaak naar diakenen verwezen. Het woord 'diakenen' als ambt wordt bijvoorbeeld niet genoemd in het boek Handelingen, hoewel oudsten wel worden genoemd. Maar we zien wel dat Paulus aan Filippi schrijft en zegt:
Paulus en Timotheus, dienstknechten van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus die in Filippi zijn, met de opzieners en diakenen:
Dus we weten dat er opzieners, dat wil zeggen oudsten, en diakenen waren in de gemeente in Filippi. Paulus had hen ongetwijfeld aangesteld. We weten het van Efeze, waar Timotheus was. Van Kreta weten we het niet, omdat Paulus in Titus niet spreekt over vereisten voor diakenen. Maar we weten dat gemeenten vaak diakenen hadden naast oudsten.
Het gezag en de vrijmoedigheid van diakenen #
Nu heeft in de moderne kerk het woord 'diaken', net als het woord 'opziener' of 'oudste', in sommige gevallen bijna de betekenis gekregen van een functionaris met gezag. Er zijn gemeenten waar het college van diakenen de gemeente praktisch bestuurt. Zij kunnen de voorganger aannemen en ontslaan. Ik bedoel, zij hebben eigenlijk de leiding. Aan hen legt de voorganger verantwoording af. En ik denk dat in de vroege gemeente het omgekeerde waar was. De diakenen legden verantwoording af aan de oudsten. De oudsten gaven de werkelijke leiding in de gemeente. De diakenen dienden de noden van de gemeente op praktische manieren. En daarom was het bijvoorbeeld gepast dat een vrouw de rol van diaken had, want er is geen reden waarom zij dat ambt niet zou kunnen vervullen, omdat het geen ambt was waarin de gemeente bestuurd werd.
Paulus zegt dat wie goed dient als diaken, voor zichzelf iets verwerft:
Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.
Ik kan niet met zekerheid zeggen wat Paulus daarbij voor ogen heeft. Maar misschien denkt hij aan Stefanus, een van de zeven. Paulus zelf heeft vóór zijn bekering de gelegenheid gehad om Stefanus te horen. En Stefanus was meer dan een gewone diaken. Ik ben ervan overtuigd dat hij een trouwe diaken was. Ik ben ervan overtuigd dat hij het ambt van diaken trouw heeft uitgeoefend. Maar hij heeft voor zichzelf ook andere erkenning verworven, of verkregen: als prediker, als apologeet, als evangelist, en natuurlijk als martelaar. We lezen dat hij zeer vrijmoedig opstond. En we hebben enkele voorbeelden van zijn onderwijs, waarin hij zelfs het bestuurscollege van de Joden confronteerde. Hij sprak hen zeer vrijmoedig toe en hield hun hun zonden voor, ook al zou hij door hun hand sterven. En ik ben ervan overtuigd dat Paulus onder de indruk was van Stefanus. Misschien heeft hij Stefanus hier zelfs in gedachten als hij zegt: "Weet je, iemand die begint als gewoon diaken, je weet nooit wat God zal doen om hem te verhogen als hij trouw is in dat ambt. Want het kan uitlopen op een heel vrijmoedige en in sommige opzichten verheven bediening, een heel zichtbare bediening." En dat zou kunnen zijn wat hij in gedachten heeft.
Geestelijke gaven voor dienen en leiden #
Laten we doorgaan naar vers 14. O, er is nog één ding dat ik wilde zeggen over oudsten en diakenen, voordat we het onderwerp verlaten. We komen in Titus wel terug op de oudsten, maar niet op de diakenen, dus ik wil het nu zeggen. Het moet duidelijk zijn dat elke bediening in de gemeente alleen goed wordt uitgeoefend door mensen die daarvoor begaafd zijn, dat wil zeggen geestelijk begaafd. Je kiest geen oudste omdat hij natuurlijke kwaliteiten heeft, omdat hij van nature slim is, of omdat hij een goede leidinggevende is in het bedrijf waar hij werkt, zodat we hem dan ook maar de leiding over de gemeente geven. Hij moet de eigenschappen hebben die beschreven staan, maar hij moet er ook geestelijk toe geroepen en begaafd zijn. Hij moet ook een geestelijke dimensie hebben.
Dat blijkt ook hieruit: diakenen krijgen de opdracht om te dienen en oudsten de opdracht om te leiden, en beide woorden komen voor in een lijst van gaven in Romeinen 12. Daar worden een gave van leiden en een gave van dienen genoemd. In Romeinen 12 worden gaven van de Geest opgesomd, en de verzen 6 tot en met 8 zeggen:
En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven:
In het volgende vers staat het woord 'dienstbetoon'. Het woord 'dienstbetoon' in vers 7 betekent letterlijk dienst. Het is het woord voor diaken zijn.
hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen;
'In het dienen' wil zeggen: in ons diakenwerk.
hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt, met blijmoedigheid.
'Wie leiding geeft' kun je ook weergeven als: wie regeert.
Het woord hier is hetzelfde woord dat gebruikt wordt waar de oudsten de opdracht krijgen om goed leiding te geven. In 1 Timotheus 5, vers 17 geloof ik, zagen we:
Laat ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral diegenen die arbeiden in het Woord en in de leer.
Het is hetzelfde Griekse woord als hier.
Er worden hier dus een aantal gaven genoemd. Veel ervan lijken niet bovennatuurlijk van aard te zijn. Het zijn geen gaven zoals genezing en wonderen en tongen en uitleg van tongen enzovoort. Maar profetie wordt wel genoemd. Dat wijst erop dat deze gaven net zo goed geestelijke gaven zijn als de andere soorten gaven die in 1 Korinthe 12 genoemd worden. De gave van dienen en de gave van regeren of leiden worden genoemd als gaven die heel erg lijken op de gave van profetie of welke andere gave dan ook. Het is een roeping van God. Het is een bijzondere toerusting die God geeft door de Heilige Geest. En we mogen aannemen dat degenen in de gemeente die de gave van leiden hebben, degenen zijn die in de positie staan om te leiden, namelijk de oudsten. Degenen die de gave van dienen hebben, zijn degenen van wie de gave erkend is doordat men hen als diakenen heeft aangesteld. En waartoe zij in de gemeente worden vrijgesteld, is dienen. Daarom hebben we hier een aanwijzing dat niet alleen de objectieve vereisten die we in Timotheus lezen, hen geschikt maken. Ze moeten er werkelijk voor begaafd zijn. Er staat dat wie leidt, dat met ijver moet doen.
Vrijwillig en met toewijding leiding geven #
In 1 Petrus spoort Petrus de oudsten op dezelfde manier aan. Ik heb dit in een gesprek al eens aangehaald, maar het staat in 1 Petrus hoofdstuk 5, vers 1 en verder, vooral hoofdstuk 5, de verzen 1 en 2:
De ouderlingen onder u roep ik ertoe op, als medeouderling en getuige van het lijden van Christus en deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden:
En dit is wat hij de oudsten opdraagt te doen:
Hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig; niet uit winstbejag, maar bereidwillig;
Daar staat het woord episkopos, opzieners.
Petrus spoort de oudsten dus aan om het met toewijding te doen. Niet omdat ze gedwongen worden, en niet omdat ze ervoor betaald worden. Ze moeten het vrijwillig en met toewijding doen. Dit kan erop wijzen dat mensen die oudste zouden moeten zijn, soms wat aarzelen om die positie op zich te nemen. En dat kan een goed teken zijn, want Mozes en Jeremia en anderen toonden ook enige aarzeling om hun ambt op zich te nemen. Maar ze waren bereid toen er bij hen werd aangedrongen. Toen God duidelijk maakte dat dat Zijn wil was, deden ze het toch.
Het lijkt mij dat iemand de positie van diaken of oudste niet zou moeten bekleden als hij het niet echt met toewijding kan doen, als hij het niet echt met ijver kan doen. Iemand die het tegen zijn wil doet, omdat hij bijvoorbeeld tegen zijn wil gekozen is, zal er niet ijverig in zijn. Paulus zei het zo: 'wie leiding geeft, met inzet'. Zo iemand gaat de kantjes eraf lopen. Hij zal proberen onder zijn verantwoordelijkheid uit te komen, omdat hij er eigenlijk niet wil zijn. En een van de eerste manieren waarop iemand weet dat hij een gave heeft, is dat hij het verlangen heeft om iets te doen. Dat is niet de enige manier waarop je het kunt weten. Maar iemand die ergens begaafd in is, heeft in zekere zin de bereidheid en het verlangen om het te doen. Hij kan aarzelen. Hij kan bang zijn. Maar hij wil het toch echt doen, als dat de wil van God is, omdat het hem ter harte gaat dat er in de nood wordt voorzien. En dus moeten oudsten en diakenen niet alleen in die zin geschikt zijn. Er moet ook een besef zijn dat ze er door God toe geroepen en begaafd zijn. En een deel van dat besef is dat ze het graag willen, of dat ze ertoe bereid zijn, zonder dat ze ertoe gedwongen of aangespoord moeten worden.
We gaan verder in 1 Timotheus, hoofdstuk 3, vers 14:
Deze dingen schrijf ik u, in de hoop spoedig naar u toe te komen.
Met andere woorden: ik zou je deze dingen kunnen zeggen wanneer ik bij je kom, maar ik weet niet zeker of dat gaat gebeuren, dus schrijf ik het toch maar. Als ik wel binnenkort bij je kom, dan was het niet nodig geweest om te schrijven. Ik ben blij dat hij wel geschreven heeft, want het zijn waardevolle woorden die hij aan ons geschreven heeft. Hij wist dus niet zeker of hij binnenkort naar Timotheus zou komen. En hij besloot te schrijven voor het geval hij vertraagd zou worden.
Hij zegt:
Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid.
Toen we in Jesaja waren, hebben we gesproken over de berg van het huis van de HEERE die verheven zou worden. Ik heb je toen een aantal teksten uit het Nieuwe Testament gegeven die de gemeente aanwijzen als Gods huis. Deze heb ik toen niet genoemd. Dat had gekund, maar ik heb een paar andere genoemd. Dit is nog een geval waaruit blijkt dat voor de apostelen Gods gemeente, het Lichaam van Christus, het enige huis is waarin God vandaag woont.
Hij zegt eigenlijk: als ik bij je kwam, zou ik niet hoeven te schrijven. Want dan zou ik je kunnen vertellen hoe je je moet gedragen in het huis van God, hoe je je daar moet opstellen. Maar omdat ik misschien vertraagd word, schrijf ik je, alleen maar zodat dit niet ongezegd blijft. En je moet inderdaad weten hoe je je hoort te gedragen in het huis van God, en uiteraard ook hoe anderen zich in het huis van God moeten gedragen.
Hij zegt: 'dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid.'
De gemeente als verdediger van de waarheid #
De uitdrukking 'fundament der waarheid' – in de Engelse vertaling 'ground of the truth' – kan de indruk wekken dat de gemeente het fundament van de waarheid is. Dat is niet het geval. Het is juister om te zeggen dat de waarheid het fundament van de gemeente is. Als we de kerk het fundament van de waarheid maken, als dus alles wat de zichtbare kerk zegt als waar wordt erkend, dan komen we in het probleem terecht dat kerkelijke tradities evenveel gezag hebben als de Schrift. Want dan is de kerk de basis van de waarheid. En dat is in feite het standpunt van de Rooms-Katholieke Kerk. Het belangrijkste verschil tussen katholieken en protestanten is dit. Protestanten hebben van oudsher gezegd dat het Woord van God het enige uiteindelijke gezag is. De rooms-katholieke overtuiging is daarentegen dat het Woord van God gezag heeft, maar op hetzelfde niveau als de opgestapelde tradities van de kerk. Als de kerk inderdaad het fundament van de waarheid is, dan suggereert dat dat de kerk, als instituut of als geheel, in zekere zin de basis van de waarheid is. En dan zou je kunnen betogen dat wie op een bepaald moment de leiding over de kerk heeft, de hoogste scheidsrechter is over wat waarheid is.
Maar het woord 'fundament', in het Engels 'ground', is niet de juiste vertaling. De meeste vertalers geven de voorkeur aan het woord 'bolwerk' of 'vesting': de verdediger van de waarheid. Het is de gemeente die de taak heeft gekregen om de waarheid te verdedigen waarop zij gebouwd is, en het is de opdracht van de gemeente om dat te doen. In de wereld is er misleiding.
Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt.
Johannes vertelt ons:
U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.
Daarom: als de waarheid gekend moet worden, dan moet ze door de gemeente bewaard worden, zonder compromis en onbezoedeld.
Helaas hebben veel kerken deze visie niet. Ze springen nogal lichtzinnig om met de waarheid. Velen van hen zeggen zelfs dat waarheid niet zo belangrijk is als liefde. Eenheid is belangrijker dan muggenziften over de waarheid. Je weet wel: laten we geen verdeeldheid veroorzaken over dwalingen die mensen hebben. Goed, er valt veel te zeggen voor liefde. Er valt veel te zeggen voor eenheid, dat is overduidelijk. De Bijbel zegt veel dat ons aanspoort om liefdevol en eensgezind te zijn. Maar Paulus ging ervan uit dat de gemeente één zou zijn in de waarheid, niet één zonder de waarheid. Hij ging er niet van uit dat mensen die in dwaling en ketterij leefden, in een soort kritiekloze eenheid met de gelovigen zouden verkeren. Dan zou de gemeente ophouden een bolwerk van de waarheid te zijn. De gemeente heeft de taak om de onbezoedelde waarheid voor de wereld te bewaren. Zodra de waarheid wordt prijsgegeven omwille van de eenheid, of omwille van wat dan ook, is er geen andere getuige van de waarheid meer in de wereld. Want de gemeente, die gegeven is om de voorvechter van Gods waarheid te zijn, is dan afgevallen, of heeft haar verantwoordelijkheid verzaakt.
Het geheimenis van de godsvrucht #
Vers 16 is een interessant en nogal merkwaardig vers.
En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
Moderne vertalingen zeggen dat 'Hij' of 'Die' geopenbaard is in het vlees. Zij volgen daarin de Alexandrijnse tekst.
Zoals je kunt zien aan de manier waarop de zetters deze passage hebben opgemaakt, menen de meeste geleerden dat dit een geloofsbelijdenis of een lofzang van de vroege gemeente is. Paulus verzint dit dus niet zomaar zelf. Hij citeert iets wat Timotheus al kende, zoals ongetwijfeld de meeste christenen het kenden: een beknopte samenvatting van de christelijke leer. En hij zegt dat deze leer het geheimenis van de godsvrucht belichaamt.
Dat is natuurlijk een van de raadselachtige dingen. Wat wordt er bedoeld met het geheimenis van de godsvrucht? Als hij had gezegd 'het geheimenis van de juiste theologie' of iets dergelijks, dan zou het logisch zijn. Maar godsvrucht wordt in de Bijbel over het algemeen behandeld als een karaktereigenschap. Petrus zegt in 2 Petrus:
5En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, 6aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht,
En dan aan de zelfbeheersing volharding, en aan de volharding godsvrucht. Het is een karaktereigenschap. Het is bijna een synoniem van het woord vroom, of godvrezend. Een godvruchtig man is een man die vroom of godvrezend is. Het lijkt dus vreemd dat hij deze leerstellige uitspraak neerlegt en zegt: dit is het geheimenis van de godsvrucht.
Het is mogelijk dat hij zegt dat deze uitspraak, 'God is geopenbaard in het vlees', de kern is van het geheimenis van godvruchtig zijn. Jezus werd geopenbaard in het vlees, en de enige manier waarop jij godvruchtig zult worden, is doordat God ook in jouw vlees geopenbaard wordt. Dat wil zeggen: doordat God Zijn leven in jouw vlees voortbrengt. Dat is het geheimenis van hoe je godvruchtig kunt worden. Maar ik weet niet zeker of Paulus dat bedoelt, want de context helpt ons hier niet. Wat Paulus net heeft gezegd over de gemeente als pilaar en fundament van de waarheid, doet ons niet per se verwachten dat hij Timotheus in het volgende vers gaat vertellen hoe hij godvruchtig moet zijn. Eerder verwacht je misschien dat hij samenvat wat de waarheid is. De gemeente moet de waarheid bewaren, en hier is bijvoorbeeld een staaltje van de waarheid die de gemeente hoort te bewaren. Wat de godsvrucht betreft is het dus moeilijk om precies te weten wat hij bedoelt. Misschien zegt hij dat een godvruchtig mens dit leerstellige of theologische fundament moet hebben. Hoe dan ook, ik weet het niet zeker. Hij zou met het geheimenis van de godsvrucht kunnen bedoelen: het geheimenis dat betrekking heeft op het godvruchtige leven. Of het geheimenis dat tot een godvruchtig leven leidt. Het geheimenis is dan de verborgen boodschap die nu aan de apostelen en profeten is geopenbaard. Ik moet, net als de meeste commentatoren, erkennen dat het niet helemaal duidelijk is waarom Paulus voor deze bewoording kiest.
God geopenbaard in het vlees #
Bovendien bevat de uitspraak die hij citeert een paar moeilijke onderdelen. De vraag of het 'God' of 'Hij' is die geopenbaard werd in het vlees, is natuurlijk geen ernstig probleem. Het is duidelijk dat de persoon die volgens hem geopenbaard werd, Jezus Christus is. En zelfs als het 'Hij' is die geopenbaard werd in het vlees, kan dat nog steeds inhouden dat Hij God was, geopenbaard in het vlees, zoals Johannes ons vertelt in 1 Johannes hoofdstuk 1. Daar staat:
Wat wij gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien hebben, aangaande het Woord des levens – want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien en wij getuigen ervan –
Enzovoort. Dat is Jezus, God in het vlees. Als trinitariërs zouden we natuurlijk liever lezen: 'God is geopenbaard in het vlees', want dat is een bewijs van Jezus' godheid. Helaas is er daar een tekstkritisch probleem, en daardoor is het lastig om dit vers als bewijstekst te gebruiken. Ieder kan dan tegenwerpen: 'Tja, je gebruikt een minderwaardige tekst.' De Jehova's Getuigen bijvoorbeeld volgen de Alexandrijnse tekst, en die zegt hier niet 'God is geopenbaard in het vlees'. Door deze tekstuele eigenaardigheid van de passage verliezen we dit vers dus als bewijstekst voor de godheid van Christus. Maar we hebben andere teksten waarop we die leer kunnen grondvesten.
Een van de problemen van deze passage is echter gewoon de volgorde waarin bepaalde dingen genoemd worden. De eerste regel, 'God is geopenbaard in het vlees', spreekt over de menswording. De laatste regel, 'is opgenomen in heerlijkheid', spreekt zeker over het einde van Zijn aardse loopbaan. Aan het einde van de Evangeliën werd Jezus opgenomen in de hemel. Omdat het begint en eindigt met het begin en het einde van Jezus' aardse loopbaan, zou je dus min of meer verwachten dat de uitspraken daartussen een overzicht geven van het aardse leven van Jezus. En dat lijken ze niet te doen, vooral niet waar staat:
'gepredikt onder de volken, geloofd in de wereld'. Dat is eigenlijk pas vervuld nadat Jezus naar de hemel was gegaan, en daarom wordt het buiten de chronologische volgorde genoemd. Misschien. Daar komen we wat later op terug.
Het is voor ons niet zo moeilijk te begrijpen wat het betekent dat Jezus geopenbaard is in het vlees. We weten dat Hij mens geworden is: God werd mens. Daar zitten wel enkele geheimenissen aan, en Paulus zegt:
'Niemand kan het ontkennen: het geheim is groot.' Hij geeft toe dat het geheimzinnig is, en we moeten misschien ook niet verwachten dat we er alles van kunnen uitleggen. Het is een geheimenis.
Jezus gerechtvaardigd in de Geest #
Maar wat betekent 'gerechtvaardigd in de Geest'? Het lijkt duidelijk dat 'in de Geest' tegenover 'in het vlees' in de vorige regel staat. Hij was iets in het vlees en iets anders in de Geest. In het vlees werd Hij geopenbaard als een mens. In de Geest werd Hij gerechtvaardigd, of in het gelijk gesteld, zoals sommige vertalingen zeggen. Wat betekent dat? Rechtvaardig verklaard, rechtvaardig genoemd? Hoe heeft de Geest Jezus rechtvaardig verklaard?
Nou, daar bestaan heel wat theorieën over. Sommigen geloven dat het verwijst naar God die vanuit de hemel spreekt en de Geest die in de gedaante van een duif op Hem neerdaalt, in het Evangelie van Johannes en in de andere Evangeliën, toen Jezus gedoopt werd. We lezen in Mattheüs 3:16, dat trouwens in de New King James als kruisverwijzing wordt gegeven, dat de Geest neerdaalde in de gedaante van een duif. Daarbij klonk de stem van God, die zei:
En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!
Daarom werd Hij door de Geest gerechtvaardigd, of in het gelijk gesteld, of tot de Rechtvaardige verklaard. Dat wil zeggen: door het verschijnen van de Geest in de gedaante van een duif op Hem, en door de stem van God die vanuit de hemel sprak. Dat zou kunnen zijn wat hier beleden wordt. Sommigen hebben gemeend dat het 'door de opstanding' betekent, omdat Paulus in Romeinen hoofdstuk 1 en vers 4, Romeinen 1:4, zegt over Jezus:
Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere.
Dat doet vermoeden dat de Heilige Geest, door Jezus uit de doden op te wekken, Hem tot de Zoon van God verklaard heeft. Dus ook daar is de Geest van God bij betrokken.
De uitspraak zou dus kunnen verwijzen naar de Geest die Jezus in het gelijk stelt of tot de Rechtvaardige verklaart, ofwel bij de opstanding, ofwel mogelijk bij de duif die neerdaalde. Er zijn ook andere mogelijkheden geopperd. Stel dat dit verder kijkt dan het aardse leven van Jezus, bijvoorbeeld naar de prediking van de apostelen, toen Hij onder de heidenen gepredikt en in de wereld geloofd werd. Dan getuigt de Heilige Geest bij ons dat Jezus is wie Hij zegt te zijn, en leidt Hij ons tot bekering. In zekere zin is de reden dat jij in Jezus Christus gelooft, dat Hij door de Geest gerechtvaardigd is. De Geest heeft jou immers duidelijk gemaakt wie Jezus was, en dat voor jou bevestigd. Dat is dus nog een mogelijke uitleg. Er zijn hier allerlei mogelijkheden, en het is moeilijk precies te weten hoe de vroege kerk deze regel begreep. Maar het is duidelijk dat Jezus niet alleen een vleselijke maar ook een geestelijke kant had, die ze in deze uitspraak wilden benadrukken.
Jezus gezien en verzorgd door engelen #
De volgende regel is ook moeilijk: 'gezien door engelen' (in de HSV: 'is verschenen aan de engelen').
De enige reden dat dit moeilijk is, is dat het niet ongewoon is om door engelen gezien te worden. Het is veel ongewoner om een engel te zien. Maar door engelen gezien worden lijkt niet ongewoon.
De engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.
Ik neem aan dat ze ons kunnen zien. Wat is er dan zo bijzonder aan dat Jezus door engelen gezien is?
Sommigen menen dat dit een verwijzing kan zijn naar het ooggetuigenverslag dat de engelen bij het graf gaven, toen Jezus uit de doden was opgewekt. Een andere mogelijkheid is dat we 'engelen' hier niet moeten opvatten als hemelse boodschappers. Het woord angelos betekent in het Grieks namelijk gewoon boodschappers, en soms verwijst het naar menselijke boodschappers. Het kan dus betekenen dat de boodschappers van het evangelie Hem gezien hebben. Zij waren ooggetuigen. 'Hij is gezien door de boodschappers', zo zou je het kunnen weergeven. De apostelen, met andere woorden. Met andere woorden: Zijn opstanding is niet maar van horen zeggen. Ze is gezien door bepaalde boodschappers, die ons erover verteld hebben. Dat is een mogelijke lezing, en die zou heel goed te begrijpen zijn.
Een andere mogelijkheid is het woord 'gezien' weer te geven in een betekenis die het in het Nieuwe Testament af en toe heeft, namelijk ergens op toezien. Toen het Sanhedrin Pilatus bijvoorbeeld om toestemming vroeg om het graf van Jezus te verzegelen, zei Pilatus:
U hebt een wacht.
Zorg daar zelf voor. Zie daar zelf op toe. Met andere woorden: regel dat detail zelf maar. Daar wordt hetzelfde Griekse woord gebruikt als voor 'gezien'. En sommigen menen dat dit misschien betekent dat Jezus door engelen gediend werd, door engelen verzorgd. Dat is ook waar. Dus nogmaals: er zijn allerlei mogelijkheden, en we kunnen er eenvoudigweg niet definitief tussen kiezen. Dat is volgens mij onmogelijk.
Ik zou dit willen zeggen. Stel dat we "gerechtvaardigd in de Geest" opvatten als een verwijzing naar wat er bij Jezus' doop gebeurde, en "gezien door de engelen" als: verzorgd door engelen. Dan hebben we hier wel een soort chronologie. Geopenbaard in het vlees: toen Hij kwam, toen Hij Zich bij Zijn doop in het openbaar vertoonde, of toen Hij geboren werd. Daarna werd Hij gedoopt en in het gelijk gesteld doordat de Geest op Hem neerdaalde. Daarna ging Hij de woestijn in en werd Hij door de duivel verzocht, en daarna kwamen er engelen die Hem dienden. Als je al deze dingen op die bepaalde manier uitlegt, wijzen ze dus op vroege gebeurtenissen in het leven van Jezus. En dan zouden we verwachten dat de rest over latere gebeurtenissen in Zijn leven spreekt. En dat is een mogelijkheid. Het kan een argument zijn voor die uitleg, maar niemand weet het gewoon. Eerlijk gezegd: als je de commentaren leest, zie je dat iedereen zijn best doet om uit te zoeken wat dit betekent. Maar er zijn gewoon allerlei mogelijkheden, en we weten het niet zeker.
De geloofsbelijdenis als christelijke ervaring #
Een student oppert: wat als het over ons gaat? Met "die" in plaats van "God": die geopenbaard is. Dan gaat het over onze godsvrucht. De godsvrucht van Christus wordt geopenbaard in ons vlees. Wij worden gerechtvaardigd door de Geest. Wij worden gezien door de engelen. Christus wordt door ons gepredikt onder de heidenen, en door ons wordt in de wereld in Hem geloofd. Dat is wat ze zeggen, weet je nog?
Ja. Dat vind ik mooi. Dat vind ik heel mooi. Het geeft een totaal andere kleur aan het geheel. Ik weet niet of een commentator dat ooit heeft voorgesteld, in elk geval niemand van wie ik iets gelezen heb. Het lijkt in de context te passen, want die gaat over dienaren van de gemeente en over de gemeente als geheel. Misschien klopt het niet, maar ik vind het ook mooi. Eigenlijk moet ik bekennen dat de gedachte nooit echt bij me is opgekomen om de hele passage in het licht van christenen te lezen. Al heb ik wel gezegd dat christelijke godsvrucht erop berust dat God geopenbaard is in ons vlees. Verder had ik het nooit doorgetrokken, maar al die dingen zouden waar zijn. En misschien hebben we hier ontdekt wat alle commentatoren over het hoofd hebben gezien. En dat is goed mogelijk.
Kun je dat nog één keer herhalen? Oké, de suggestie is dat hij het niet zozeer over de christelijke leer heeft als wel over de christelijke ervaring. Het geheimenis van de godsvrucht, de ervaring van godsvrucht in het christelijk leven, berust erop dat God geopenbaard wordt in ons vlees, en wordt daardoor gekenmerkt. Hij stelt ons in het gelijk door Zijn Geest, Hij rechtvaardigt ons. Zijn engelen schenken ons aandacht; wij worden gezien door engelen. Paulus zegt in de brief aan de Efeziërs dat de gemeente door de engelen gadegeslagen wordt. En dan natuurlijk: gepredikt onder de heidenen en in de wereld geloofd. Dat heeft zeker te maken met het leven van de christen. De christen is een prediker en een gelovige. En opgenomen in heerlijkheid zou zeker ook kunnen slaan op de uiteindelijke bestemming van de christen: verheerlijkt worden wanneer Jezus terugkomt.
Dus alles wat ik kan zeggen is: "Buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van wat Paulus hier zegt." Weet je, naar mijn oordeel zou het zeker heel zinnig zijn om het op te vatten zoals een van de studenten (naam onzeker: Gail of Caleb) heeft voorgesteld. Namelijk dat het over de ervaring van de christen gaat, en over de persoonlijke godsvrucht van de christen. Dat vind ik mooi. Maar de meeste commentatoren hebben het anders opgevat, als een geloofsbelijdenis over Jezus en over bepaalde dingen die Hem betreffen. Maar zoals ik al zei: als je het zo opvat, wordt het veel moeilijker om de afzonderlijke regels echt te begrijpen, en ook de volgorde van de gebeurtenissen. Dus eerlijk gezegd kan ik alleen dit zeggen. Als we in de tijd van Paulus leefden, en deze belijdenis geregeld in de samenkomst uitspraken, en ze aan ons werd uitgelegd, dan zouden we meer weten dan we nu weten. Dit is een lofzang of een geloofsbelijdenis van de gemeente die niet bewaard is gebleven, behalve in dit fragment. En in deze specifieke context kunnen we niet absoluut zeker zijn hoe het werd begrepen.
Of ik het fijn vind om geloofsbelijdenissen uit te spreken in gewone kerkdiensten? Ik heb er geen bezwaar tegen om geloofsbelijdenissen uit te spreken. Helaas kunnen mensen een geloofsbelijdenis uitspreken zonder er één woord van te menen. Maar dat betekent niet dat iemand die het wél meent er geen voordeel bij heeft om hem uit te spreken. En ik denk dat het altijd goed is om te bevestigen wat we geloven, als het waar is. Ik bedoel: als het waar is dat we dat werkelijk geloven. Amen.
Afval in latere tijden en de laatste dagen #
Oké, hoofdstuk 4. We zijn echt bij een nieuw hoofdstuk aangekomen. Halleluja.
1Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, 2door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid. 3Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. 4Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. 5Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.
Paulus kijkt hier vooruit naar iets in de toekomst. In onze inleiding heb ik erop gewezen dat zowel 1 als 2 Timotheus voorspellingen over de toekomst doen. In 2 Timotheus hoofdstuk 3 zegt hij:
En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken.
En daarna beschrijft hij allerlei dingen. Er is wel een verschil tussen 1 Timotheus 4 en 2 Timotheus 3. In 2 Timotheus 3 zegt hij namelijk 'in de laatste dagen', en dat is een andere uitdrukking dan die we hier vinden. 'De laatste dagen' die hij in 2 Timotheus 3 gebruikt, is dezelfde uitdrukking die Petrus op de Pinksterdag gebruikt, wanneer hij zegt:
16Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: 17En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.
Het is de gangbare uitdrukking voor de laatste dagen, en die wordt in het Nieuwe Testament vaak gebruikt. Zoals ik al eerder heb opgemerkt: telkens wanneer de apostelen die uitdrukking gebruikten, spraken ze altijd over iets in hun eigen tijd, of in hun eigen periode in het algemeen. En ik heb je als mogelijkheid voorgelegd om te overwegen dat ze de laatste dagen van de Joodse bedeling bedoelen, de laatste dagen van de Joodse orde der dingen. Met andere woorden: de laatste jaren van het aftellen vóór het jaar 70 na Christus en de verwoesting van het Joodse systeem.
Nu, dat klopt zeker met het gebruik ervan in alle passages behalve 2 Timotheus, waar in hoofdstuk 3 staat:
En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken.
De vraag of het ook op 2 Timotheus 3 van toepassing is, moeten we nog overwegen, en dat zullen we later doen. Persoonlijk denk ik dat het ook in die context past, maar die passage kunnen we nu niet bespreken. We komen er natuurlijk later op terug.
Hier wil ik erop wijzen dat hij hier niet de term 'in de laatste dagen' gebruikt. Hij gebruikt een andere term, die veel algemener is: 'in latere dagen', 'in latere tijden'. Dat is een term die gewoon betekent: ergens later dan nu, ergens in de toekomst. Hij verwijst niet noodzakelijk naar dezelfde periode die hij in 2 Timotheus 3 de laatste dagen noemde. Sterker nog, waarschijnlijk verwijst hij er niet naar, want anders had hij waarschijnlijk dezelfde uitdrukking gebruikt. Hij heeft een niet nader bepaalde periode in de toekomst op het oog.
De afval en de mens van de zonde #
Misschien kunnen we ontdekken welke toekomstige periode hij bedoelt, door wat hij zegt te vergelijken met een paar andere passages. Bijvoorbeeld met een passage een paar bladzijden hiervoor, 2 Thessalonicenzen hoofdstuk 2. Hier in 1 Timotheus 4:1 zegt hij bijvoorbeeld: 'in latere tijden zullen sommigen afvallig worden van het geloof'.
Ze zullen afvallig worden. Welnu, in 2 Thessalonicenzen hoofdstuk 2 zei Paulus dat we een grote afval verwachten, een grote afvalligheid. Het is in wezen dezelfde term. In vers 3, 2 Thessalonicenzen 2:3, staat:
Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf,
Verder zegt 1 Timotheus 4 dat mensen misleid zullen worden door misleidende geesten en leringen van demonen. Welnu, verderop in 2 Thessalonicenzen 2 zegt vers 9:
hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen,
Leugenachtige of misleidende wonderen: met andere woorden, misleiding die door de satan is ingegeven. Er is daar dus een zekere parallel.
Ook zet Paulus aan het eind van 1 Timotheus 4:3 degenen die hiervoor bezwijken tegenover ons. Wij worden daar beschreven als mensen die geloven en de waarheid kennen. De christen is, anders dan zij die afvallig worden van het geloof, iemand die gelooft en de waarheid kent. In 2 Thessalonicenzen 2 worden zij die misleid worden beschreven als mensen die de liefde tot de waarheid niet aannemen. Dat is 2 Thessalonicenzen 2:10. Ze worden misleid doordat ze de waarheid niet geloven en niet liefhebben. Zo staan ook de misleiden in 1 Timotheus 4 tegenover ons, die geloven en de waarheid kennen. Er zijn dus een paar parallellen in de bewoording.
Verder heb ik je, zoals je je zult herinneren, bij de bespreking van 2 Thessalonicenzen 2 voorgesteld dat ik, samen met de kerkvaders en de reformatoren, neig naar de opvatting dat de afval waarover Paulus sprak het verval van de kerk in de vierde en vijfde eeuw was. Dat verval ging zo ver dat het uitliep op de opkomst van het pausdom. En alles wat Paulus over de mens van de zonde zei, is in het pausdom in vervulling gegaan.
Het is interessant wat 1 Timotheus 4 zegt over de gevolgen van deze afval. In vers 3 staat:
Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden.
Spijzen die God bestemd heeft om gegeten te worden. Nu kunnen we dat op verschillende manieren opvatten. We zouden het kunnen zien als ascetische gnostiek, die zelfs in Paulus' eigen tijd al aanwezig was. Het zou kunnen dat hij het daarover heeft: een toename van askese, waarbij het huwelijk zelf als slecht wordt beschouwd omdat seks slecht is, en waarbij bepaalde soorten voedsel worden afgewezen en vegetarisme wordt aanbevolen. Het zou dat kunnen betekenen. Het zou kunnen dat Paulus deze neiging al kende, of dat deze neiging later in de kerk opkwam. Misschien gedeeltelijk onder invloed van Openbaring hoofdstuk 7 en hoofdstuk 14, die spreken over de 144.000 en zeggen dat zij maagden zijn. Ze hebben zich nooit met vrouwen bevlekt. Sommige mensen namen dat letterlijker dan het bedoeld is, dat wil zeggen: ze begrepen het als lichamelijke maagdelijkheid in plaats van geestelijke. Zij zouden natuurlijk geconcludeerd hebben dat je, om aanvaardbaar te zijn en bij deze groep te horen die behouden wordt, maagd moet zijn. Je mag niet getrouwd zijn. Paulus zegt dat wie het zo opvat, het opvat als een lering van demonen. Een verbod om te trouwen is niet wat daar in Openbaring bedoeld wordt. En het is zeker een lering van demonen om zo'n verbod op te leggen.
Celibaat en katholieke opvattingen over Maria #
Het is wel interessant dat de rooms-katholieke traditie zich zo ontwikkeld heeft dat ze op een bepaald moment het celibaat van het priesterschap aanprees, en het daarna verplicht stelde. Natuurlijk kun je de Katholieke Kerk niet verwijten dat ze het huwelijk over de hele linie verbiedt. De Katholieke Kerk hecht juist veel waarde aan het gezinsleven. Ik weet alleen niet of de Rooms-Katholieke Kerk dit nog steeds leert. Maar een vroegere leer van de kerk, en misschien is het nog steeds de leer van de kerk, is dat seks slecht is, ook seks binnen het huwelijk. Dat het zonde is. Maar het is een noodzakelijk kwaad om kinderen te verwekken, en daarom moet je er maar mee leren leven.
Daarom moesten ze met de leer komen dat Maria ook na de geboorte van Jezus maagd bleef, om haar heilig te houden. Zelfs seks binnen het huwelijk tussen haar en Jozef wordt als onrein gezien. In hun traditie moet zij rein gehouden worden. Dus moeten ze wel beweren dat zij en Jozef, ook nadat ze getrouwd waren, geen seksuele omgang hadden. Ze moesten ook met het idee komen dat Maria geboren werd zonder dat haar ouders seksuele omgang hadden. Dat heet de Onbevlekte Ontvangenis, en die moet je niet verwarren met de maagdelijke geboorte. De maagdelijke geboorte is de leer dat Jezus uit een maagd geboren werd. De Onbevlekte Ontvangenis leert in feite dat ook Maria geboren werd zonder dat haar ouders seks hadden. Dat is een leer waar de Katholieke Kerk later mee kwam. En ze kwamen ook met de leer dat ze daarna maagd bleef, vanwege hun negatieve kijk op zelfs seks binnen het huwelijk.
Nu kon de Katholieke Kerk natuurlijk niet verwachten dat ze zich generatie na generatie zou blijven voortplanten zonder enige seks binnen het huwelijk. Dus is seks binnen het huwelijk toegestaan, maar er wordt op neergekeken. En om die reden moeten de heiligste mannen in de kerk mensen zijn die niet eens trouwen of seks hebben. En daarom werd het celibaat van het priesterschap de norm onder de heerschappij van het pausdom.
Ja, John?
"Sorry, dat wist ik niet. Ik dacht dat de leer van de Onbevlekte Ontvangenis omvatte wat je net zei."
Ja, maar het gaat niet over de geboorte van Jezus. Het gaat over de geboorte van Maria.
"Ik dacht dat het ging over de zondeloosheid van Maria's rol bij de geboorte van Jezus."
De Onbevlekte Ontvangenis wordt naar voren gebracht om Maria onbezoedeld te houden. De leer heeft te maken met haar ontvangenis in de schoot van haar moeder. Ze heeft niets te maken met de ontvangenis van Jezus. Veel mensen zijn daarover in de war. Ze gebruiken soms de term 'Onbevlekte Ontvangenis' terwijl ze eigenlijk de maagdelijke geboorte van Christus bedoelen. Maar dat is niet wat de katholieke leer van de Onbevlekte Ontvangenis inhoudt.
Waar ik op wil wijzen, is dit: de Katholieke Kerk heeft het huwelijk nooit echt verboden, maar ze verbood het wel aan haar leiders. Dat is nogal interessant, want Paulus heeft het net gehad over ware leiders van de gemeente, en in alle gevallen moesten zij de man van één vrouw zijn. Met andere woorden, een gehuwde staat is wenselijk voor leiders van de gemeente. Maar er zou een tijd komen dat door verval en afval in de kerk het celibaat zou worden aangeprezen, vooral onder leiders.
Wat het verbieden van voedsel betreft: ik weet eigenlijk niet zo veel over voedselvoorschriften in het katholicisme. Ik denk niet dat ze er veel hebben. Ik heb niet veel voeling met het moderne katholicisme; ik heb alleen de geschiedenis van het katholicisme bestudeerd. Maar ik weet dat er ooit een voorschrift was, en misschien is dat er nog steeds, dat je op vrijdag geen vlees mocht eten. Is dat nog steeds zo? Dat is niet meer zo. Maar ooit was het een regel in het rooms-katholicisme.
Protestanten hebben deze passage al heel lang op de Katholieke Kerk betrokken. Ik moet bekennen dat ik lange tijd vermoedde dat de protestanten ongelijk hadden. Ik dacht dat ze gewoon een sneer wilden uitdelen naar hun rivalen, en dat ze elke mogelijkheid aangrepen om hen in de Schriften terug te vinden. Maar kijk naar het verband, of het schijnbare verband, tussen deze passage en wat Paulus zei in 2 Thessalonicenzen. In die passage pleiten de aanwijzingen er volgens mij wel voor dat de mens der zonde het pausdom is. Ik zeg dat niet uit enige vijandigheid tegenover het pausdom, maar gewoon omdat ik vind dat de aanwijzingen die kant op wijzen. Gezien dat verband denk ik dat het heel goed mogelijk is dat Paulus het hier heeft over dezelfde afval waar hij het in 2 Thessalonicenzen over had. Als dat zo is, bedoelt hij niet de laatste dagen zoals hij die term elders gebruikt, maar dagen die later zouden komen dan zijn eigen tijd. Hij wist niet wanneer. Het zou in feite nog een paar eeuwen duren.
Ascese in oosterse groepen en de Jesus Family #
Overigens is de Katholieke Kerk zeker niet de enige religieuze groep die met deze ideeën gekomen is. Vegetarisme en ascetische opvattingen over seks en huwelijk bestaan ook in oosterse sekten en hindoeïstische sekten. Natuurlijk hangen niet alle hindoes al deze opvattingen aan, maar vegetarisme is over het algemeen een hindoeïstisch idee. In de moderne newagebeweging houden degenen die echt helemaal voor hun hindoeïsme gaan zich meestal aan een vegetarisch dieet. En sommigen van hen, zoals de Hare Krishna's, verbieden ook het huwelijk.
Er was ook een sekte, en ik weet niet of die nog bestaat. Vroeger zag je ze voortdurend over straat lopen in hun lakens, op blote voeten, met een legerdeken om warm te blijven. Ze liepen rond, meestal met een sigaret, want dat was het enige genot dat hun religie hun toestond. Ze noemden zichzelf de Jesus Family. Ze volgden een leider die vandaag op aarde leeft en die beweert dat hij de teruggekeerde Jezus is. Zijn officiële naam is Lightning Amen. Jezus zou namelijk terugkomen als de bliksem, en daarom noemt hij zichzelf Lightning Amen. Voor zover ik begrijp is hij een behoorlijk meedogenloos figuur. Hij is een beetje een eng type, absoluut iemand in de trant van Jim Jones. Maar zijn volgelingen telden in de duizenden, en ze hadden een basisbelijdenis van drie keer 'nee': niet doden, geen seks, geen materialisme.
Natuurlijk zijn die dingen aantrekkelijk als het om moraal gaat. Seksueel wangedrag is de meest voorkomende vorm van wangedrag. Doden is uiteraard een verwerpelijke praktijk, vooral in oorlog en dergelijke. En materialisme wordt in de Schrift duidelijk verboden. Ze hebben dus een schijn van godsvrucht. Maar voor hen betekent geen materialisme dat ze niets mogen bezitten behalve het laken en de legerdeken die ze dragen, zelfs geen schoenen. Ze mogen geen auto's bezitten, maar ze zijn er wel heel blij mee dat sommige mensen dat wel doen, want ze liften altijd. Niet doden betekent niet alleen geen moord en geen deelname aan oorlog, maar ook geen dieren doden. Ze moeten dus vegetariër zijn, en dat zijn ze ook min of meer. Ze eten en roken groenten, maar geen van beide doen ze met dieren. En voor hen houdt geen seks ook in: geen seks binnen het huwelijk. Het huwelijk is voor hen dus uitgesloten.
Een gesprek met leden van de Jesus Family #
Ik heb vaak met hen gesproken. Op een keer pikten een andere christelijke broeder en ik er een paar op die stonden te liften, en we zetten ze op de achterbank. We reden zelfs een aantal uren in de richting waar zij heen wilden, dus we hadden urenlang een publiek dat niet weg kon. Ik kende hun belijdenis al voordat ik ze oppikte, en ik wist hoe ze erover dachten. We raakten aan de praat over precies deze kwesties, en natuurlijk kon ik het niet laten om deze passage ter sprake te brengen. Ik zei: 'Hebben jullie deze passage weleens gelezen?' Ze hadden die avond geen Bijbel bij zich, dus ik gaf ze de mijne en liet ze de tekst hardop aan mij voorlezen. Ik zei: 'Willen jullie deze passage aan mij voorlezen?' Er staat:
1Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, 2door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid. 3Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden.
In de King James staat daar 'meats', dus vlees. En ik zei: 'Is het niet interessant dat juist de dingen die jullie religie onderscheiden, dingen zijn waarvan Paulus tweeduizend jaar geleden zei dat mensen die in latere tijden zouden leren? En hij noemde ze leringen van demonen.' Ze werden nogal zenuwachtig en stil. Ze staken een sigaret op, en na korte tijd besloten ze dat ze een andere lift zouden zoeken. Ze lieten zich niet door ons tot hun bestemming brengen.
Maar het is verbazingwekkend. Deze duidelijke waarschuwing is tweeduizend jaar geleden al gegeven. Toch hebben zoveel mensen die belijden christen te zijn, of ze nu in een respectabel kerkgenootschap zitten of in een sekte, op de een of andere manier precies de dingen beleden waarvan Paulus zei dat het leringen van demonen zouden zijn, die in latere tijden zouden opkomen. Dat is duidelijk het geval.
Het dichtgeschroeide geweten #
Paulus gaf in vers 2 aan dat dit het gevolg zou zijn van het brandmerken van hun geweten. Het woord voor 'brandmerken' in het Grieks is een woord dat wij zouden weergeven met het woord 'cauteriseren'. In het Grieks is het iets als kaustèriazo. Cauteriseren betekent meestal dat je in één keer littekenweefsel maakt, met een bijtende chemische stof of misschien met een heet ijzer, zoals hij hier aangeeft. Sommige wonden, vooral vroeger, en ik denk in sommige gevallen nog steeds, worden het best behandeld door ze dicht te schroeien. Uit zichzelf genezen ze niet goed. Hechtingen helpen niet per se. En gewoon door ze met iets heets dicht te schroeien, wordt de wond in één keer afgesloten. Het vlees wordt afgesloten en er ontstaat littekenweefsel. Daar verwijst cauteriseren naar.
Het interessante aan dichtgeschroeid weefsel is echter dat het ongevoelig is. De zenuwen zijn ongevoelig gemaakt. En hij spreekt over het geweten alsof het een orgaan van het lichaam is, alsof het van vlees gemaakt is. In zekere zin is dat geen slechte manier om erover te spreken. Het geweten hoort natuurlijk niet bij een bepaald orgaan van je stoffelijke lichaam. Toch kun je het zeker beschrijven als een geestelijk orgaan, want het is als een zesde zintuig. Je lichaam heeft bepaalde organen die je je vijf zintuigen geven. Je ogen helpen je zien, je oren helpen je horen, enzovoort. Je zenuwen helpen je voelen. Nu, je geestelijke zintuig, het besef van wat goed en kwaad is, dat je niet met de vijf zintuigen waarneemt, is ook een zintuig. En over het geweten wordt in beeldspraak gesproken als een zintuig, een orgaan van geestelijk en moreel besef. Deze mensen hebben hun geweten dichtgeschroeid, zodat het nu als het ware vol littekens zit en niet meer kan voelen. Het kan hun niet meer zeggen wat goed en kwaad is. Ze hebben het contact met de morele werkelijkheid verloren, en daardoor drijven ze af naar allerlei vreemde dingen.
Nu zegt hij niet precies hoe iemand zijn geweten dichtschroeit of brandmerkt. Met een letterlijk heet ijzer is het in elk geval niet. Hij spreekt over de gevolgen van een dichtgeschroeid geweten; hij zegt niet hoe het zover komt. Maar het lijkt bijna zeker dat iemands geweten dichtgeschroeid raakt, of verdoofd of gebrandmerkt, op deze manier. Hij doet iets verkeerds en zijn geweten protesteert. In plaats van te reageren zoals hij zou moeten, met bekering, negeert hij het geweten, of probeert hij het te negeren. En hij blijft het geweten steeds verder mishandelen, totdat het geweten als het ware in shock raakt. Het is zo mishandeld dat het wegzakt in een toestand die te vergelijken is met shock in het menselijk lichaam.
Nu kan ik je hier geen hoofdstuk en vers voor geven, dus je mag het gerust betwisten of het er niet mee eens zijn; ik speculeer alleen maar. Maar in een aantal jaren bediening onder mensen die hun geweten beslist genegeerd hebben, tot hun eigen schade, heb ik gezien dat dit inderdaad lijkt te gebeuren. Wie de verzorging en voeding van zijn geweten verwaarloost, zal merken dat het heel ongevoelig wordt, onvriendelijk en onbruikbaar. En dus lijkt het waarschijnlijk dat Paulus hier zegt dat het daarom zo belangrijk is om een goed geweten te bewaren. Onderhoud je geweten altijd goed en houd het als het ware in goede gezondheid. Laat het niet ongevoelig worden, want dan leidt het je in allerlei ketterijen, die leringen van demonen zijn. Je verliest dan elk gevoel van geestelijk onderscheidingsvermogen.
Voedsel ontvangen met dankzegging #
Nu, als hij zegt dat sommigen zullen gebieden zich van spijzen te onthouden, zegt hij in vers 3 dat die spijzen door God geschapen zijn:
'om met dankbaarheid aangenomen te worden door wie gelooft en de waarheid kent'. En hij zegt:
4Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. 5Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.
Nu, de suggestie dat spijzen geschapen zijn om gegeten te worden, en hij bedoelt natuurlijk dierlijk voedsel, en dat elk schepsel van God goed is, vestigt onze aandacht natuurlijk terug op de schepping. En het staat ook lijnrecht tegenover het jodendom. Het jodendom leerde dat sommige spijzen rein waren en andere onrein. En de Joden mochten natuurlijk volgens hun wet niet alle spijzen eten. Ook hier zien we een uitspraak dat de spijswetten niet langer van belang zijn. Paulus zou zeggen dat als je deze spijswetten voorstaat, je leringen volgt die door demonen worden verspreid en niet door God. Ook al stond het in de wet van God, die wet is nu achterhaald en is vervangen, en daarom bevorderen alleen demonen zulk gedrag. Nu, door te zeggen dat elk schepsel van God goed is, is Paulus het eens met wat er in het boek Genesis staat, toen God de dieren maakte. Net als bij al het andere keek Hij naar alles wat Hij gemaakt had en zei: 'Het is goed.' Hij zag dat het goed was, en uiteindelijk zeer goed. Dus kan Paulus zeggen dat er aan geen enkel dier echt iets slechts is. Allemaal zouden ze in principe eetbaar kunnen zijn. Nu weten we dat de wet verbiedt bepaalde dieren te eten, grotendeels om symbolische redenen, denk ik, net als de hele rituele wet. Maar hij zegt dat er aan het vlees van geen enkele diersoort iets wezenlijk slechts is.
Vlees eten vanaf Noach en de latere spijswetten #
Hij zegt dat God de dieren geschapen heeft om gegeten te worden. Zo lijkt het niet te zijn in Genesis hoofdstuk 1. Toen Hij de dieren en de mens maakte, zei Hij dat Hij het groene gewas en het gras gemaakt had om door mens en dier gegeten te worden. En dat houdt in dat aanvankelijk mens noch dier dierlijk vlees at. In Genesis hoofdstuk 9 vindt echter een ommekeer plaats. Na de zondvloed lijkt God het eten van vlees toe te staan. Hij gebiedt het niet per se, maar Hij lijkt het bijna te gebieden. Op de vraag waarom deze verandering juist toen kwam, kan ik nu niet ingaan. Maar het is niettemin waar dat God in Genesis hoofdstuk 9, vers 3, zegt:
Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.
Merk op dat Hij geen onderscheid maakt tussen rein en onrein. Alles wat zich beweegt en leeft, zal voor jullie op zijn minst in principe eetbaar zijn.
Pas later, toen de wet gegeven werd, werden bepaalde spijzen onrein genoemd. Misschien in sommige opzichten om gezondheidsredenen, en in andere gevallen om min of meer symbolische, ceremoniële redenen. Maar zonder daarop in te gaan, lijkt het duidelijk dat God de mens aanvankelijk niet toestond vlees te eten, maar dat Hij dat uiteindelijk wel deed. En God moet toen Hij de dieren in het begin schiep zeker geweten hebben dat de mens ze ooit zou gaan eten. Dus kan Paulus zeggen dat ze geschapen zijn om met dankzegging door mensen ontvangen te worden, om gegeten te worden.
Hoewel de wet zelf onderscheid maakte tussen dieren en sommige onrein verklaarde, zegt Paulus dat de scheppingsorde dat nooit gedaan heeft. Het gebod van God aan Noach, dat hem vrijheid gaf om dieren te eten, maakte geen onderscheid tussen dieren, en Paulus doet dat ook niet. Elk schepsel van God is eetbaar. Nu zijn sommige natuurlijk beter voor je dan andere. En sommige zouden een beetje walgelijk zijn om te eten, maar we kennen mensen die insecten eten. We kennen natuurlijk mensen die slakken eten. Sommigen van jullie hebben misschien slakken gegeten. Sommige mensen eten allerlei dingen die anderen weerzinwekkend zouden vinden.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 1 Timothy 3:3 - 4:4. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4.pdf?v=0821cec3c131
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Timotheus - Lezing 06 - 3.3-4.4.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4.mp3?v=ae09cad91e86
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Timotheus - Lezing 06 - 3.3-4.4.mp3
1 Timotheüs
Alle lezingen over 1 Timotheüs. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 en Titus Inleiding deel 1 Timotheus en Titus werkten namens Paulus
- 2 en Titus Inleiding deel 2 Paulus bestrijdt de gnostische dwaalleer
- 3 1 Timotheus moet de dwaalleraars stoppen
- 4 2:1-2:14 Bidden voor alle mensen, ook voor koningen
- 5 2:14-3:3 Moeders leren dienen door hun kinderen
- 6 3:3-4:4 Een oudste moet thuis goed leiding geven
- 7 4:5-5:18 De zorg voor weduwen en het loon van oudsten
- 8 5:19-6:19 Oudsten die zondigen, worden terechtgewezen
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4.srt?v=8b51545ad069
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Timotheus - Lezing 06 - 3.3-4.4.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/1-timotheus/3-3-4-4.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- 1 Timotheüs 5:22
- Mattheüs 19:24
- 2 Timotheüs 2:24
- 1 Timotheüs 3:4
- 1 Timotheus 3:6
- 1 Timotheüs 3:7
- 2 Timotheüs 2:26
- 1 Timotheüs 3:8
- 1 Timotheüs 3:9
- 1 Timotheus 3:16
- Efeze 3:9
- 1 Timotheus 3:10
- 1 Timotheüs 3:11
- 1 Timotheus 3:12
- Romeinen 16:1
- 1 Timotheus 2:12
- 1 Timotheus 3:13
- Handelingen 6:2
- Handelingen 6:3
- Handelingen 6:4
- Filippenzen 1:1
- Romeinen 12:6
- Romeinen 12:7
- Romeinen 12:8
- 1 Timotheüs 5:17
- 1 Petrus 5:1
- 1 Petrus 5:2
- 1 Timotheüs 3:14
- 1 Timotheüs 3:15
- 1 Johannes 5:19
- Johannes 8:44
- 2 Petrus 1:5-6
- 1 Johannes 1:1-2
- Mattheüs 3:17
- Romeinen 1:4
- Psalmen 34:8
- 1 Timotheüs 4:1-5
- 2 Timotheüs 3:1
- Handelingen 2:16-17
- 2 Thessalonicenzen 2:3
- 2 Thessalonicenzen 2:9
- 1 Timotheüs 4:3
- 1 Timotheüs 4:1-3
- 1 Timotheüs 4:4-5
- Genesis 9:3