Jeremia lezen: oordeel, tranen en een nieuw verbond
Jeremia moest decennialang een oordeel aankondigen dat niemand wilde horen. Toch klinkt midden in zijn boek een van de grootste beloften uit het Oude Testament: God zal Zijn wet in het hart schrijven.

Jeremia is geen gemakkelijk boek. De profeet trad op in de laatste decennia van het koninkrijk Juda, toen het volk ondanks alle waarschuwingen in afgoderij en onrecht volhardde. Hij werd bespot, gevangengezet en in een put gegooid. Toch is zijn boek ook vol hoop, want achter het oordeel ligt een herstel dat verder reikt dan de terugkeer uit Babel.
In de zestien Nederlandstalige lezingen over Jeremia volgt Steve Gregg het boek van begin tot eind.
Een profeet in de laatste jaren van Juda
De inleiding plaatst Jeremia tegen de achtergrond van Josia’s hervormingen, de opkomst van Babylon en de val van Jeruzalem. Gregg laat zien hoe Jeremia’s boodschap verschuift van een oproep tot bekering naar de aansporing om zich aan Babel over te geven. Hij wijst ook op opvallende overeenkomsten tussen Jeremia en Jezus, en legt uit dat de hoofdstukken niet in chronologische volgorde staan.
Hoofdstuk 1 tot en met 3 beginnen bij de roeping van de jonge profeet. God beschrijft Juda’s afgoderij als huwelijksontrouw: het volk verruilt de bron van levend water voor lekkende waterbakken. In hoofdstuk 4 en 5 roept Jeremia op tot besnijdenis van het hart, in plaats van te vertrouwen op afkomst en uiterlijke godsdienst. Gregg bespreekt daar ook hoe God mensen die de waarheid verwerpen aan misleiding overgeeft.
Valse zekerheid
In hoofdstuk 6 tot en met 8 weigert Juda terug te keren, en de tempel biedt geen bescherming wanneer het volk in afgoderij en onrecht volhardt. Gregg betoogt dat Jezus met Gehenna, net als Jeremia met het dal van Hinnom, waarschijnlijk doelde op het oordeel over Jeruzalem. Hoofdstuk 9 en 10 stellen vertrouwen op wijsheid, kracht en rijkdom tegenover het kennen van God, en laten zien waarom afgodsbeelden machteloos zijn.
In hoofdstuk 11 tot en met 13 heeft Juda het verbond verbroken. Aan de hand van de olijfboom betoogt Gregg dat trouw aan het verbond bepaalt wie bij Israël hoort, niet afkomst. De vergane linnen gordel beeldt Juda’s onbruikbaarheid uit. Hoofdstuk 14 tot en met 16 gaan over de droogte, de valse profeten die vrede beloven, en Jeremia’s eenzaamheid: hij mag niet trouwen en niet aan rouwmaaltijden of feesten deelnemen.
De pottenbakker en de gebroken kruik
Hoofdstuk 17 tot en met 20 stellen vertrouwen op mensen tegenover vertrouwen op God. Bij de pottenbakker legt Gregg uit dat Gods beloften en dreigementen aan volken voorwaardelijk zijn: bekering of ongehoorzaamheid kan veranderen wat Hij zal doen. Daarna volgen de gebroken kruik, Jeremia’s vervolging en zijn worsteling met een roeping die hij niet kan neerleggen.
In hoofdstuk 21 tot en met 23 klinkt het oordeel over de laatste koningen van Juda. Gregg ziet de beloofde rechtvaardige Spruit vervuld in Christus, en bespreekt de profeten die hun eigen dromen als Gods woorden verkondigen. Hoofdstuk 24 tot en met 28 behandelen de goede en slechte vijgen, de zeventig jaar van Babylonische overheersing en de confrontatie met Hananja, wiens dood bevestigt wie werkelijk namens God spreekt.
Hoop voor de ballingen
De lezing over 29:1 tot 31:22 begint met Jeremia’s brief aan de ballingen: vestig je in Babel en bid voor de vrede van de stad. Gregg legt uit hoe de bekende belofte uit Jeremia 29:11-13 op christenen betrokken kan worden, en dat God met heel het hart gezocht moet worden. De beloften van herstel in hoofdstuk 30 en 31 verweven de terugkeer uit Babel met beloften over Christus.
Het hart van het boek is de lezing over 31:23 tot 32:44, over het nieuwe verbond. Daarna koopt Jeremia midden in het beleg van Jeruzalem een akker, als teken dat de ballingen zullen terugkeren.
Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
— Jeremia 31:33, Herziene Statenvertaling
Over deze woorden zegt Gregg in deze lezing dat het probleem nooit bij de wet lag, maar bij het hart. Een goede wet die van buitenaf wordt opgelegd, verandert een opstandig hart niet. In het nieuwe verbond wordt de wet innerlijk opgenomen, zodat het hart God wil gehoorzamen. Volgens Gregg is dit verbond door Jezus ingewijd.
De val van Jeruzalem en de val van Babel
Hoofdstuk 33 tot en met 36 bevatten de beloften over Davids koningschap en het priesterschap, die Gregg in Christus vervuld ziet. Daartegenover staan Juda, dat de vrijgelaten slaven opnieuw onderwerpt, de trouwe Rechabieten, en koning Jojakim, die de boekrol met Jeremia’s profetieën verbrandt.
In hoofdstuk 37 tot en met 44 wordt Jeremia gevangengezet en uit de put gered, en weigert koning Zedekia uit angst Gods raad te volgen. Na de val van Jeruzalem en de moord op Gedalia trekken de overgebleven Judeeërs tegen Gods uitdrukkelijke waarschuwing in naar Egypte, en nemen Jeremia en Baruch mee.
Hoofdstuk 45 tot en met 49 beginnen met Gods belofte aan Baruch en bevatten de profetieën tegen de omringende volken. In de slotlezing over hoofdstuk 50 tot en met 52 komt Babylon, dat God als werktuig gebruikte, zelf onder het oordeel. Gregg onderzoekt de overeenkomsten met Babylon in Openbaring en eindigt bij de vrijlating van koning Jojachin, een mogelijk teken van Gods blijvende barmhartigheid.
De hele reeks over Jeremia laat zien dat God Zijn volk niet loslaat, ook niet wanneer het oordeel onvermijdelijk is geworden.

